17 april 2000

Het Italiaanse modehuis Benetton startte recent een wereldwijde advertentiecampagne om de dagelijkse werkelijkheid van de doodstraf te laten zien. De paus pleitte vier maanden terug nog voor ‘een wereldwijde uitbanning van de doodstraf’. En na Dead Man Walking draait thans in de bioscopen Beyond Reason, een nieuwe, door Nederlanders gemaakte film over deze kwestie. Ondanks zulke tegengeluiden, valt er in ons land binnen bepaalde lagen van de bevolking een vage roep om de doodstraf te horen. Het is een uiting van onbehagen over het ‘zinloze’ geweld en de toenemende criminaliteit.

Nederland hief de doodstraf al in 1870 op, met als argument dat deze ‘onnodig’ was geworden. In 1982 werd daar het predikaat ‘inhumaan’ aan toegevoegd. Alleen in en na 1945 was er door het uitvoeren van enkele tientallen terechtstellingen sprake van een terugval. Men had toen het gevoel dat de ervaringen van de bezetting het nodig maakten tegemoet te komen aan de vergeldingsgevoelens van het volk. Er zijn echter nog tal van landen, onder wie de VS en China, waar doodvonnissen worden geveld en uitgevoerd. Pogingen om daar via de internationale rechtsorde paal en perk aan te stellen, mislukten jammerlijk.

In 1997 blokkeerden de VS een VN-motie voor afschaffing van de doodstraf. In 1999 nam de Commissie voor de Mensenrechten van de VN wél een resolutie aan voor het instellen van een moratorium op executies en kwam zij overeen om in elk geval geen doodstraf op te leggen aan minderjarigen en geestelijk gestoorden. De motie werd echter na enig aftasten niet in stemming gebracht in de Algemene Vergadering. De VS vormen hierbij het probleem. In het land dat zichzelf graag een ‘uitverkoren’ rol toedicht en jegens andere landen ook snel klaar staat met het morele vingertje, lijkt de doodstraf onbespreekbaar. Zo is het onderwerp er nog steeds geen issue bij de verkiezingen. Presidentskandidaten menen politieke zelfmoord te plegen als ze de kwestie van de doodstraf op de agenda zetten. Uit de geschiedenis van expansie en slavenbezit en het bestaan van christelijk fundamentalisme in de VS kan wellicht een verklaring gevonden worden voor deze houding, maar het is niet voldoende om er begrip voor op te brengen.

De executies in de VS hebben bovendien een raciale dimensie: ze treffen verhoudingsgewijs vaak de zwarte bevolking. Opvallend is ook het aantal minderjarige delinquenten in de dodencel, dat momenteel ruim zeventig bedraagt. Veel aandacht trok in januari van dit jaar de executie van Chris Thomas, die als puber de ouders van zijn vriendin doodschoot. Eveneens veel publiciteit kreeg de terechtstelling in Texas van de ex-heroïneprostituée Karla Faye Tucker, die tijdens haar lange verblijf in de cel christin werd en daardoor de steun kreeg van tv-dominee Robertson. Het lukte haar uiteindelijk niet levenslang te krijgen: de Texaanse Raad voor Gratie verwierp haar verzoek met zestien tegen achttien stemmen. Ook gouverneurs verlenen nauwelijks gratie. Zo was Clinton in 1992 verantwoordelijk voor de executie van een geestelijk gehandicapte man en stuurde George W. Bush als gouverneur van Texas sinds 1995 113 mensen naar de dodenkamer.

Zo’n 75% van de Amerikanen zegt vóór de doodstraf te zijn. Het zegt iets over het gehalte van de democratie of tenminste van de objectiviteit van de media in de VS: argumenten tégen de doodstraf die worden geuit sijpelen nauwelijks door naar beneden, terwijl voorstanders binnen ruim baan krijgen om hun standpunt te onderbouwen. Zo wordt vaak gehoord dat de doodstraf de gerechtigheid zou dienen en een afschrikwekkend effect zou hebben.

Respect voor de gevoelens van de familie van de slachtoffers is nodig, maar het gaat niet aan wraak en gerechtigheid met elkaar te verwarren. Die begrippen zijn niet identiek. Naast het slachtoffer moet immers ook de dader recht worden gedaan. Iemand doden – dus iemand het recht ontnemen nog verder op deze aarde rond te lopen – is onomkeerbaar. En is moord, als het met voorbedachte rade gebeurt. Ook al zal de rechter of politicus die een doodvonnis velt, respectievelijk bekrachtigt dat anders zien.

Het partijkiezen in een burgeroorlog en zo het helpen doden van representanten van de ene conflictgroep door leden van de andere, wordt ook vaak als rechtvaardig beschouwd of zelfs doodnormaal gevonden. Het hangt samen met verschil in waarden binnen de verschillende bevolkingsgroepen. Maar waarom zou zo’n waardenverschil dan niet gelden voor iemand in de dodencel? Deze was tijdens zijn of haar daad immers ook een product van de omgeving, de daarbinnen geldende waarden en van het systeem als geheel. De bekende psychiater A. van Dantzig formuleert dat als volgt: “Als je Serviër bent, heb je meer kans om Moslems te gaan haten dan als Amsterdammer. Mensen die zelf aan geweld zijn blootgesteld, komen ook vaker tot gewelddaden. Het is het waardenstelsel, dat in hen is aangebracht. Iedereen beleeft zijn eigen handelen als rechtvaardig. De klap die je onder invloed van emotie geeft, kun je later berouwen, maar op dat moment was het de enige reactie die je in huis had”.

Los van de waarden, speelt ook het menselijk tekort. Dat geldt bovendien voor de rechter. De Birmingham Six hadden het geluk in Engeland te wonen. In de VS hadden ze het niet overleefd. Daar zijn de vorige eeuw zeker 28 onschuldigen ter dood gebracht. Nog niet lang geleden ontsnapten twee zwarten na achttien jaar cel aan executie, omdat dieper onderzoek aantoonde dat ze niets te maken hadden met een hun toegedichte moord. Nadat de twee een rechtszaak hadden aangespannen, werd hun een recordbedrag aan smartengeld toegekend, omdat de politie met bewijsmateriaal zou hebben geknoeid.

Er wordt vaak beweerd dat van het ten uitvoer brengen van de doodstraf een preventieve werking uitgaat. Onderzoek toont evenwel aan dat de doodstraf niet sterker afschrikt dan het geven van levenslang; mogelijk leidt het ten uitvoer brengen van de doodstraf zelfs tot een toename van het aantal moorden; een dader zou (bewust of onbewust) kunnen leven met de veronderstelling ‘wat de staat doet, mag ik ook’. Een vergelijking tussen landen met en zonder de doodstraf wijst in die richting. In Canada zakte het aantal moorden na afschaffing van de doodstraf met een kwart. Moord pleegt men bovendien meestal niet uit berekening, maar in een opwelling.

Christenen lijken thans het voortouw te nemen in de strijd tegen de doodstraf. De katholieke Sant Egidio Gemeenschap begon recent een campagne om de doodstraf internationaal afgeschaft te krijgen en werd daarin al gauw gesteund door Iustitia et Paxen later ook door de paus. Acat (Actie van christenen tegen het martelen), in 1974 door protestanten in Frankrijk gestart en nu een brede oecumenische vereniging met afdelingen in dertig landen, keert zich sinds een paar jaar samen met Amnesty International tegen de doodstraf. Het opleggen ervan zou volgens Acat afbreuk doen aan de algemeen geldende opvatting dat het doden van mensen verkeerd is. In de VS is ook de groepJourney of hope, from violence to healing actief, waarin familie van personen in de Death Row en familie van slachtoffers zich gezamenlijk tegen de doodstraf uitspreken. Een argument is hierbij ook dat het menselijk leven uniek is en dat niemand het recht heeft zich daaraan te vergrijpen. Ook een rechter niet. Hij overspeelt zijn hand, als hij iemand wegneemt uit de samenleving zonder dat hij kan bevroeden wat er daarna met deze persoon gebeurt.

De gedachte dat de doodstraf strijdig is met de humaniteit komt overigens niet van de christenheid, maar van de Verlichting. De kerk liep in deze eeuwenlang niet alleen niet voorop, maar gaf juist vaak blijk van het tegendeel, bijvoorbeeld bij de bestrijding van de ‘ketterij’. En voor Maarten Luther gold ‘het volk in toom houden’ als de rechtvaardiging van de doodstraf. Thans menen de meeste christenen dat de doodstraf onverenigbaar is met de waardigheid van de mens en de ‘heiligheid’ van het leven, en staan ze met die opvatting zij aan zij met Amnesty International.

Dat de EU afschaffing van de doodstraf als voorwaarde stelt voor landen om te kunnen toetreden tot de Unie, is een indicatie dat in West-Europa dit nieuwe beschavingsdenken behoorlijk wortel heeft geschoten. We winden ons terecht op over de doodstraf in Turkije. Maar waarom dan niet of minder over de doodstraf in de meeste staten van de VS? West-Europa onderhoudt in het kader van verschillende samenwerkingsverbanden nauwe relaties met de VS. Het ligt daarom op de weg van de EU om druk uit te oefenen op de VS, ten einde daar een ander beleid in deze zaak te bewerkstelligen. Tot nu toe geldt dat als men de VS in VN-verband aanspreekt op de doodstraf, deze elke bemoeienis met het onderwerp wegwuiven met het argument dat het een binnenlandse aangelegenheid betreft.

Dit is een argument dat we niet langer mogen aanvaarden. De VS doen dat zelf ook niet bij mensenrechtenschendingen elders in de wereld. Ook hier is, behalve een stuk beschaving, een mensenrecht in het geding. En om in Egypte, Singapore of China de doodstraf afgeschaft te krijgen, lijkt het niet zonder betekenis wanneer de VS als leidende westerse natie het goede voorbeeld geven.