28 oktober 1999

Van 27 oktober tot 6 november organiseert GroenLinks een reeks debatten over defensiepolitiek. Behalve een Kosovo-evaluatie, is daarvoor uitgangspunt een concept-defensienota vanuit de Tweede Kamerfractie, ‘discussienota’ genoemd. Het wordt een belangwekkende discussie, mogelijk afgerond op het partijcongres van maart 2000. De redactie vanLinkerWang Magazine vroeg me hierop onlangs om in het blad reeds een eerste reactie te geven. Althans naar aanleiding van een eerdere versie, en zo alvast een voorschot op die discussie te geven.

Belangrijke (vaak: nieuwe) elementen in de discussienota zijn:

  1. GroenLinks dient de NAVO te herwaarderen, in elk geval positiever te beoordelen dan in het GroenLinks-verkiezingsprogramma, waarin wordt gepleit voor een terugtredende NAVO ten gunste van de OVSE, de Organisatie voor Vrede en Samenwerking in Europa. Ook de expansie van de NAVO richting Russische grens wordt niet langer onomwonden afgewezen.
  2. Op termijn zou de NAVO zich kunnen ontwikkelen tot een regionaal veiligheidsstelsel in de plaats van de huidige OVSE.
  3. Van de in het programma voorgeschreven ‘drie miljard bezuinigen’ op Defensie kan van worden afgeweken, indien nodig.
  4. Concentratie om efficiëntieredenen op één van de krijgsmachtonderdelen, bijvoorbeeld de marine, wordt niet langer bepleit.
  5. Een staand VN-vredesleger wordt niet langer voorgestaan.
  6. Landen die de mensenrechten ernstig schenden, moeten wapenembargo’s worden opgelegd, maar op zich is wapenproductie en wapenhandel, ook van eigen (overtollige) wapens geen taboe.
  7. Naast genocide wordt ook grootschalige schending van de mensenrechten gezien als reden voor militaire interventie. Een vrij groot Nederlands leger is hiervoor van belang. 

Genocide
Ik concentreer me voorshands op het laatste en op de eerste twee punten. Alleen genocide kan volgens mij een reden zijn voor dwangmatig militair ingrijpen, en dan gericht op het redden van slachtoffers uit moordenaarshanden, ook via het creëren van vluchthavens in de aangrenzende regio. Genocide is een doelbewuste uitroeiing van een etnische groep volgens een vooropgezet plan. Mensenrechtenschendingen, hoe grootschalig ook, horen er niet onder. Een volk grondrechten onthouden is al een grote mensenrechtenschending. 
In alle landen, enkele pure democratieën uitgezonderd, worden mensenrechten met voeten getreden, vaak op grote schaal. Er moet dus een grens zijn voor militair ingrijpen. Hierin vaag zijn is niet goed, omdat er ter rechtvaardiging van lichtvaardig ingrijpen gemakkelijk wordt gegoocheld met termen. 
“Genocide blijkt valse grond voor NAVO-actie”, zo luidt de kop boven een recent artikel over de Kosovo-interventie (De Volkskrant, 21 oktober 1999). Er wordt gesteld dat Blair en Clinton ten onrechte genocide inbrachten als argument voor hun besluit tot bombarderen. Verder staat er dat ook het NAVO-cijfer van tienduizend doden, blijkens het nagenoeg afgeronde onderzoek naar massagraven in Kosovo moet worden teruggebracht tot ruim vijfhonderd, en in elk geval, zoals het er nu naar uitziet, minder dan duizend.

Burgers slachtoffer laten worden van bombardementen, zoals nu in Tsjetsjenië en recent bij de NAVO-luchtacties op Joegoslavië, is in strijd met het oorlogsrecht. Het is echter geen genocide. Bij gevechtshandelingen tussen regeringsleger en rebellen in een regio burgers wegjagen of indirect doen vluchten, ‘etnische zuivering’ genoemd als hierdoor een regio ontvolkt raakt, is een grove mensenrechtenschending, maar valt evenmin onder genocide.

Genocide is geen normale gevechtshandeling of burgeroorlog. Het is zo’n ontoelaatbare misdaad tegen de mensheid, gebaseerd op perverse raciale (etnische) haat, dat alles gedaan moet worden om te redden wat er te reden valt. Bij burgeroorlogen brengt militair ingrijpen echter geen oplossing, maar dienen alternatieve methoden te worden aangewend. Bij ingrijpen in een burgeroorlog wordt men zelf partij in het conflict. De situatie voor de mensen wordt dan slechter, omdat bij externe interventie, zoals onderzoeken aantonen, geweld bijna zonder uitzondering escaleert. Bovendien gaat bij militaire interventie in burgeroorlogen, anders dan bij genocide, de machtsfactor een rol spelen. Belangeloos interveniëren komt immers nauwelijks voor. Bij genocide spelen humanitaire overwegingen de hoofdrol.

Het moet overdreven worden geacht voor peace keeping (vrede bewaren) en conflictpreventie om een vrij groot Nederlands leger in stand te willen houden. De grote moeite die de westerse politiek heeft om het risico te lopen dat eigen militairen sneuvelen, maakt dat deelname van Nederlandse militairen aan dwangmatige interventie, peace-enforcing,uitzondering zal zijn. Die deelname zal dus voornamelijk beperkt worden tot peace keeping na een akkoord, zoals thans in Kosovo en Oost-Timor. Hiernaast kunnen ook militairen (blauwhelmen) nodig zijn bij het preventief stationeren van een VN-vredesmacht, zoals nu in Noord-Macedonië.

Alternatieven
Oppressie, mensenrechtenschending of binnenlandse strijd zijn dus nogmaals geen reden tot dwangmatig militair ingrijpen. Dan behoren andere drukmiddelen te worden ingezet, zoals bijvoorbeeld selectieve financiële sancties, waaronder het blokkeren van buitenlandse banktegoeden van de onderdrukkende elite. Ik zou er een lief ding voor over hebben, als Groenlinks zich creatief zou werpen op het bedenken van zulke alternatieve maatregelen of methoden. Dat hoort er zeker bij. Er wordt nu in het Westen te snel gekozen voor de militaire weg, zonder dat men zich afvraagt, ook na het Somalië-echec, of die wel de meest adequate is. Het zou GroenLinks sieren, indien de partij bij dit te snel kiezen voor de militaire weg kanttekeningen zou plaatsen of een tegengeluid zou laten horen. Waarom bijvoorbeeld de Kamer niet oproepen interventies als die in Somalië eens te toetsen op hun effectiviteit, dus daarover een onderzoek instellen.

Vredesvisie
Het ontwikkelen van een vredesvisie door GroenLinks lijkt tevens van belang. Een visie wat de hoofdoorzaken van conflicten zijn, hoe ze adequaat te voorkomen, hoe van buitenaf de negatieve patronen van actie en reactie bij geweld niet te versterken, hoe een brand te dempen of niet te doen uitbreiden, hoe compromissen aan te dragen als middel voor peace making en hoe vanaf het begin grondslagen te leggen voor post-conflict-peacebuilding (verzoening). Voorts hoe vijanddenken, bijvoorbeeld van de VS jegens de zogenaamde ‘boefstaten’ – NB ook Cuba zou daar toe behoren, wat helemaal onzin is -, te onderkennen en te bestrijden, bijvoorbeeld door ook stil te staan bij de eigen bijdrage daaraan door het Westen, zoals wapenexport, machtsarrogantie, het Israëlbeleid en het ontijdig overgaan tot raketaanvallen door de VS. Verder hoe in de buitenlandpolitiek aan inclusief denken te doen, dus zich niet louter te vereenzelvigen met het westerse belang, in elk geval steeds een kritisch blik te hebben op de eigen handel en wandel.

In de christen-radicale beweging met gerechtigheid en vrede als criteria, leerde ik al dat progressieve politiek per definitie inhoudt kritisch te zijn ten aanzien van macht, omdat macht neigt tot corrumperen. Als prins Claus ontwikkelingssamenwerking gewoon “neokolonialisme met de beste intenties” durft te noemen (Internationale Samenwerking, oktober 1999, p. 14), dan lijkt het zeker zaak dat wij en ook GroenLinks in deze de gevaren op het terrein van westers ingrijpen in conflictsituaties onderkennen. Het kan immers gauw ontaarden in zoiets als: ‘wij zijn de goeden en zij de slechten of op z’n minst de verdwaalden die hetzij gestraft hetzij geholpen moeten worden’.

Grootmacht
Karel Koster van AMOK zei me eens: “Bij links is er sprake van een gebrekkig inzicht hoe macht werkt. De logica van macht en zeker van een grootmacht is niet idealisme”. In die zin zou kiezen voor de NAVO, zij het vanuit nobele motieven, wel eens naïef kunnen zijn. Dit omdat de VS als enig overgebleven supermacht daarin de dienst uitmaken, en een oorlog waarin de NAVO participeert niet in de laatste plaats wordt bepaald door de belangen van de VS. Zij zijn het ook, die het tijdstip bepalen. De oorlog begint als het hun uitkomt.

Ik ben bepaald niet anti-Amerikaans en er zullen heus wel mensen zijn in het Pentagon en rondom Madeleine Albright die humanitaire overwegingen hebben, maar de drijvende krachten in de VS en de NAVO zijn niet op helpen gericht of op interveniëren uit naastenliefde. Prestige en eigen geloofwaardigheid spelen bij een militaire organisatie een grote rol, ook om haar neer te willen zetten als bepalende factor in de betreffende regio. Juist als die regio tot een andere (lees Russische) invloedsfeer behoort. Als men de NAVO ziet als ‘brandblusser’, verdwijnt gauw het idee dat een deel van de oorzaken van de conflicten juist in het hart van de NAVO-landen zelf (bijvoorbeeld handelspolitiek) kan liggen.

Bovendien vergeet men dan dat de ‘nieuwe’ NAVO – ‘nieuw’ door 1) de oostwaartse expansie en 2) de nieuwe strategie sinds kort van in principe ook out of area (buiten het NAVO-gebied) te willen opereren – veel bedreigender is dan de ‘oude’, louter op verdediging gerichte NAVO. De ‘nieuwe’ NAVO leidt tot toename van de wapenwedloop, vooral bij regionale grootmachten, die na ‘Kosovo’ (het rakettenoverwicht werd toen extra duidelijk) versterking van de nucleaire en/of chemisch/biologische wapens zien als hun enige uitweg. De ‘nieuwe’ NAVO provoceert ook grote (nucleaire) mogendheden als Rusland en China. Vooral de VS roepen de laatste tijd zoveel verzet op, dat Rusland, China en India thans overwegen als tegenwicht een anti-NAVO-pact op te richten. NAVO-expansie en out of area opereren, vooral binnen de Russische invloedssfeer zoals bij Kosovo-oorlog, werkt confronterend. De militair Peter Volten: “De VS strooien zout in de wonden van Rusland” (Internationale Spectator, oktober 1999, p. 527).

Ondermijnen
Een NAVO, die zich gerechtigd acht tot eigenmachtig ingrijpen, zal de positie van de VN nog meer gaan ondermijnen dan nu reeds het geval is. Idem die van de OVSE. Het budget van de laatste staat gelijk aan de kosten voor één straaljager en bedraagt éénduizendste van het budget van de NAVO. Dit zou een groot punt van zorg moeten zijn. Moeten we niet vooral het ideaal van de VN en de OVSE hooghouden? Niemand schrijft de VN en OVSE overigens in theorie af, maar het gaat er om dat in de praktijk hun gezag wordt verzwakt, indien men – hoe kritisch ook – kiest voor de machtigste militaire organisatie ter wereld, die qua doel – dat is het grote verschil met de OVSE, reden dat deze niet kan opgaan in de NAVO – niet gericht is op de internationale rechtsorde, maar op belangenbehartiging van het machtige Westen.

De VN bestaat nu een halve eeuw en in die tijd was zuinigheid troef – de VS hielden zelfs lang hun bijdrage in -, waardoor de VN zich niet echt kon ontwikkelen. We staan aan de vooravond van een millenniumwisseling. Moet de NAVO nu onze partner worden? Nee, de grote uitdaging van de komende eeuw is de internationale democratie en rechtsorde nu eindelijk eens gestalte te geven via de uitbouw van de VN en van de OVSE, welke laatste in Europa niet confronteert maar bruggen slaat. Dit lijkt me, nog afgezien van het programma, meer in de lijn te liggen van de vredestradities van GroenLinks.