27 maart 2000

Is GroenLinks aan het verrechtsen? Aan de basis van de partij constateer ik zeker idealen. Idealen met betrekking tot vrede, democratie, milieu, rechtvaardigheid en mensenrechten. Ook in de partijtop zijn die idealen nog te vinden, maar er is de laatste tijd toch iets gaande wat te denken geeft. Net als voorheen binnen de PvdA, zien we dat er nu ook binnen GroenLinks een kloof ontstaan is tussen de elite en de basis. De eerste meet zich soms Amsterdamse grachtengordelallures aan en kijkt enigszins neer op de laatste. Ten onrechte.

Veeleer is de partijelite zèlf, vaak zonder het te beseffen, bezig te evolueren in behoudende richting. Er is bij haar, in termen van Max Weber, al enige tijd sprake van een proces van bureaucratisering. Daarbij moeten vooral de vredesideeën in de partij het ontgelden. De kritiek van GroenLinks ten aanzien van geweld en militarisme, zoals verwoord in het program, zou in de ogen van de meerderheid van de Tweede Kamerfractie haar gezag in de Kamer aantasten. Onzin. Geweld is bij de gevestigde orde immers niet populair, zolang dit wordt gehanteerd door de straat of door ‘revolutionair links’. Rechts laat die weerzin tegen geweld echter vallen, als het gaat om de eigen militaire macht.

De mens heeft de neiging de eigen geweldsopbouw te verdoezelen of te rechtvaardigen met ‘goede’ doelen als verdediging (van eigen verworven macht), bestrijding van het communisme of militair ingrijpen in burgeroorlogen, hoe omstreden ook. Zelfs de productie en export van wapens levert zo, afgezien van het economische gewin, een alibi op. Tijdens de Koude Oorlog begon links deze dubbele opstelling tegenover geweld door te prikken en de eigen (westerse) rol in het militarisme kritisch te bejegenen. Door de hand in eigen boezem te steken, in plaats van alles steeds op het bordje van de tegenspeler te leggen, toonde men zich progressief.

Vandaag is dat te meer opportuun, nu de macht van het Westen na het wegvallen van de Sovjetunie onbehoorlijke vormen aanneemt. Bovendien is er sprake van een vervlakking van de democratie: politici krijgen te weinig tegenspel of blijven te lang op dezelfde stoel zitten. Dat je goede knikkers krijgt als je het spel (van de democratie) goed speelt, is totaal uit beeld geraakt. Typerend daarvoor is een reactie van de Rotterdamse wethouder Hans Kombrink naar aanleiding van de affaire Peper: “Ach wat zijn regels? We hadden wel iets anders te doen” (Trouw, 20 maart).

Een progressieve partij behoort zo’n ontwikkeling te zien en tegengas te geven. De partijtop van GroenLinks doet dat helaas te weinig. Die laat, wat de interne democratie aangaat, juist zelf steken vallen. Dit bleek op het congres van 18 maart. Daar wist een groep die inzake Kosovo en de NAVO reeds haar standpunt had bepaald, door te drukken dat de gebruikelijke tweede discussieronden achterwege bleven en de fractie steeds onweersproken het laatste woord kreeg. De partijtop had erop moeten staan dat de tweede discussieronde gehandhaafd werd.

De partijtop schoot ook tekort bij de behandeling van de drie-termijnenregeling voor mensen in vertegenwoordigende organen. Dat het congres in bijzondere situaties een vierde termijn mogelijk maakt, vind ik prima. Er was echter ook een voorstel ingediend om de hele regeling te laten vervallen, zodat de betreffende personen voortaan voor onbeperkte duur zouden kunnen blijven zitten. Het partijbestuur was hier weliswaar tegen, maar de meerderheid van de Tweede Kamerfractie niet. Die stemde, met veel andere GroenLinksers in vertegenwoordigende lichamen, vóór afschaffing van deze regeling. Het scheelde zelfs maar een haar of ze had ook het congres daarin meegekregen. De ‘professionals’ en de ‘idealisten’ stonden in deze als het ware tegenover elkaar.

Eenzelfde tweedeling zag je bij de stemmingen over de Kosovo-oorlog en over de NAVO. Het ging inzake de NAVO om de vraag of progressieven moeten meewerken aan een sterkere rol van het bondgenootschap in de wereld. Het zou het westerse ego strelen als de NAVO een sterkere positie toebedeeld kreeg; ze is immers een militaire belangenorganisatie van het Westen. Die ontwikkeling kan dan ook op veel steun rekenen. Voor de (progressieve) doordenkers is dit echter juist de reden om een dergelijke ontwikkeling niet te bevorderen. Het Westen neemt in economisch opzicht immers al een dominante positie in. En geldt ook hier niet dat macht corrumpeert?

Doorslaggevend is echter dat de NAVO géén onderdeel is van de internationale rechtsorde. De NAVO pushen op het wereldtoneel, zoals de VS doen, gaat daarom altijd impliciet ten koste van de VN. De VS vinden dat niet erg. Er is de laatste jaren een tendens te bespeuren om de VN enigszins weg te drukken. Deze tendens was duidelijk waarneembaar tijdens de ambtsperiodes van Reagan en Bush, maar brak pas echt door onder Clinton. Als je zoals de VS graag ’s werelds regelaar of politieagent wilt zijn, dan staan de VN nu eenmaal in de weg en probeer je dus de (eigen) NAVO naar voren te schuiven. De VS werden daarbij overigens geholpen door het onhandige opereren van de VN in Bosnië. Daar woedde een burgeroorlog en was er dus geen vrede te handhaven; niettemin stuurden de VN, op aandringen van het Westen, er blauwhelmen naartoe.

Het congres van GroenLinks wilde dit kwalijke beleid van de VS niet honoreren. Ten principale kiezen voor de NAVO, zoals de meerderheid van de fractie wenste, zou behalve verraad aan eigen idealen het verkeerde signaal naar de VS zijn geweest. Dat dit niet gebeurde, voorkwam een ramp in de partij. Als het congres op 18 maart minder weerbaar was geweest en de fractie was gevolgd, zou een grote uittocht uit de partij het gevolg zijn geweest. Tijdens het congres kondigden velen in de wandelgangen hun vertrek aan, in het geval de stemming op dit voor hen zeer wezenlijke punt verkeerd zou uitvallen. GroenLinks is wat dat betreft door het oog van de naald gegaan.

Na de steun van de fractiemeerderheid voor de NAVO-bombardementen op Joegoslavië, zou op dit moment een onomwonden, zij het kritische keuze voor de NAVO een onherstelbaar gevoel van vervreemding bij de achterban hebben opgeleverd. Niet de minst politiek bewuste leden zouden dan in groten getale de partij de rug hebben toegekeerd. GroenLinks zou daardoor al spoedig een ander karakter hebben gekregen. Wellicht dat van een mini-PvdA. Zitten de Rosenmöllers en Harrewijns daar op te wachten? Ik denk van niet. Met andere woorden: het congres in Zwolle zou hen wel eens behoed kunnen hebben voor een ontwikkeling die ook zij achteraf niet willen.

Nóg eens het eigen NAVO-gelijk proberen te halen bij de vaststelling van het nieuwe verkiezingsprogram, zoals Rosenmöller in de media suggereerde van plan te zijn, zou ik dan ook willen afdoen als een eerste onrijpe reactie. Indien derden GroenLinks later nodig mochten hebben, staat het huidige NAVO-standpunt een coalitie niet in de weg. Als de fractie over een jaar echter weer gaat morrelen aan het nu bereikte standpunt, zal dat leiden tot een scheuring in de partij en verder enkel de SP in de kaart spelen.