20 november 1999

Door: Hans Feddema, Tom Pitstra, Bram van der Lek, Jan Schaake, Jan Slop en Willemijn van der Werff

Volgens Daan Everts, de OVSE-ambassadeur in Kosovo, zegt 80% van de Kosovaren desgevraagd positief te staan tegenover de NAVO-bombardementen. Ook Paul Rosenmöller hanteert dit als argument. Hoe overtuigend is dit? De Albanese Kosovaren zijn alle blij dat het Westen na tien jaar eindelijk tussenbeide komt. Het zou overkomen als verraad als dat niet het geval was. Genuanceerd een onderscheid maken tussen doel en middel is wat anders. Zij die tijdens de 78 dagen van bombardementen de dood vonden – dit, omdat Servische (para)militairen door die bombardementen een alibi kregen om hun haat bot te vieren en ook de kans schoon zagen zonder pottenkijkers Operatie Hoefijzer verscherpt door te voeren – zouden inzake het toegepaste middel, indien ze nog konden spreken, wellicht een ander antwoord hebben gegeven.

Everts bepleitte in het tv-programma Buitenhof (7 november jl.) tevens stopzetting van de economische boycot van Servië. Mede daardoor neemt de GroenLinks-fractie nu gelukkig ditzelfde standpunt in. De oorlog is echter al vijf maanden voorbij. Servië tekende al in juni een vredesakkoord dat aan Kosovo autonomie verleent. Ook de fractie kon zich destijds kennelijk niet meteen onttrekken aan het vijanddenken, ontstaan door 78 dagen lang bombarderen. Zulk vijanddenken maakt militair ingrijpen in een burgeroorlog problematisch, omdat men dan het gevaar loopt partij te kiezen vóór de een en tégen de ander; men wordt deel van het conflict, met escalatie als gevolg.

Vreemd overigens dat men zich niet kon onttrekken aan dit patroon. Van een progressieve vredespartij verwacht je immers onafhankelijkheid en een goede analyse van doel en middelen. Met haar stellingname inzake de oorlog verschilde de fractie echter nauwelijks van die van de regeringsfracties. Het kabinet vond dat prachtig: alle gezichten dezelfde kant uit. Kortom, oorlog laat behalve polarisatie een verrechtsende tendens zien, zoals we deze ook in Engeland tijdens de Falklandoorlog konden waarnemen. In die tendens past dat een deel van de fractie van het momentum na de Kosovo-oorlog gebruik heeft gemaakt om in een discussienota voorstellen te lanceren ten gunste van de NAVO. Dat, terwijl de alliantie nog dit voorjaar door het GroenLinks-congres getypeerd werd als “een verkeerd veiligheidsinstrument” voor het Europese huis van Ierland tot de Oeral, en als een organisatie “die tegenstellingen oproept”. Het is hoe dan ook onverstandig om in strijd met het verkiezingsprogramma nieuw beleid te formuleren op basis van één ‘case’, welke bovendien te kort geleden is om er nu al lessen uit te kunnen trekken.

Nieuw beleid is verder onverstandig, omdat de fractie ten tijde van de oorlog een aantal grote fouten heeft gemaakt. Zij doet het in het algemeen prima, maar inzake Kosovo en Servië is er sprake van een fiasco. Een paar feiten.

  • Omdat het UÇK niet als guerrilla, maar vanuit gefortificeerde dorpen opereerde, waardoor ook burgers bij het beschieten van deze dorpen door Servische tanks geraakt werden, waren zo’n 50.000 van hen de bergen ingevlucht. Op 1 oktober 1998 ging het bij GroenLinks-woordvoerster Marijke Vos (tijdens het Algemeen Overleg in de Tweede Kamer) nog primair om het beschermen van deze vluchtelingen. Zij stelde zich, evenals het IKV, op het standpunt dat om dit doel te bereiken “inzet van grondtroepen met vergaand mandaat” nodig was; zij betwijfelde de effectiviteit van luchtaanvallen, omdat daarmee “de vluchtelingen nog verder in gevaar werden gebracht.” Een half jaar later bleek dit laatste maar al te waar. Maar wie denkt dat consistent aan deze lijn zou worden vastgehouden, komt bedrogen uit.
  • Verder werden de vluchtelingen in de bergen bijgestaan door een drietal internationale humanitaire organisaties, die alle tégen de bombardementen waren: ze zouden de vluchtelingen in dat geval in de steek moeten laten en bovendien vreesden ze dat de vlam in de pan zou slaan. Voorzichtigheid was dus geboden. Echter, bij de GroenLinks-fractie in de Kamer bestond zo’n fixatie op militair ingrijpen, dat deze steeds verder opschoof, zonder zich af te vragen of het middel niet erger was dan de kwaal. Het doel kreeg bij de fractie steeds meer gewicht en het middel minder, terwijl men in de politiek wordt beoordeeld op de vraag of de gekozen middelen wel juist en effectief zijn.
  • Op 8 oktober 1998 rechtvaardigde de regering haar besluit om vooruitlopend op de ‘Activation Order’ zestien F-16-gevechtsvliegtuigen ter beschikking van de NAVO te stellen via resolutie 1199 van de Veiligheidsraad. Ten onrechte, omdat die resolutie wel eisen stelde aan Servië, maar niet het gebruik van geweld jegens dat land legitimeerde. Je zou dus verwachten dat de fractieleden van GroenLinks, net als hun collega Van Bommel van de SP, Van Aartsens interpretatie van die resolutie niet onderschreven. Ook omdat het kabinet de tekst daarvan niet had meegezonden met de stukken (zoals later evenmin de relevante teksten van Rambouillet), maar vooral omdat het bij de F-16-vliegtuigen ging om inpassing in een luchtoorlog, waarvan door de fractie een week eerder immers was gesteld dat die de vluchtelingen juist in gevaar bracht. Helaas bleek die verwachting een illusie. De GroenLinks-fractie ging evenals de andere fracties, met uitzondering van de SP, expliciet akkoord met luchtacties tegen Joegoslavië. Net als de NAVO in het algemeen, belandde zij daardoor op 8 oktober in een fuik met nauwelijks nog een weg terug.

Waarom nu de lijn van 1 oktober niet consistent vastgehouden en daaraan consequenties verbonden? Te meer omdat de NAVO-raad op 13 oktober 1998 bij de ‘Activation Order’ principieel koos voor een luchtoorlog en de optie van een grondoorlog uitdrukkelijk uitsloot. In een artikel in het oktobernummer van dit jaar van Internationale Spectator stelt Dick Leurdijk dat de fracties zich hiervan vijf maanden later niet bewust leken, althans er “nauwelijks aandacht aan besteedden.” Onthutsend. En GroenLinks? Het buitenlandoverleg wees in meerderheid instemming met de strafacties af, en ook Mient Jan Faber (IKV) adviseerde tegen de bombardementen, omdat die averechts zouden werken. Columnist Koen Koch voorspelde een orgie van geweld en Hans Feddema waarschuwde in een radiodebat met Marijke Vos voor wraakacties.

Marijke zegt nu achteraf in een evaluatiestuk dat risico wel te hebben gezien en zich af te vragen of de NAVO daarom wel echt klaar was voor haar actie. Dank je de koekoek! Hoe kan men zulke opmerkingen maken, als daar geen consequenties aan worden verbonden? De fractie ging echter op 23 oktober op haar wekelijkse vergadering mirabele dictu toch akkoord met de luchtacties, zij het onder voorwaarde dat tegelijkertijd grondtroepen werden ingezet. Vreemd, omdat zoals gezegd bij de ‘Activation Order’ grondtroepen waren uitgesloten. De ‘hoofdsteden’ van de NAVO-landen hadden dat unaniem beslist. Zowel de buitenland- als de defensiewoordvoerder had dit moeten weten.

Nog erger werd het, toen de fractie op 24 maart bij het Algemeen Overleg, nadat minister Van Aartsen had meegedeeld dat grondtroepen absoluut geen optie waren, de voorwaarde van inzet van grondtroepen liet voor wat ze was en gewoon met de bombardementen instemde. In het debat werd die voorwaarde ontmaskerd als een slag in de lucht, waarop de Tweede Kamerleden Ineke van Gent, Farah Karimi en de voorzitter van de Eerste Kamerfractie, Wim de Boer, terecht hun instemming met de oorlog introkken.

Het beleid van voorwaarden stellen, maar ze niet gestand doen, herhaalde zich vervolgens. Ook Paul Rosenmöller werd meegesleurd in dit beleid. Ook hij maakte de dramatische inschattingsfout van de NAVO, namelijk dat Servië na drie dagen wel zou opgeven. Hij beloofde op een extra partijraad in april dat wat hem betreft een grens was bereikt, als duidelijk zou worden dat de NAVO haar luchtacties op civiele doelen zou richten. In mei bleek dat het geval. Formeel een oorlogsmisdaad. Toen onderzoeksinstituten, onder meer van de Universiteit van Hamburg, zelfs met exacte cijfers kwamen in deze, en partijraadsleden Rosenmöller daarmee confronteerden, beriep hij zich op ‘andere’ gegevens van het Ministerie van Defensie. Onthullend. Sinds wanneer gaat een oppositiepartij in oorlogstijd louter af op gegevens van de macht? Bovendien erkende de NAVO in juli dat in mei een kleine ‘topgroep’ binnen de alliantie, buiten de meeste ‘hoofdsteden’ om inderdaad had besloten tot een ommezwaai naar civiele doelen.

Trouwens, ook inzake de onderhandelingen in Rambouillet voer de fractie blind op officiële mededelingen van westerse kant. Of onderhandelingen zijn vastgelopen, is altijd arbitrair. Met wat meer geduld of creativiteit lukt het soms ineens wel weer. Er was trouwens in het kasteel in Frankrijk al heel wat bereikt. Echter, in hoeverre zijn er van westerse kant op het laatst niet te hoge eisen gesteld? Bijvoorbeeld dat de vredesmacht louter uit NAVO-troepen moest bestaan, terwijl dat bij het akkoord getekend in juni niet meer hoefde? De Kamerleden moesten in deze afgaan op de blauwe ogen van Van Aartsen. De relevante Rambouilletteksten ontbraken zelfs. Dat de Tweede Kamer op deze wijze akkoord ging met bombardementen is gewoon een schande.

De NAVO-operatie (N.B. kosten: 130 miljard gulden) is bovendien door het oog van de naald gegaan. Men zat op een gegeven moment echt met de handen in het haar en het is dankzij Rusland dat dit weer enigszins werd recht gebreid. Het is ook in het licht hiervan schokkend, dat de Kamer bij dit alles zo’n povere beeld liet zien van de werking van democratische controle. Leurdijk wijst daar terecht op in genoemd artikel. Oorlog is immers geen kleinigheid.

GroenLinks heeft inzake leven en dood de naam een gewetensvolle partij te zijn. Logisch dat Van Aartsen haar steun voor de bombardementen graag omarmde. Het kon (en heeft ook inderdaad) onrust in kringen van de PvdA voorkomen. GroenLinks kreeg complimenten dat de partij hierover een openbare discussie voerde. De Tweede Kamerfractie deed echter weinig of niets met dit debat. Ze negeerde in de praktijk zelfs de motie van de extra partijraad in april om de steun in te trekken, indien ook civiele doelen het doelwit zouden worden. De bombardementen werd tot het laatst toe steun verleend. Het imago van GroenLinks kreeg zeker bij de vredesbeweging daardoor een ernstige deuk. Dit beeld behoeft correctie. Via een uitspraak van het congres in maart wellicht, als sluitstuk van het in de partij gaande debat? Fraaier zou zijn, maar voor politici moeilijk, als de meerderheid van de fractie de gemaakte fouten zou erkennen.
__________

J.P. Feddema: antropoloog en buitenlandspecialist binnen Groenlinks
T. Pitsra: lid van de Eerste Kamer voor GroenLinks
B. van der Lek: ex-fractievoorzitter PSP en lid van de GroenLinks-werkgroep Veilgheid en Vrede
J. Schaake: voorzitter GroenLinks-Overijsel en staflid Kerk en Vrede
J. Slop: voorzitter van het Landelijk Beraad van Vredesorganisaties (LBVO) en ex-gemeenteraadslid van GroenLinks-Oostzaan
W. van der Werff: gemeenteraadslid Woenseradeel en secretaris Tribunaal voor de Vrede

Advertenties