20 april 1999

Hoe langer de NAVO-bombardementen op Joegoslavië duren, des te duidelijker wordt dat het gehanteerde middel erger is dan de kwaal. Onze minister van buitenlandse zaken, Jozias van Aartsen, blijft dat echter ontkennen. Ook ontkent hij dat de NAVO medeverantwoordelijk is voor de humanitaire ramp die zich in Kosovo aan het voltrekken is. Er zou volgens hem een “een vals beeld” worden geschetst (HP/De Tijd, 15 april 1999).

Andere politici steunen Van Aartsen in zijn opstelling. Begrijpelijk, omdat zij als vanzelfsprekend hun goedkeuring hebben verleend aan de NAVO-acties, zowel binnen als buiten het parlement. Nu zij bovendien kennis hebben genomen van de gevolgen van de bombardementen, hebben zij moeite het eigen wanbeleid onder ogen te zien. 
Met de Belgische Balkankenner Raymond Detrez, vraag ik me af of de NAVO nog wel functioneert. Ongeveer alles wat ze niét wilde, heeft de alliantie nu immers gekregen: etnische zuiveringen, escalatie in de vorm van vluchtelingenstromen, spanningen met Rusland en een achter zijn leider verenigd volk. Daarbij zijn ernstige bezwaren tegen de bombardementen lichtzinnig en arrogant van tafel geveegd, in de trant van ‘het zal wel niet zo’n vaart lopen’ en ‘we hebben tenminste iets gedaan’.

Patstelling
In een radiodebat met Marijke Vos (GroenLinks) en in verschillende publicaties heb ik reeds in november vorig jaar het dreigen met luchtaanvallen door de NAVO afgewezen. Immers, alleen al door deze dreigementen zagen hulporganisaties zich gedwongen de 50 duizend Kosovaarse vluchtelingen in de bergen te verlaten, en kwamen de ontheemden van de regen in de drup. De gevolgen zouden echter pas écht rampzalig worden, als de daad bij het woord zou worden gevoegd. Er zou dan, zo heb ik toen betoogd, spoedig een militaire patstelling ontstaan, waarbij niemand zou kunnen winnen. Dit is precies de situatie waarin we thans, vier maanden later, verkeren. 
De NAVO heeft zich steeds bediend van argumenten die een humanitaire interventie moesten rechtvaardigen. Het is volstrekte onzin gebleken. ‘We doen het voor de Kosovaren’, zo riep men. Juist zij zijn nu het slachtoffer. Nog voordat de bombardementen op 24 maart begonnen, vroeg men zich in Priština al af of de NAVO wel in haar overwegingen had meegenomen, dat de Serviërs mogelijk wraak zouden nemen.

‘Balkangeest’
Ook het achteraf-argument, dat alles van tevoren was gepland, klopt niet. Etnische zuivering maakt helaas al deel uit van de geschiedenis van de Balkan sinds de desintegratie van het Osmaanse rijk. Overigens kennen we het fenomeen ‘landje-pik’ ook al van het ontstaan van de staat Israël. De Grieken pasten het toe, de Serviërs en ook de Bulgaren. Het is, kortom, latent aanwezig in de ‘Balkangeest’. De strategische blunders van het UÇK en (vooral) de NAVO hebben deze geest weer manifest gemaakt, nog afgezien van de verbetenheid die luchtaanvallen nu eenmaal veroorzaken bij het gebombardeerde volk. Het één roept het ander op. Gezien deze sluimerende gevoelens, komt het gebruik van (tegen-)geweld op de Balkan overeen met het gooien van olie op het vuur.
De NAVO begrijpt er niets van. Haar beleid, bestaande uit dreigementen, sorteerde vorig jaar reeds een negatief effect. Hetzelfde geldt voor het UÇK en zijn geweldsstrategie. Er kwam een ontwikkeling op gang die maakte dat het Servische leger zich steeds nadrukkelijker ging voorbereiden op de strijd. De overeenkomst met Holbrooke gaf even respijt. De terugtrekking van de Servische troepen werd echter teruggedraaid, zo constateerden de OVSE-waarnemers, nadat het UÇK zijn aanvallen had hervat.
Dat Hashim Thaqi, vooraanstaand lid van het UÇK, vervolgens bij de vredesbesprekingen in Rambouillet de Albanese delegatie leidde, was voor de Serviërs onbegrijpelijk. Inzake Kosovo draaide bij hen alles om het uitschakelen van het ‘terrorisme’. Toen weer later de NAVO begon te bombarderen, sloegen in Belgrado de stoppen door. Marcel van Dam stelt de NAVO daarom “verantwoordelijk voor de omstandigheden die door de bombardementen zijn gecreëerd” (de Volkskrant, 15 april 1999).
Dat was bij velen tegen het zere been. Volgens Felix Rottenberg zou Van Dam “een neurotisch debat voeren met zichzelf” (Het Parool, 16 april 1999). Van Dam heeft echter gelijk. Mijn geweten zou niet rustig zijn, als ik in de schoenen stond van de NAVO en van de politici die hun goedkeuring aan het NAVO-besluit hebben verleend. Temeer omdat voor de huidige ellende in voldoende mate is gewaarschuwd.

Links: ‘het doel heiligt de middelen’
Politiek-rechts staat momenteel achter de bombardementen omwille van het te behalen prestige en de handhaving van de geloofwaardigheid van de NAVO. ‘Rechts’ geeft ook nu de toon aan inzake de wetten van oorlogsvoering. Zo stelt de voormalige Amerikaanse minister van defensie Casper Weinberger, dat het doel van de oorlog nu de overwinning moet zijn en niets minder dan dat. Zo bleek zelfs een kleine adempauze van 24 uur, conform het Duitse vredesvoorstel, taboe. ‘Links’ echter, rechtvaardigt de NAVO-acties met de opvatting dat het doel de middelen heiligt. Het opinietijdschrift Elsevier spreekt niet voor niets over ‘de heilige oorlog van links’ (Elsevier, 15 april 1999).
Inderdaad maakt in de meeste Europese landen de sociaal-democratie de dienst uit. De toegepaste middelen blijken echter een averechts effect te hebben in het licht van de te bereiken humanitaire doelstellingen. Ik verklaar dit falen uit:
1) Het geloof van ‘links’ in de militaire weg als een ‘snelle’ manier van conflictoplossing en haar ongeduld bij uitvoering daarvan;
2) Het gelijkstellen van Kosovo met Bosnië, waar uiteindelijk ook zou zijn ingegrepen.

Het eerste punt stoelt op een misvatting, en de vergelijking genoemd onder punt twee gaat mank.
De militaire weg lijkt snel, maar brengt zoveel mechanismen van actie-en-reactie, polarisatie en destructie tot stand, dat die in de praktijk bijna altijd een lange en bloedige weg blijkt. Ter vergelijking: het slepende conflict in Noord-Ierland en de Koude Oorlog, welke tot stand kwam door toedoen van een sterke ideologische polarisatie tussen Oost en West en waarvan Oost-Europa nog steeds de ellende ondervindt. Ook toen heiligde het doel het geweldsmiddel. En ook toen bleek dat middel al spoedig erger dan de kwaal.

Boycot
Een snellere weg blijkt vaak het van onderop géén, of niet te veel geweld toepassen, en het hebben van een lange adem. Zuid-Afrika is daarvan een goed voorbeeld. Het land is niet bevrijd door militaire interventie, maar door het instellen van een boycot en door een politiek van isolatie. Dat wapen bracht overigens ook Milosevic zover dat hij in 1993 het vredespad insloeg, hetgeen in 1995 leidde tot het Dayton-akkoord. 
Vergeten wordt ook, dat de boycot Servië in drie jaar tijd voor 100 miljard dollar schade toe heeft gebracht. Verder had Bosnië als deelrepubliek ten tijde van de oorlog daar een eigen (Moslim)regering, waardoor de VN en de NAVO er min of meer legaal aanwezig waren. Kosovo is echter onderdeel van Servië. De burgeroorlog staat er bovendien nog aan het begin. De vechtlust is volop aanwezig, terwijl in Bosnië in 1994 de oorlogsmoeheid reeds had toegeslagen. De Moslims waren net als de Kosovaren geen partij voor het militair sterke Servië, maar zij konden meestal rekenen op de steun van de Kroaten. Dat gaf uiteindelijk tijdens de onderhandelingen in Dayton de doorslag. De paar NAVO-bommen op het Servische bolwerk Pale speelden voor het ontstaan van ‘Dayton’ nauwelijks een rol. De strijd was toen al gestreden. Het Westen maakte in 1992 en 1993 de grote fout Kroatië en Bosnië te erkennen, zonder dat de kwestie van de nationale minderheden geregeld was. Impliciet betekende dit een oorlogsverklaring aan Servië.

Spelen met vuur
De grote fout van het Westen inzake Kosovo was, dat het gedurende acht jaar nimmer heeft ingespeeld op de vreedzame strategie van de Kosovaarse leider Ibrahim Rugova. En dat het vervolgens indirect het UÇK heeft aangemoedigd de ‘gewonde Servische beer’ te tarten met zijn guerrilla. De krachtsverhoudingen tussen beide partijen zijn vergelijkbaar met die tussen Luxemburg en Duitsland. In het geval van een dreigend conflict, zou niemand het in zijn hoofd halen Luxemburg aan te moedigen een confrontatie aan te gaan met zijn grote buur. Dat men de Kosovaren wél – zij het op subtiele wijze – heeft aangezet het op te nemen tegen Servië, was spelen met vuur.
De NAVO is in een fuik beland en is nu zelf partij geworden in het conflict. Dit gegeven vormt één van de ernstigste overtredingen bij een operatie van ‘peace-keeping’. Na Somalië lijkt de NAVO-luchtoorlog in Joegoslavië, zonder goedkeuring van de VN, de grootste miskleun van westerse militaire interventie te zijn geworden. De ‘heilige oorlog van links’? Na het omarmen van het ‘reëel bestaande socialisme’ in Oost-Europa, waarvan ook toen gold dat het doel de middelen heiligde, zou het wel eens de ‘tweede grote vergissing van links’ kunnen worden.