10 augustus 2000

Het gaat niet goed in Joegoslavië. Milosevic lijkt een kat in het nauw die rare sprongen maakt: de vrije pers is gemuilkorfd, er is handig een grondwetswijziging doorgevoerd, er zijn vervroegde verkiezingen uitgeschreven en ook zijn er ‘terroristen’ aangehouden, onder wie Nederlanders, Britten en Canadezen. Commentatoren signaleren hierin terecht een machts- of pokerspel van de Joegoslavische president Slobodan Milosevic. Het Westen kan weinig sympathie opbrengen voor het overlevingsstreven van deze eenzame man. Volgens columnist Hofland lijkt het zelfs “alsof de dagen van Ulbricht, Rakosi en Ceausescu zijn teruggekeerd.” (NRC Handelsblad, 2 augustus)

Er is hoe dan ook sinds de NAVO-bombardementen van vorig jaar sprake van toenemende repressie in Servië, die weinig goeds belooft voor de vrede in de regio. Het heeft zin na te gaan waartoe dit alles is te herleiden en wat het westerse aandeel hierin is. Dit te meer omdat Milosevic lange tijd een geziene onderhandelingspartner was, in 1995 in Dayton met egards is ontvangen en daarna, tot 1998, zelfs werd aangeduid als ‘de man van de Amerikanen’. Vanwaar deze omslag?

Het Kosovo-conflict, of liever, de escalatie daarvan door het optreden van het UÇK in 1998, lijkt de waterscheiding. De Servische discriminatie jegens de Kosovaren dateert immers al van 1990; pas nu is het Westen bezig Milosevic te demoniseren, met het risico dat hij echt een demon wordt. Er moet dus meer aan de hand zijn. Is het Westen in zijn wiek geschoten omdat het ministaatje Joegoslavië enkele maanden weerstand bood toen de NAVO als machtigste militaire organisatie ter wereld haar bommen op het land wierp? Niets menselijks is ook onze westerse politici vreemd.

Een oorlog, hoe edel ook verkocht, heeft nu eenmaal vijanddenken tot gevolg. Bovendien gaat het machtsstreven al gauw een rol spelen. Niet alleen de VS, maar ook wij West-Europeanen behoren door ons lidmaatschap van de EU en de NAVO en door onze grote welvaart tot het machtscentrum van de wereld. Als er dan toch sprake is van vijanddenken, lijkt het niet onhandig daarvan gebruik te maken in de strijd om uitbreiding van onze invloedssfeer.

Boze tongen beweren dat dit streven ook meespeelde bij de NAVO-luchtactie van vorig jaar. Over de verborgen agenda’s van toen is weinig bekend, maar het is duidelijk dat het Westen op dit moment bezig is op de Balkan zijn invloedssfeer uit te breiden. Het Stabiliteitspact van 30 juli 1999 past in dit beleid, ook al wordt het gebracht als een positief gebaar naar landen als Albanië, Macedonië, Roemenië en Bulgarije. Met als argument dat zij, vaak tegen de wil van hun bevolking in, tijdens de bombardementen op Servië hun luchtruim openstelden voor de NAVO.

Het Stabiliteitspact is vooralsnog verre van een succes. De Donau is nog steeds onbevaarbaar. De door de NAVO kapot geschoten bruggen zijn tot op heden niet verwijderd. Opvallend is verder dat in het pact Joegoslavië, de politieke reus van de regio, wordt buitengesloten. En dat terwijl de ontstaanshistorie van de EU en de Helsinki-gedachte juist leren dat niet uitsluiting maar samenwerking bevorderend is voor de vrede.

Het is mede daarom dat ook de economische boycot van Joegoslavië zo’n slecht beleid is. Behalve dat het gewone volk de dupe is, zorgt zo’n boycot voor verkramping onder de Servische politieke elite. Die kruipt hierdoor in haar schulp en meent slechts te kunnen reageren met minder openheid en een grotere repressie van de eigen bevolking. En dat terwijl het Westen de economische boycot van Servië en het buitensluiten van dat land in het Stabiliteitspact juist rechtvaardigt met het argument dat door deze maatregelen Milosevic ten val en de oppositie aan de macht kan worden gebracht. Een strategie die faalt, de positie van Milosevic eerder versterkt en bovendien onoorbaar is. Het is immers niet het Westen, maar het Servische volk zelf dat de leiders dient te vervangen.

Het NAVO-ingrijpen van vorig jaar heeft het Westen kennelijk extra arrogant gemaakt. Er is in juni 1999 in Belgrado een vredesakkoord ondertekend, waarbij aan Kosovo autonomie werd verleend en de Servische troepen plaats moesten maken voor KFOR-eenheden. In plaats van dit akkoord te honoreren, lijkt de oorlog echter gewoon te worden voortgezet. Behalve het sluiten van eenzijdig een Stabiliteitspact en het instellen van een boycot, hebben de VS een grote som geld uitgeloofd aan degene die Milosevic voor het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag weet te brengen.

Ook ten aanzien van het conflict tussen Montenegro en Servië opereert het Westen verre van neutraal. Er steken steeds vaker berichten de kop op, onder meer in de Britse krant The Independent, als zou het Westen speciale Montenegrijnse politie-eenheden van het op afscheiding gerichte bewind van Djukanovic militair trainen. Logisch dat Servië in het licht van dit alles zo spastisch reageert op maar enigszins verdachte buitenlanders die de grens oversteken. Ik wijs deze overtrokken en waarschijnlijk tevens opportunistische reacties van Servië af, en zeker de recente toename van de repressie van de eigen bevolking.

Wat me echter niet bevalt, is dat het Westen, gezien het mechanisme van actie en reactie, geen acht slaat op het eigen aandeel in de ontstane situatie. Het Westen is veel minder onschuldig aan het Joegoslavië-drama dan het doet voorkomen. Denken we slechts aan de rampzalige, voortijdige erkenning van Kroatië, eerst door Duitsland en later door de overige EU-landen, zonder dat er iets was geregeld inzake de rechten van de grote Servische minderheid die in Kroatië woonde. En het trainen van politieofficieren in Montenegro door het Westen wordt minder denkbeeldig als we bedenken dat de Amerikanen in 1994 heimelijk Kroatische soldaten hebben getraind voor de strijd tegen de Serviërs.

Bemoeizucht van het Westen met Montenegro werkt hoe dan ook averechts. Servië voelt zich meer en meer belaagd. Een nieuwe oorlog aan de horizon? Er dient in elk geval een totaal ander beleid te komen jegens Joegoslavië. Een beleid dat niet op oorlog maar op vrede is gericht. Dat kan onder meer door Servië meteen in het stabiliteitsplan te betrekken, de boycot en isolatie van dat land ongedaan te maken en Milosevic, indien dat noodzakelijk is om verder bloedvergieten te voorkomen, een veilige aftocht te bieden – zoals de Rhodesische leider Ian Smith ooit werd gegund. Ook moet door intensieve onderhandelingen tussen de betrokken partijen, inclusief Servië, gewerkt worden aan een politieke oplossing voor Kosovo en dient het Westen niet (langer) te stoken in Montenegro.

Met wat er nu gebeurt in Servië krijgt het Westen een koekje van eigen deeg. Denken dat het na de verkiezingen van 24 september in Servië anders wordt, staat gelijk aan het voeren van illusiepolitiek. Het is ons Joegoslavië-beleid dat een radiale wijziging behoeft. En snel graag. Er staat nogal wat op het spel.

Dit artikel werd op 15 augustus in licht gewijzigde vorm gepubliceerd in Het Parool, onder de titel: ‘Arrogante Westen krijgt nu koekje van eigen deeg’.