november 1998

NAVO-luchtaanvallen op Servië zouden waarschijnlijk een totale oorlog op de zuidelijke Balkan hebben ingeluid. Het uitbreken van oorlog is er echter nog steeds niet denkbeeldig. Wel heeft het dreigen met een bommenregen en het daaropvolgende interim-akkoord tussen Servië en de Amerikanen voor een soort pas op de plaats gezorgd. Maar daarmee is ook alles gezegd.

Servië wordt toegestaan een 27-tal stellingen in Kosovo bezet te houden, met in totaal zo’n 25.000 man politie en militairen. Circa 2.000 waarnemers van de OVSE zullen controleren of de gewapende Serviërs hun boekje niet te buiten gaan. Het Holbrooke-akkoord gaf impliciet het UÇK (‘bevrijdingsleger van Kosova’) de vrije hand zich na de nederlagen van deze zomer te hergroeperen en nieuwe rekruten, wapens en munitie over de grenzen het land binnen te smokkelen. Als het Servië soms lukt een aantal van deze rekruten bij de Albanese grensovergang te doden, geeft dat spanningen of is het aanleiding tot wraakacties van het UÇK, zoals die in een Servische bar in Pec met 6 doden als gevolg.

Onduidelijk is echter hoe de waarnemers zich moeten opstellen jegens provocaties van UÇK-soldaten, die in een deel van Kosovo weer vrij kunnen patrouilleren. Zowel de Servische politie als het UÇK lijkt zich niet echt te houden aan het akkoord. De eerste pakt zelfs ‘verdachte’ Kosovo-Albanezen bij tientallen op en de tweede gijzelt zo nu en dan Servische journalisten en gematigde Albanese politici. Een nieuwe harde confrontatie blijft echter uit, maar dit is voorshands weinig meer dan uitstel van executie vanwege de winter.

Inmiddels lopen de pogingen van de Amerikaanse ambassadeur in Macedonië, Christopher Hill, om te komen tot een vergelijk tussen Servië en de Kosovaren, steevast op niets uit. Eind november leek het even te lukken. Schaduwpresident Rugova van Kosovo kondigde toen zelfs aan, dat “we niet ver verwijderd zijn van politieke onderhandelingen”. Aanleiding was een vredesplan van Hill, waarbij de Kosovaren behalve inzake buitenlandse zaken en defensie, min of meer baas in eigen huis zouden worden, met een eigen president, regering, parlement en politie. Rugova stelde alleen als voorwaarde dat besprekingen over dit plan plaats vinden onder leiding van een onafhankelijke voorzitter.

Hill heeft het inmiddels verkorven bij de Kosovaren, sinds hij zijn plan onder druk van Servië zodanig bijstelde, dat het nu op hun beurt voor hen “totaal onaanvaardbaar” is. Kosovo binnen of buiten Servië, dat is het hete hangijzer. De Joegoslavische president Miloševic wil dat Kosovo onderdeel blijft van Servië, terwijl de Kosovo-Albanezen hooguit akkoord kunnen gaan met een voorlopige regeling van Kosovo als een derde republiek binnen de Joegoslavische Federatie, naast Servië en Montenegro. Rugova en zijn LDK (Democratische Partij van Kosova) zijn op zich in voor een compromis, maar voelen de hete adem van het UÇK. Dat bijt zich vast in onafhankelijkheid als enige doel, hooguit voorafgegaan door een fase van zelfbestuur.

Servië voelt daarentegen de hete adem in de nek van de extreme nationalisten, onder leiding van de in de regeringscoalitie opgenomen Vojislav Sešelj. Voorzover althans de regerende Socialistische partij ook zelf niet moet worden gerangschikt onder de haviken in het land. Miloševic mag zich dan onlangs in het leger hebben ontdaan van enkele critici van zijn beleid, waaronder generaal Perisic, hij laat de laatste tijd weer spierballentaal horen jegens de NAVO. Hij is boos over de gewapende ‘evacuatiemacht’, die medio december in Macedonië wordt gestationeerd, bedoeld om in geval van nood de ongewapende waarnemers te bevrijden. Het zou tegen het akkoord zijn, zo liet hij weten, en de NAVO-militairen zouden meteen het Joegoslavische leger op de huid krijgen, zodra ze maar een voet in Kosovo zetten.

Begin december dreigden de Serviërs ook al met een nieuw offensief in Kosovo, één die “tot het einde toe” zou worden uitgevochten. Een heuse oorlog, waarbij de Serviërs voorspelden dat ook de buurlanden er wel eens bij betrokken kunnen raken. Het lijkt mede bedoeld om zowel het UÇK als de gematigde Kosovaren te intimideren. De laatsten om hun duidelijk te maken dat meer dan intern zelfbestuur onbespreekbaar is.

De NAVO reageerde bij monde van secretaris-generaal Solana, dat zij het dreigen van Joegoslavië met een nieuw offensief “niet tolereert”. Er zit in dit alles uiteraard een dosis retoriek, maar het is ook een signaal voor frustratie die onder de partijen leeft. En tevens dat Servië zich met hand en tand zal verdedigen, mocht de NAVO, het geduld verliezend, een militaire interventie overwegen.

Die militaire optie is nochtans het voorland, als de partijen dogmatisch op hun strepen blijven staan, of een oplossing van het conflict voor zich uit blijven schuiven. Dat laatste, dus tijd winnen, lijkt niet in de laatste plaats de strategie van het UÇK, dat overigens op dit moment weer eens in een interne machtsstrijd is verwikkeld.

Miloševic kan echter moeilijk een tweede maal voor militaire dreigementen door de knieën gaan, ook al komen die van de NAVO. Wil men een nieuwe bloedige escalatie vermijden, dan zullen dus de komende drie à vier maanden benut moeten worden voor een actief beleid ten gunste van een vredesregeling. Zich ontdoen van Miloševic door te proberen een eind te maken aan zijn regime, zoals de VS overwegen, heeft nu – gezien het krappe tijdpad – niet zoveel zin. Hij is een exponent van de behoudende en nationalistische krachten in zijn land en staat op dit moment redelijk vast in zijn schoenen.

Over een aantal jaren kan dat anders zijn. Een tijdelijke regeling, bijvoorbeeld voor drie of vier jaar, zonder dat enige optie voor daarna wordt dichtgetimmerd, lijkt dan ook de voor de hand liggende formule om de impasse te doorbreken. En als Christopher Hill te weinig gezag heeft om dat te bereiken, zal iemand als Holbrooke nogmaals moeten opdraven. Er zijn aanwijzingen dat hij dit al overweegt. In dat geval zal liefst ook het UÇK in de onderhandelingen moeten worden betrokken.

Indien het daardoor lukt tijdelijk een oplossing te vinden, bij voorkeur gepaard gaand met demilitarisatie van Kosovo, zal een VN-vredesmacht van ‘blauwhelmen’ nodig zijn om het akkoord te bewaken. Zo’n tussenfase lijkt hoe dan ook nodig om de gemoederen te laten afkoelen, democratische structuren in Kosovo op te bouwen en de rechtspositie van de kleine Servische en Montenegrijnse minderheid goed te regelen. Als men het laatste verzuimt, komen er binnen de kortste tijd weer problemen.

Misschien is de uiteindelijke uitkomst van zo’n proces wel onafhankelijkheid voor de Albanese meerderheid. Op dit moment is echter een tijdelijke vorm van autonomie voor Kosovo het enig haalbare. Het is zaak dat het Westen, al of niet via een gewiekste onderhandelaar als Holbrooke, thans alle energie hier insteekt. Met voortvarendheid graag. Het is zo weer voorjaar in het land.