26 januari 2000

Onderstaand vindt u de integrale tekst van een lezing gehouden op 26 januari 2000, tijdens de studiedag ‘Conflict..en dan?’ voor ‘Besturen en Vredesverantwoordelijken van rooms-katholieke Congregaties’ in het conferentieoord Onze Lieve Vrouw ter Eem te Amersfoort.

We voelden ons na de val van de Muur overvallen door etnische conflicten in Oost-Europa. Ten onrechte, omdat dergelijke conflicten in de Derde Wereld al legio waren. Ik noem slechts Sri Lanka en Soedan. Daarbij ging het om nationale minderheden die qua taal, cultuur en ook politiek onderdrukt werden en daartegen in opstand kwamen. Het ging aan ons voorbij of we trokken er te weinig lering uit. Waarom? In de eerste plaats was het te ver van ons bed. Bovendien eisten de koloniale oorlogen in Indonesië, Algerije en in de Portugese delen in Afrika onze aandacht op. Ook kregen veel conflicten in Azië, Afrika en Zuid-Amerika al spoedig een ideologische geladenheid al dan niet in het kader van de machtsstrijd tussen het kapitalistische Westen en de Sovjetunie. U herinnert zich dat nog wel. Ook de Israël, dat als een nieuwe westerse Fremdkörper in een Arabische cultuurzone begrijpelijkerwijs in een zeer emotioneel en helaas ook bloedig conflict verwikkeld raakte, kreeg al gauw een Koude Oorlogsdimensie.

Nu is dat voorbij. De VS zijn bezig de mede door eigen westers toedoen teweeggebrachte schade wat te herstellen en druk uit te oefenen ten gunste van het vredesproces in Israël. ‘Twee volkeren, twee staten’ lijkt, nu Israël er eenmaal is, de beste oplossing. Of dat voldoende rechtvaardig gebeurt, is de vraag. Anneke Jos Mouthaan schrijft in een verklaring van het Stuurcomité Israëlische Vredesgroepen van 30 november jl.:

  • Barak is niet van plan de nederzettingen op te ruimen;
  • De grote nederzettingen zijn sinds Barak verder uitgebreid;
  • Het inpikken van land gaat gewoon door;
  • Barak wil niet veel aan het vluchtelingenprobleem doen;
  • Barak is niet van plan Jeruzalem te delen met de Palestijnen;
  • Barak schijnt Palestijnen 18% van Westoever te willen aanbieden, dus 4% van het gehele gebied tijdens het Britse Mandaat.

Dat lijkt niet erg op delen en voorspelt weinig goeds voor de toekomst, hoe hoopvol we graag ook willen zijn na de voor de Arbeiderspartij gunstig verlopen verkiezingen van vorig jaar. Het is echter in plaats van ‘vrede door gerechtigheid’ nog te veel ‘vrede door kracht’ of door macht, en dat is vragen om moeilijkheden. Dit was even een uitstapje in mijn betoog. Het betreft hier een belangrijk conflict, dat gezien het potentieel aan wapens bepaald niet zonder risico’s is.)

Was er bij Israël dus sprake van een verlate en mede daardoor extra omstreden kolonisatie, het algemene proces van dekolonisatie ging gelukkig gewoon door. Na Hongkong, Oost-Timor en Macau lijkt dat nu te zijn voltooid. Voorts is het aantal marxistische regimes na het instorten van de Sovjetunie drastisch gereduceerd. Een land als Cuba bijvoorbeeld, heeft na zijn escapades in Angola thans zo aan betekenis ingeboet – het wachten is op de dood van Castro -, dat niemand zich er nog druk om maakt. Behalve dan de VS, die Cuba nog rangschikken onder de ‘schurkenstaten’, hetgeen iets zegt over de VS zelf.

De komende tijd zullen we nog veel horen van gewapende conflicten, vooral burgeroorlogen. Niet alleen omdat we nog steeds of opnieuw te maken hebben met het proces van nationbuilding, maar vooral omdat we te maken hebben met schaarste en ongelijke welvaartsdeling, die een machtsstrijd van de elite veroorzaken. Religieus fundamentalisme kan daarbij een rol spelen, zoals nu in Algerije. Het is trouwens ook vaak een toevlucht zoeken tot het spelen van de religieuze kaart door gefrustreerde politici, bij gebrek aan een ander middel om de decennialange monopoliepositie van de heersende elite te doorbreken. In Algerije was die door achteraf sterk geromantiseerd revolutionair geweld aan de macht gekomen, waaraan ze min of meer het recht ontleende voor eeuwig aan de macht te blijven, met alle gevolgen van dien.

Macht corrumpeert. We zien dat nu ook bij politici in Duitsland, maar de belangrijke les van de via geweld geboren staat Algerije is, dat deze machtscorruptie op haar beurt in de lijn van die geschiedenis een tegenreactie van bloedig geweld opriep, die zijn weerga nauwelijks kent. En als de geest van tegengeweld eenmaal uit de fles is, gaat die er moeilijk weer in. Ook wij gaan hierin niet vrijuit. Frankrijk sprak zelfs van een overzeese provincie en onthield Algerije veel te lang de onafhankelijkheid.

Fout was ook, dat we vroeger, in de koloniale tijd, bepaalde godsdiensten voorrechten hebben gegeven. Dat was het geval met de christenen op de Molukken, de protestanten in Ierland en ook de christenen op Sri Lanka. Het geeft nu wraakacties van moslims op de Molukken te zien en leverde eerder analoge reacties op van Ierse katholieken in Ulster en van boeddhisten op Sri Lanka (waardoor de laatsten later hun frustratie daarover botvierden op de via christelijke scholen meer ontwikkelde Tamils). In West-Afrika zie je vandaag spanningen tussen de vanuit het noorden opdringende islam en het christendom. Er zijn geluiden dat de animositeit daar steeds vaker langs religieuze lijnen verloopt en dat men uiting geeft aan vooroordelen en boosheden in de trant van ‘zie je wel, hij of zij is een moslim of christen’.

Ik voorzie in de komende tijd 3 soorten conflicten:

  1. Conflicten rondom nationbuilding en rechten van minderheidsnaties;
  2. Conflicten langs culturele breuklijnen in de wereld;
  3. Conflicten samenhangend met de big power-rivaliteit.

ad 1) De politieke elite, vooral van jonge naties, streeft naar een gezamenlijk natiegevoel en onderdrukt daardoor vaak de minderheidsnaties in hun taal- en andere rechten. Het Turks-Koerdische probleem is daarvan een overduidelijk voorbeeld. Het speelt bijna overal in Afrika, ook al staan de op zich legitieme rechten van minderheden soms in de schaduw van de machtshonger van politici. Het speelt eveneens in Azië. Denk aan Sri Lanka, waar de Tamils na tien jaar onafhankelijkheid hun recht van het Tamil als tweede officiële taal werd ontnomen. Als je iets wat je als minderheidsnatie al hebt bereikt, ineens ontnomen ziet worden, heeft dat extra bitterheid tot gevolg. Van het bestaan van één natie is nu op Sri Lanka geen sprake. Het land wordt tot op vandaag geteisterd door een uitzichtloze militaire strijd, waarbij helaas ook de Tamiltijgers in hun geweldsfanatisme van geen ophouden meer weten. In Oost-Europa is nu hetzelfde gaande. Kroatië had bijvoorbeeld nooit door het Westen als onafhankelijke staat mogen worden erkend, vóórdat de culturele en politieke rechten van de grote Servische minderheid aldaar waren veiliggesteld.

Hier ligt een stuk schuld van het Westen voor het drama Joegoslavië, vooral van Duitsland. Max van der Stoel doet nu overigens goed werk ten gunste van rechten van minderheden, zoals in de Baltische staten. Een belangrijke vorm van conflictpreventie, die intensiever en ook elders in de wereld moet plaatsvinden. Nederland en de EU moeten het geven aan en garanderen van rechten aan minderheidsnaties sterk bevorderen.

ad 2) De Amerikaanse hoogleraar Samuel Huntington van Yale Universitynoemt een zes- à zevental cultuurzones of beschavingen, die door het grote verschil in religie, geschiedenis, waarden en instituties als het ware door breuklijnen van elkaar gescheiden zijn. Soms lukt het zo’n breuklijn door dwang tijdelijk te overstijgen via een feodaal of ander autoritair, i.c. communistisch bewind. Zodra dat communisme wegvalt, zoals in Joegoslavië het geval was, blijkt echter hoe dun een dergelijk integratievernisje is. De ander is qua cultuur en traditie zo wezensvreemd en de vooroordelen zijn vanuit de traditie zo diepgeworteld, dat men bij het minste of geringste in staat blijkt tot het creëren van een enorme haat aan weerskanten.

Het Westen onderschat die breuklijnen. Dit blijkt in Bosnië, waar er drie aparte staatjes zijn, ook al wordt een westerse constructie van een schijneenheidsstaat met veel militaire aanwezigheid in stand gehouden. Er zijn drie breuklijnen in Bosnië – in wezen in heel Europa, maar ze kruisen elkaar alle drie in Bosnië -, namelijk die tussen de westers-christelijke en de oosters-othodoxe cultuurzone en die tussen deze beide en de islamitische beschaving. In Kosovo, waar de NAVO zelfs miljarden spendeerde voor de multiculturele gedachte via een oorlog die escalatie teweegbracht, is het hetzelfde laken een pak: de kloof tussen de Serviërs en Albanezen is cultureel zo groot en de haat na de militaire interventie van de NAVO zo gegroeid, dat een multicultureel samenleven nu onmogelijk lijkt.
Andere van zulke breuklijnen vind je in de Kaukasus, tussen Oekraïne en Polen, in Roemenië, in India alsmede tussen dat land en Pakistan, in Indonesië, in West-Afrika en in Tibet. Indien het Westen deze breuklijnen negeert, zoals bij de ongelukkige NAVO-expansie op de vrij diepe breuklijn vanaf 1054 tussen westers christendom en oosterse orthodoxie (de Engelse historicus Ash spreekt er in zijn recente boek over Oost-Europa ook over, maar onderschat die kloof), is dat spelen met vuur. Dat is in het algemeen zo, als men, zoals ik thans vooral bij de VS bespeur, door arrogantie van de macht grote en kleinere mogendheden met een andere cultuurzone als de onze, zoals Rusland, China, India en Iran, te veel tart.
Ik onderschrijf de stelling van Huntington, geuit voorafgaande aan de Kosovo-oorlog, dat Westerse interventie in aangelegenheden van andere culturen “waarschijnlijk de gevaarlijkste bron is van instabiliteit en conflict in de wereld en dat daarom terughoudendheid is geboden jegens gewapende interventies”. ‘Humanitaire interventie’ wordt hoe dan ook, met de woorden van Rob de Wijk, absoluut niet universeel gedragen. Mensenrechten hebben op zich wel een universeel karakter, maar op dat punt de militaire dwingeland te gaan uithangen, is contraproductief. Ik ben tegen de doodstraf en zeg dat met argumenten omkleed tot mijn Amerikaanse vrienden. Ze zouden me echter van humanitair imperialisme kunnen betichten, indien ik hiervoor een Europese interventie in Amerika zou bepleiten. Wellicht goed het ook eens in dit licht te bezien.

De 90-jarige Amerikaanse oud-diplomaat George Kennan vroeg zich onlangs af waarom China zichzelf per se moet besturen zoals wij dat doen. Hij vervolgt: “De neiging om onszelf te beschouwen als het middelpunt van de politieke verlichting en als leraren voor een groot deel van de rest van de wereld is ondoordacht, verwaand en onwenselijk. Als we menen dat onze manier van leven navolging verdient, dan is de beste aanbeveling niet de anderen de les te lezen, maar zelf het goede voorbeeld te geven”. Als je, zo voegt hij er aan toe, toch wilt dat de zaken elders verlopen zoals bij ons gebruikelijk is, dan is de enige optie “in veel landen de regeringsmacht over te nemen, waar de zaken gaan zoals in hun cultuur gebruikelijk is”. Hij verwerpt dat totaal, omdat “dollars noch bajonetten welslagen kunnen garanderen” (NRC Handelsblad, 28 augustus 1999).

ad 3) Veel conflicten mogen niet of nauwelijks meer een interstatelijk karakter hebben. Hoopt men. De big power-context zal nochtans voor extra problemen zorgen, wellicht rampzaliger dan vaak wordt gedacht. De meeste van de conflicten vinden immers plaats in landen binnen de invloedssfeer van een grootmacht. Zo liggen De Kaukasus en Joegoslavië binnen de Russische invloedssfeer. Als andere grootmachten zich daar te veel mee gaan bemoeien (militair-strategisch en al of niet onder een humanitaire vlag, dan wel om een belangrijke oliepijpleiding in handen te krijgen – of deze om Rusland heen te leiden, zoals het de VS recent lukte in de Kaukasus), dan geeft dat uiteraard spanningen. Van China weten we dat het Tibet bezet houdt, Taiwan terug wil en voorts Noord-Korea wat in bescherming neemt. De VS hebben echter als enig overgebleven supermacht heel wat meer landen in hun invloedssfeer. Ze hebben zelfs drie grote ensembles onder hun voogdij ontwikkeld. Dit zijn: a) het transatlantische ensemble, waarbij men West-Europa, maar ook Oost-Europa – om het mild te zeggen – in het vizier kan houden; b) het Aziatisch-Pacific ensemble, om Japan onder voogdij en China binnen de perken te houden; c) het Nabije Oosten, om een greep op de Arabisch-islamitische wereld en Israël te houden.
Afgezien van deze drie ensembles verdringen de VS de laatste twee jaren Frankrijk zelfs enigszins in Afrika, vooral activiteiten ontplooiend in het mineralenrijke Midden-Afrika.

Economische en machtsbelangen spelen dus ook vandaag bij uitstek een rol, ook al lijkt het vaak wel alsof de moraal domineert. De VS ontzien het economisch steeds sterker wordende China, maar niet het huidige verzwakte Rusland. Dat, en meer in het algemeen de ‘arrogantie’ van de Amerikanen leidt tot meer en meer argwaan en weerzin in Oost en Zuid. Een uiting daarvan is dat grootmachten als Rusland, China en India zich beraden op het vormen van een gezamenlijk tegenwicht, een soort anti-NAVO. Ik merk die weerzin tegen de VS als antropoloog trouwens ook bij ‘doorsneemensen’ in de Derde Wereld.

Is het inderdaad zo dat de VS wat moet worden teruggefloten, juist ook door ons als Europese vrienden? Kritisch zijn ten aanzien van macht in eigen kamp is zeker belangrijk in het kader van de gerechtigheids- en vredesverwerkelijking. Er is sinds 1989 geopolitiek niet meer sprake van een bipolaire, maar van een unipolaire situatie van supermachten. Het ontbreken van een balance of power heeft als nadeel dat het de enig overgebleven supermacht verleidt tot machtsmisbruik. Er zijn twee dingen die daarbij horen: het scheppen van vijandbeelden en de idee de morele leider van de wereld te zijn.

Ze waren beide aanwezig in de containment-strategie van de VS tijdens de Koude Oorlog, dus het zogenaamde indammen van het communisme. ‘Kill a Commie for Christ’ stond tijdens de Vietnam-oorlog op Amerikaanse autobumpers. Vandaag komen we beide ook tegen in het VS-beleid jegens zijn zes ‘boef-staten’, te weten Iran, Noord-Korea, Cuba, Libië, Syrië en Irak. Vijandbeelden komen voort uit ons zelfbeeld. Ons westerse zelfbeeld is democratie, ontwikkelingssamenwerking, humanitaire interventie en dat soort nobele zaken. Schurken komen ons van pas, omdat zij onze identiteit versterken. En wat het tweede punt betreft: we zijn zeker rijk en machtig. Dat verplicht, maar geeft ons niet het recht de morele leiding in de wereld ons toe te eigenen, noch politieagent van de wereld te spelen. Vijf argumenten:

  1. Het Westen heeft in deze haar geschiedenis tegen;
  2. Veel conflicten zijn mede te herleiden tot fouten van het Westen zelf;
  3. Het Westen is een rijk deel van de wereld, maar vormt niet de internationale rechtsorde;
  4. Als je machtig bent, zijn er altijd verborgen agenda’s. Je zegt dat je wilt helpen via de militaire optie, maar ondertussen spelen machtsbelangen tevens een rol;
  5. Welvaart en rijkdom roepen bij onszelf aanmatiging op en bij anderen argwaan, zeker bij de wat sterkere tegenspelers.

West-Europeanen hebben inzake de geschiedenis drie dingen tegen: de kruistochten, de oostwaartse expansie – met de veldtocht van Napoleon in 1812 en die van Hitler in 1941 als hoogtepunten – en het kolonialisme. De Europeanen waren als kolonialisten, vergeleken met anderen, extreem wreed. Ook wij Nederlanders gaan daarbij niet vrijuit. En wat de kruistochten aangaat: vooral die van 1099, waarbij Jeruzalem na vijf weken beleg werd ingenomen en in twee dagen 40.000 Arabieren over de kling werden gejaagd, was zeer bloedig. Is het gek dat de Arabieren het westerse imperialisme in hun regio aanduiden met ‘al-salibijja’, het Arabische woord voor kruistocht? De Amerikanen mogen zich soms of vaak een uitverkoren volk voelen, ook zij hebben niet het recht zich de morele leiding in de wereld toe te eigenen. Ook gezien de grote rol van de slavernij in hun geschiedenis en hun etnische zuivering jegens de Indianen. Trouwens, ook het recente Amerikaanse beleid in Midden- en Zuid-Amerika is verre van fraai. Nog vorig jaar kwam via de in 1996 ingestelde Waarheidscommissie in Guatemala aan het licht, dat “de VS jarenlang geld en militaire training gaven aan het Guatemalteekse leger, dat genocide pleegde tegen de Maya-Indianen” en voorts ook “via de CIA illegale terreuroperaties aldaar steunde” (De Volskrant, 21 februari 2000).

Welke methoden gehanteerd zijn jegens Irak, inclusief het toetsen van uraniumhoudende munitie (N.B.: ook in de Kosovo-oorlog) en tanks tijdens de Golfoorlog, is bekend. Ook dat de VS de VN-ontwapeningscommissie UNSCOM gebruikte als dekmantel voor spionage. De VS overschatten hun eigen macht en hebben volgens de Amerikaanse publicist Irving Kristol in hun hegemoniedenken en in “hun provoceren vulgaire trekken” (NRC-Handelsblad, 22 augustus 1997). Het bombarderen van Joegoslavië door de NAVO gebeurde zonder machtiging van de Veiligheidsraad, maar dat was al eveneens het geval met het bombarderen van Irak door de VS samen met Engeland in 1998. De kritische Amerikaan Noam Chomsky zegt hierover: “The US and its British lieutenant want to show that the arena of force is the way you rule the world”.

De bewustwording hierover is gering. Mensen weten niet dat de huidige relatie met Rusland gedurende de laatste tien jaar nooit slechter is geweest. Het zal wel aan de Russen liggen, denken we. De Amerikanen hebben ons ooit bevrijd en de Democraat Clinton heeft toch een redelijk progressieve uitstraling. Lag het maar zo gemakkelijk. Ik bepleit geen anti-Amerikanisme, maar wel een kritische houding. Ik bewonder de presidenten Wilson en Franklin Roosevelt, van wie het idee van een Volkerenorganisatie afkomstig is. Het doet echter pijn, dat juist het land waar dit Wilsoniaanse idee gestalte kreeg, nu de Verenigde Naties meer als een soort rivaal ziet en hun zelfs zijn financiële bijdrage onthoudt. De VN bestaan nu vijftig jaar en in die tijd was zuinigheid troef, waardoor de VN zich niet echt konden ontwikkelen. En nu we deze eeuw voor de uitdaging staan de internationale democratie en rechtsorde eindelijk eens structureel gestalte te geven en terwijl het nu bij uitstek in het vermogen van de VS als enig overgebleven supermacht ligt de VN tot een succes te maken, ondermijnen ze juist de positie en het gezag van de VN.

President Reagan begon er mee, maar het opmerkelijke is dat Clinton dit afwijken van of voorbijgaan aan de internationale rechtsorde in hoge mate opvoerde. Niet alleen Chomsky wijst daarop, maar ook Huntington toont zich daar zeer bezorgd over. Clinton bewapende, ondanks een formele wapenblokkade, de Kroaten en Moslims tijdens de Bosnië-crisis en ‘pusht’ waar mogelijk de NAVO. ‘Rambouillet’ mislukte hoofdzakelijk omdat de Amerikanen beslist wilden dat de vredesmacht in Kosovo louter uit NAVO-troepen zou bestaan, hoewel ze later in het Bonn-akkoord wel instemden met Russische troepen erbij. Bosnië is vandaag niet een VN-protectoraat, maar een westers protectoraat, waar overigens de Bosniërs niets hebben in te brengen. Bosnië is nu een soort kolonie van ons. Voorheen was er geen vredesakkoord in Bosnië; er dan niettemin VN-blauwhelmen naar toesturen was vragen om moeilijkheden. Door daarmee in te stemmen, haalden de VN zichzelf onderuit en sindsdien is er een enorme lobby vooral van de VS om de plaats van de VN te laten innemen door de NAVO.

Hierdoor en voorts door 2) de militair volstrekt onnodige NAVO-expansie richting Russische grens, 3) de onzalige Kosovo-oorlog en 4) het NAVO-besluit van eind april 1999 om, als vitale westerse belangen in het geding zijn, ook out of area te kunnen opereren, is een enorm wantrouwen opgeroepen bij China en vooral Rusland.
China heeft recent haar defensiebegroting sterk opgevoerd en Poetin stelde begin januari in het kader van ‘Rusland herrijst’ een nieuwe veiligheidsdoctrine vast, waarin men het Westen weer ziet als dreiging nummer één. Provoceren werkt dus averechts. De tegenstanders van zowel de NAVO-expansie als de NAVO-luchtoorlog op Joegoslavië krijgen steeds meer gelijk. Rob de Wijk sluit een nieuwe Koude Oorlog niet uit. Tel uit je winst.

Hebben we politiek zitten slapen de laatste tijd? Mooie woorden over conflictpreventie, maar de oostwaartse NAVO-expansie was uiteraard het tegendeel daarvan. Een kind kon dat aanvoelen, maar niemand luisterde naar critici als Bolkestein. (Ikzelf schreef overigens vanaf 1995 ook zes of zeven artikelen in dagbladen om te waarschuwen tegen de NAVO-expansie. Achteraf op deze manier gelijk krijgen is zuur). Hetzelfde geldt voor degenen die waarschuwden voor de geopolitieke dimensie, dat wil zeggen de onbedoelde internationale gevolgen van de NAVO-bombardementen op Joegoslavië. Het grote probleem in deze lijkt nogmaals de relatie tussen VN en VS. De eerste symboliseert de vrede en gerechtigheid en de tweede de realiteit van de macht. Helaas staan deze twee aldus de Franse publicist Dominique Moisi maar al te vaak “tegenover elkaar in plaats van elkaar te steunen en aan te vullen” (NRC-Handelsblad, 6 januari 2000). Dit is bij uitstek een reden geen goedkeuring te verlenen aan eigenmachtig optreden van de NAVO, hoezeer ook humanitair gerechtvaardigd. Het is zaak onomwonden ‘nee’ te zeggen tegen het Amerikaanse spel van ondermijning van de VN. Thans kiezen voor de NAVO, zoals een groep in GroenLinks wil, is daarom een verkeerd signaal.

Wat staat betrokken mensen zoals u en ik ten slotte te doen?

  1. Altijd kritisch zijn ten aanzien van macht, ook als het bevriende staten betreft als de VS;
  2. Steeds weer eerst de hand in eigen boezem steken als het gaat om het optreden van het Westen en de VS, vroeger en nu;
  3. Altijd eerst de oorzaken van geweldsuitbarstingen analyseren, vooral ook het actie- en reactiemechanisme, dat bij geweld steeds een rol speelt;
  4. Bij geweldsconflicten als buitenstaander nimmer partijkiezen voor één der conflictpartijen, maar de dynamische relatie tussen vrede en gerechtigheid steeds voor ogen houden;
  5. Niet mee te doen aan de mythe van bevrijdend geweld; een mythe die al in het Babylonische scheppingsverhaal centraal staat, maar ook nu in onze cultuur en zeker in de VS dominant is. Dus gewoon tegen elkaar zeggen dat het een vergissing is te denken dat geweld werkt, laat staan alles oplost. (Nobelprijswinnaar John Hume: “20.000 soldaten in Ulster konden de moordpartijen niet stoppen”);
  6. Een duidelijke grens stellen bij het ingrijpen in conflictsituatie;
  7. Het creatief ontwikkelen van alternatieven voor militaire interventie.

Ik ga hier nog wat nader op in en begin bij de laatste twee.

ad f) De grens voor militair ingrijpen ligt volgens mij, naast de uiteraard prima zaak van peace-keeping na een vredesakkoord, bij echte genocide. Ook dan is het echter zaak geen deel te worden van het conflict, maar zich alleen te richten op het redden van slachtoffers. Redden is nogmaals niet partij worden in de oorlog; nee: redden is redden. Bijvoorbeeld via het vormen van barricades rondom slachtoffers, het creëren van vluchthavens net op de grens en door snelle operaties van commando’s of door helikopters slachtoffers weg te halen uit genocidale situaties. Een door Mient-Jan Faber bepleit algemeen middel lijkt te zijn het in conflictgebieden creëren van zogenaamde VN-compounds, zeer kleine internationale eilandjes dus, waar slachtoffers terecht kunnen (N.B.: geen soldaten, zoals Dutchbat in Srebrenica toeliet). Zulke reddingsoperaties gooien, anders dan militaire interventies, geen olie op het vuur. Dit laatste is wèl het geval als men op de geijkte wijze militair ingrijpt of zelfs bombardeert. Bij burgeroorlogen onthoude men zich dus van militaire interventie, omdat het betekent partij worden in het conflict en dus escalatie van het geweld.

ad g) Behalve conflictpreventie, bemiddelingsactiviteiten door burgervredesteams, ngo’s en diplomaten, waarbij het gaat om compromissen, dialoog en verzoeningswerk en uiteraard ook om early warning, dus de internationale gemeenschap alert maken over wat gaande is, zullen we ons moeten storten op het creatief ontwikkelen van alternatieven voor militaire interventie. Bijvoorbeeld het cultureel, financieel en politiek isoleren van de elite, die verantwoordelijk is voor de burgeroorlog.

Vóórdat Indonesië ten lange leste akkoord ging met een referendum in Oost-Timor, speelde naast economische druk het weigeren van visa aan de Indonesische elite door Portugal een belangrijke rol, hetgeen al gauw ook in de hele EU tot heel wat vertragingen en problemen leidde inzake het verlenen van visa aan deze elite. Een algemene boycot werkt meestal averechts, ook omdat de verantwoordelijke elite zich dan kan verrijken via zwarte handel. Selectieve boycot, zoals het isoleren van de (minderheden) onderdrukkende elite, zolang deze conflictbemiddeling en dialoog weigert, is veelal echter wèl effectief. Het is ook gemakkelijk door de Veiligheidsraad te loodsen als een alternatief voor militaire interventie. Ik denk dan niet alleen aan het diplomatiek besmet verklaren van zo’n elite, maar ook indien nodig aan het bevriezen van haar tegoeden op buitenlandse banken, zoals ook Karel Koster van AMOK bepleit. Een luchtvaartembargo wordt ook wel gezien als zo’n alternatief, maar dit middel heeft echter als nadeel dat men daarmee ook de oppositie en onschuldige reizigers treft.

ad a) Macht corrumpeert. Alleen al daarom is het zaak steeds kritisch te zijn jegens macht. Hadden de VS reeds tijdens de Koude Oorlog het gevoel ‘uitverkoren te zijn de wereld te redden’, dat wordt pas goed gevaarlijk, nu zij als enige echte supermacht zijn overgebleven. Men dient na een ‘overwinning’ de verslagen tegenspeler niet, zoals in 1919 bij de Vrede van Versailles helaas wel gebeurde, extra te vernederen. Geen trap na geven, heet dat ook wel. Welnu, dat is wat er is gebeurd jegens de gewonde Russische beer. Over de volstrekt onnodige en dwaze NAVO-expansie sprak ik reeds, zoals ook over het negeren van de onbedoelde negatieve geopolitieke gevolgen van de Kosovo-oorlog. Washington is er volgens de Russische ex-premier Sergejev bovendien “op uit Ruslands invloed in de strategisch belangrijke, olierijke Kaukasische en Centraal-Aziatische regio terug te dringen” (Het Parool, 16 november 1999). De Amerikaanse columnist William Pfaff meent zelfs dat er “een zekere grootheidswaan heeft postgevat in bepaalde kringen van Washington”, waardoor het Amerikaanse beleid “in de praktijk een destabiliserende en ontwrichtende factor is in de wereld” (NRC-Handelsblad, 15 juli 1998). De sterke opkomst van nationalisme (‘russisme’) en een anti-westerse houding in Rusland, die ook tot uiting komt in de nieuwe militaire doctrine, is verontrustend. Te weinig wordt ook beseft dat we met de woorden van Korthals Altes “nog steeds leven temidden van een apocalyptische vernietigingsmacht”.

ad b) Het steken van de hand in eigen boezem (zelfkritiek) leidt tot bescheidenheid. Dit is altijd en zeker nu van belang, omdat eigenwijsheid en arrogantie averechts werken. Zeker als de kloof tussen arm en rijk zeer groot is en er wel sprake is van economisch globaliseren, maar dit niet beantwoord wordt door mondialisering van de politiek. Welnu, wat dat laatste betreft, lijkt de wereld, in de woorden van de socioloog Zygmunt Bauman, nog te veel “op het wilde westen: een gebied zonder wetten, zonder orde en waar de sterkste wint” (De Volkskrant, 24 december 1999). Indien Bauman gelijk heeft, is hegemoniaal optreden dus zeker niet iets wat we moeten toejuichen.

ad c) We zullen goede analyses moeten maken van conflicten en een vredesvisie ontwikkelen. Dus hoe het negatieve actie en reactiemechanisme bij geweld niet te versterken, hoe de brand te helpen blussen of althans uitbreiding te voorkomen, hoe compromissen aan te dragen als peace-making-middel en hoe vanaf het begin grondslagen te leggen voor ‘post-conflict-peacebuilding’ (verzoening). We zullen naast preventieve diplomatie ook early-warning-netwerken moeten creëren en uitbouwen en niet te vergeten de politieke wil organiseren dat er snel wordt gereageerd op early warning, ook via het zenden van burgervredesteams.

ad d) De grote fout die staten steeds maken bij interventies is dat ze partij kiezen, waardoor het steeds mislukt. Het ging mis in Somalië, toen de bovendien te zwaar bewapende Amerikanen het VN-contingent kwamen versterken en vooral toen ze de zijde kozen van één der krijgsheren. Partijkiezen betekent dat men zelf partij wordt en onderzoeken tonen aan dat het geweld dan zonder uitzondering escaleert. Ook wij tv-kijkers vervallen vaak in die fout. Dit omdat we niet echt gericht zijn op peace-making of ons door het concept van ‘vrede door gerechtigheid en vice versa’ laten leiden, maar door de diepere notie van solidariteit. Daarom waren ook zoveel mensen in verwarring bij het zien van zoveel duizenden wegvluchtende mensen uit Kosovo. Overigens gebeurde dit vooral na het beginnen van de NAVO-bombardementen in het kader van het mechanisme van actie en reactie bij geweld, maar dat hier een correlatie lag, drong tot velen niet door; het was meer verontwaardiging over de beelden die men zag.
Ik ben natuurlijk niet tegen solidariteit in de zin van naastenliefde of barmhartigheid, maar solidariteit – in wezen een marxistisch begrip – is geen politiek concept. Mededogen is een gevoel. Het gaat er om in welk beleid je dat gaat vertalen. Bij Marx ging het bij zijn focus op de proletariër om solidariteit ‘met huid en haar’, dus met alle middelen inclusief geweld, en dan is het vredesaspect zoek. Het wordt dan immers right or wrong, my underdog. Men wordt zo tevens verantwoordelijk voor de middelen, die deunderdogs hanteren onderling en naar buiten. Historici toonden aan dat de proletariër vaak verre van heilig was. Bovendien loop je met dit underdog-denken vast, omdat de verdrukte van vandaag de onderdrukker van morgen kan zijn. Het is mede aan dit concept te wijten, dat we vele jaren nauwelijks iets deden aan het Israëlische onrecht jegens de Palestijnen. Dat we de staatsvorming van Israël steunden, was begrijpelijk vanuit het oogpunt van solidariteit, maar fout vanuit de gerechtigheid- en vredesvisie, ook gezien de ellende waartoe het leidde en het enorme militariserende effect dat het had in de wereld.

Mensen komen hoe dan ook door het underdog-denken vaak in verwarring. Men wil graag solidair zijn door dik en dun met een groep, maar ontdekt dat men in de greep komt van vijanddenken jegens de tegenspeler van die groep. Het was daardoor, dat het communisme een enorme polarisatie uitlokte en leidde tot een sterke geweldsreactie bij rechts. Bij vrede door gerechtigheid en vice versa – anders dan solidariteit wel een politiek concept – is echter niet of nauwelijks sprake van vijanddenken, maar is men gericht op beide conflictpartijen; althans, men schrijft geen van hen af. Logisch, want je probeert ze tot elkaar te brengen. Velen zien het (nog) niet in, maar het is via dit concept dat men indirect de zwakkere partij juist het meest effectief helpt. Ik raad aan steeds alle conflicten zowel qua analyse (het wordt ook meteen helder bij het lezen van de krant) als qua therapie vanuit dit model te bekijken.

Zolang dit gerechtigheids- en vredesaspect nog te onvoldoende leeft bij de mensen, plaatst de tv-democratie de politici overigens voor een dilemma: de publieke opinie vraagt bij het zien van burgeroorlogellende om militair ingrijpen, zonder erbij stil te staan of het wel of zelfs niet averechts werkt. Tegelijkertijd wil diezelfde publieke opinie, als er wordt ingegrepen, niet dat er bodybags terugkomen. De historicus Tocqueville waarschuwt in deze terecht dat democratieën “geneigd zijn aan een impuls in plaats van aan voorzichtigheid gehoor te geven en een weloverwogen beleid te laten varen voor de bevrediging van een tijdelijke hartstocht”. We zullen moeten waarschuwen voor de impulspolitiek van tijdelijke hartstochten. Daar komen alleen maar drama’s van. Denk ook aan Srebrenica. De gezaghebbende Canadees Michael Ignatieff schrijft over de Kosovo-oorlog: “De westerse bondgenoten zeiden dat ze een oorlog voerden ter wille van de mensenrechten. In werkelijkheid werden ze in een oorlog gesleept door een onderdrukte etnische minderheid (UÇK), die zelf mensenrechten schond”. De Kosovo-oorlog lijkt niet alleen een voorbeeld van impulspolitiek van tijdelijke hartstochten, maar is zeker een toonbeeld van partijkiezen en vijanddenken.

In de zomer van 1998 kwam er via een vredesakkoord een einde aan de oorlog, maar het Westen voert nog steeds eigenmachtig een sanctie- en olie-embargobeleid jegens Servië. Wie doet dat nu na een vredesakkoord? Afgezien van het feit dat je het Servische volk daarmee treft en het ook averechts werkt als het gaat om de positie van Milosevic, onthult het dat die oorlog partijkiezen was vóór de een en tégen de ander. Tijdens de bombardementen bleek premier Blair bij uitstek een havik. Opmerkelijk is dat Engeland, alleen gesteund door Nederland, op 24 januari 2000 in Brussel dwars lag, toen Duitsland voorstelde de boycot jegens Servië op te heffen. Minister Van Aartsen verdedigde de blokkade van Engeland en Nederland in deze met de stelling dat “Milosevic het opheffen van de sancties niet mag opeisen als een succes” (De Volkskrant, 25 januari 2000). Vreemd. Hoe eerder Milosevic, die overigens legaal is verkozen en ook in Dayton nog formeel werd ontvangen, wordt vervangen door een andere leider, des te beter; maar is dit is niet een zaak van de Serviërs zelf? De veranderde houding in deze jegens Servië na Dayton is een ontmaskerend bewijs van vijanddenken en partijkiezen als gevolg van een militaire interventie. Ziedaar waarom het zo van belang is bij conflicten niet de “abstracte solidariteit” (Dorien Pessers, De Volkskrant, 15 juni 1999) als uitgangspunt te nemen, maar ‘vrede door gerechtigheid en vice versa’.

ad e) Ten slotte nog een paar woorden over de mythe van bevrijdend geweld. Afgezien van peace-keeping na een akkoord, wat ik buiten beschouwing laat, zijn nagenoeg alle militaire interventies mislukt. Toch is er bij het minste of geringste de roep om militair ingrijpen. Het geloof in de militaire weg is kennelijk niet gering. Dit hangt samen met de mythe van het bevrijdende geweld. Het is het geloof dat geweld redt, dat oorlog vrede brengt, dat macht het recht herstelt. De redding komt van bovenaf. De machthebbers vertellen het ons. De mythe is één van de oudste, telkens weer herhaalde verhalen ter wereld en zou volgens de Amerikaan Walter Wink in zijn pas uitgekomen boek De heersende machten onze moderne wereld helemaal in zijn greep hebben. De mythe van het bevrijdende geweld is volgen Wink de “overheersende godsdienst in onze hedendaagse samenleving, en niet het jodendom, het christendom of de islam” (p. 44). Dit zou zeker in Amerika gelden. Scheppen is in die zeer oude mythe tot aan vandaag een daad van geweld. De goden staan aan de kant van hen die overwinnen en orde brengen.

Het is de uitdaging voor ons deze mythe te weerstaan en te weerleggen, door er steeds op te hameren dat het gebruik van geweld destructie oplevert. Zelfs als het iets goeds voortbrengt, dan is, met de woorden van Gandhi, “dat goede hooguit tijdelijk”, omdat het al spoedig wordt overspoeld “door het kwade, dat tegelijkertijd meekomt”.