14 januari 2000

Toch wel historisch, het meemaken van zo’n millenniumovergang. In mijn dorp Woubrugge wilde een oude man van 100 jaar, geboren in 1899, graag de overgang naar 2000 halen. Het idee dan bovendien in drie eeuwen te hebben geleefd, sprak hem aan. Hij stierf echter op 30 november, vredig in zijn slaap. Onze wensen worden kortom niet altijd vervuld.

Hoe ervaar ikzelf het begin van dit nieuwe millennium? De millenniumgedachte leeft niet zo bij me, ook al vond ik het wel belangrijk oudjaar in een groot gezelschap te vieren. Ik deed dat samen met zo’n 40 vrienden(innen), in het Inn-hotel in Zutphen. We hebben elkaar overigens eind 1999 wel een gevoel aangepraat dat we Kerstmis echt gezellig moesten maken en de millenniumovergang waardig moesten vieren. Ik merkte dat ik daar niet helemaal ongevoelig voor was. Gelukkig is het leven nu weer gewoon.
Op de terugweg heb ik samen met twee vrienden het jaar ingewijd met een drie uur lange wandeling op de Veluwe. Heerlijk zo tussen de bomen. Een goed begin, maar toch heb ik niet een speciaal millenniumgevoel.

Eenmaal aangekomen in Woubrugge, waar ik me vooral gedurende de eerste week heb voorbereid op mijn verhuizing van 1 februari, ervaar ik deze tijd als een gewoon nieuwjaar. De voorbereiding bestaat bijvoorbeeld uit het doornemen van oude papieren van mijn universitaire, politieke en vredeswerk. Kijken wat er weg kan, voordat de verhuizer gaat inpakken. Ook oude persoonlijke brieven en stukken van acties waarbij ik een leidende rol speelde, gaan door mijn vingers. Kortom, een emotioneel gebeuren.

Dat is verhuizen overigens sowieso als je lang in een huis hebt gewoond, ook al is het nieuwe huis (i.c. in hartje Leiden) een wenkend perspectief. Mijn ex-vriendin Gudrun, met wie ik hier negen jaar samenwoonde, belde me begin januari op, om me een goed nieuwjaar te wensen. Ze voegde er als spirituele vrouw aan toe dat ze graag samen met mij ritueel afscheid wilde nemen van het huis. Natuurlijk stemde ik toe.

Trouw
Deze periode staat overigens ook in het teken van een ander afscheid. Op 6 januari schreef ik een brief aan de hoofdredactie van Trouw. Ik vertelde dat ik na lang wikken en wegen heb besloten mijn abonnement per 1 februari op te zeggen en de krant te verruilen voor De Volkskrant. Was er inDe Volkskrant tijdens de Kosovo-oorlog nog sprake van een boeiende columnistenstrijd, Trouw koos veel ongenuanceerder partij ten gunste van de oorlog. Deze voorkeur was ook terug te vinden op de podiumpagina van de krant: fijnproevers bespeuren er een taboe als het gaat om kritiek op de NAVO.
Ik heb Trouw laten weten dat het niet in de vormgeving zit, maar in de wat zwakke buitenlandpagina, de geringe (kritische) visie en het steeds vaker ontbreken van een politiek-ethische dialoog. De krant is op zich niet slecht, maar dreigt ze door de vaak nogal lange verhalen niet te saai, te technischclean of te veel ‘van bovenaf’ te worden? En daardoor enigszins dichtgetimmerd, niet in de laatste plaats de podiumpagina?

Hoe dan ook, ik voelde de laatste tijd een stuk vervreemding en vond het goed een tijdje afscheid te nemen. Na de krant vanaf mijn studententijd als een soort lijfblad te hebben gelezen en er ook veel in te hebben geschreven, is dit natuurlijk toch even slikken. Hoe bewust ik het ook doe, ik sluit niet uit dat ik er nog eens op terug kom, zo liet ik ook de hoofdredactie weten.

Op zondag 9 januari heb ik een laatste dienst bijgewoond in mijn kerk in Woubrugge. Ik ben geen trouwe kerkganger meer, ook al hoop ik in Leiden, in de mooie oude Hooglandkerk, waar ik vlak naast kom te wonen, wel veel ecclesia-diensten bij te wonen. Zo’n bewust informeel afscheid van mijn Woubrugse kerk was toch leuk, al was het alleen maar vanwege de gemeenschap, de herkenning en de gesprekken na afloop bij de uitgang van de kerk.

Behalve telefoon en fax is in zo’n periode van verhuizing, waarin je veel activiteiten en bijeenkomsten afzegt, ook e-mail erg functioneel. Correspondentie per E-mail is behalve plezierig ook snel. Handig dus als je moet woekeren met je tijd.
Ik heb sinds kort overigens ook een eigen website, samengesteld door mijn vriend Robbert Vermue. Hij had tijdens de NAVO-oorlog vorig jaar wel een ander standpunt dan ik, maar dat is nu verder geen punt tussen ons. Sterk van hem. Op die website kan men al mijn gepubliceerde artikelen van vorig jaar lezen. Het laatste heet ‘De onbedoelde gevolgen van humanitaire oorlogen’.

NAVO?
Ik heb trouwens ook even overwogen een weerwoord te schrijven op het verhaal van Ab Harrewijn (Tweede Kamerlid voor GroenLinks) in het kerstnummer van Linker Wang, waarin hij reageerde op het mijne in november. Ik kreeg 13 december de tekst onder ogen over vrede en veiligheid van een ad hoc-werkgroep van GroenLinks. De werkgroep stond onder voorzitterschap van Wim de Boer en bestond verder uit vertegenwoordigers van de fractie (Ab en ook Marijke Vos), het partijbestuur alsmede uit critici binnen de partij.

Het lijkt inmiddels aardig gelukt de standpunten wat tot elkaar te brengen. Beide partijen lijken water bij de wijn te hebben gedaan, alleen hielden Marijke en Ab, ondersteund door een enkele anderen in de werkgroep, vast aan hun NAVO-standpunt. Dat is jammer. Als je ten behoeve van vrede en veiligheid in de wereld de internationale rechtsorde wilt uitbouwen, dan moet je immers niet je toevlucht nemen tot een militaire belangenorganisatie van één bepaald (machtig) deel van de wereld. Al is het alleen maar vanwege de scepsis en de boosheid die dit elders oproept, en vanwege de ondermijning van het gezag en functioneren van de Verenigde Naties.
Er zijn op dit punt nu twee varianten, namelijk een pro-NAVO-standpunt, zij het met wat kritische kantekeningen, en een standpunt gericht op een alternatief, en daarmee de vervanging van de NAVO. Het congres van 18 maart in Zwolle zal tussen die twee moeten kiezen. Ik besluit uiteindelijk maar af te zien van een weerwoord op het artikel van Ab. Mijn argumenten heb ik immers ontvouwd in het novembernummer van Linker Wang.

Inmiddels zijn er hier in Woubrugge drie verhuizers komen kijken om een offerte uit te brengen. Een aparte wereld. Eén van hen zei me: “We maken soms de gekste dingen mee, u zou er een boek over kunnen schrijven, denk maar aan echtscheidingsdrama’s bij het verhuizen”. Ik geloof dat graag. Op dit moment is het voor mij even wat belangrijker dat de verhuizer voor wiens offerte ik koos, ook een vijftiental dozen wil inpakken van nog niet gesorteerd historisch materiaal op zolder. Dozen die ik voorlopig in een hoekje in het nieuwe huis kan opstapelen. Het is een compromis. Ik neem afscheid van mijn huis en het vorige millennium, maar een deel daarvan sjor ik dus mee. Om later weer uit te pakken voor nadere reflectie. Gaat dat niet meestal zo in het leven?

Advertisements