27 augustus 2000

In de jaren zeventig en tachtig kende Europa een bloeiende vredesbeweging. In Nederland genoot die door de strijd tegen de kruisraketten een brede aanhang onder de bevolking. De naam vredesbeweging dekt eigenlijk niet helemaal de lading. Het was in wezen een antikernwapenbeweging, die maar ten dele het militarisme op zich ter discussie stelde. In het algemeen werd geageerd tegen het nucleaire onderdeel van het militarisme: dat deel waarmee het leven op aard kan worden weggevaagd.

De Europese beweging droeg dan ook expliciet de naam END: Europese kernontwapenbeweging. Elk jaar waren er in een Europese stad bijeenkomsten voor discussies en acties. Zelf woonde ik een aantal bijeenkomsten bij, onder meer in Coventry, Berlijn, Amsterdam, Perugia en Moskou. Die in Moskou, in 1990, waar we met ruim duizend mensen bijeen waren, was de laatste. Het END-Appèl waarmee de beweging startte, was helder en simpel: men wilde een ‘democratisch Europa, vrij van militaire blokken en kernwapens’; men streefde kortom naar een ongedeeld pan-Europees continent. Gorbatsjov formuleerde het later als ‘het Europese huis van de Atlantische Oceaan tot aan de Oeral’.

Van deze idealen is na de val van de Muur niet zo veel terechtgekomen. Het Warschau Pact is dan wel ontmanteld en er is in de meeste Oost-Europese landen – formeel gezien – sprake van een democratisch electoraal proces. De politieke elite van die landen blijkt echter in staat dergelijke processen handig te manipuleren, voor het eigen voordeel. Wellicht hoort dat bij jonge democratieën. Van een ongedeeld pan-Europa zonder kernwapens is in elk geval geen sprake. Kernwapens worden, nu ze er eenmaal zijn, niet afgeschaft. Ze zijn inmiddels in de meerdere handen gevallen en blijven zo het grote gevaar voor de mensheid.

Verder heeft de NAVO niet het voorbeeld van de opheffing van het Warschaupact gevolgd. Integendeel, de alliantie is bezig met een opmars richting Russische grens. Er is een diepe kloof te zijn ontstaan tussen het westerse en het oosters(-orthodox)e deel van Europa, die door de recente NAVO-oorlog tegen Servië alleen maar groter is geworden. De relatie van de VS met Rusland, maar ook met China, is er door dit alles bepaald niet beter op geworden. De bekende Noorse polemoloog Johan Galtung sprak onlangs van een ‘gecoördineerde westerse militaire expansie in Europa en Azië via respectievelijk de NAVO en de AMPO’, waardoor de situatie volgens hem ‘veel erger’ is dan men denkt.

Voormalige END-vredesactivisten zijn zich meer en meer bewust geworden van nieuwe dreigingen van militarisme, vooral na afloop van de Kosovo-oorlog. Maar dit geldt niet voor iedereen. Zo was het Mary Kaldor, een Britse activiste die internationaal veel samenwerkte met IKV-secretaris Mient Jan Faber, die met betrekking tot de NAVO-bombardementen op Joegoslavië gevleugeld sprak over ‘weldadig imperialisme’. Vroeger was zij al een exponent van de confrontatielijn, bij het bepalen van een strategie voor de omgang met de ‘socialistische’ vredesbeweging. Zij was toen voorstander van het door dik en dun betonen van solidariteit met de dissidenten in het Oostblok, waar anderen juist een dialoog wilden voeren die moest leiden tot ontwapening, ontspanning en het voorkomen van een militaire confrontatie.

Op initiatief van Ken Coates van de in Londen gevestigde Bertrand Russell Peace Foundation hebben aanhangers van de laatste lijn onlangs de koppen bij elkaar gestoken voor intern beraad. Nederland was onder meer vertegenwoordigd door het GroenLinks-partijbestuur, in de persoon van buitenlandsecretaris Kees Kalkman. Het beraad vond in mei plaats, in een gebouw van het Europees parlement te Brussel. Een tweede ‘consultatie’ is gepland voor 7 en 8 december 2000, eveneens in Brussel. Ik zal hier zelf ook aan deelnemen.

De hoofdpunten die aan de orde zijn, luiden als volgt:

1) Welke krachten veroorzaken de toename van het aantal internationale confrontaties, en hoe komt het dat deze steeds ernstiger vormen aannemen?

2) Hoe te reageren op het nieuwe beleid van internationale militaire interventie, op het ‘weldadige imperialisme’, op de buitengewoon grote invloed van de media en op de mensenrechtencrisis?

3) Wat zijn de perspectieven voor ontwapening, internationale vredesverdragen en het VN-systeem?

4) Wat kan worden gedaan om opnieuw een krachtige vredesbeweging in het leven te roepen, alternatieve defensiestrategieën te ontwikkelen en universele mensenrechten te beschermen?

Alles wijst er op dat deze stroming van vredesactivisten achteraf betreurt dat de END-beweging in het begin van de jaren negentig is opgeheven. Begrijpelijk, want dat er met de val van de Muur tegelijk een einde zou komen aan militarisme en imperialisme, is immers een naïeve gedachte gebleken. Men hoeft niet meteen Noam Chomsky te heten om te kunnen doorgronden dat macht, economische belangen en uitbreiding van de invloedsfeer ook nu nog een grote rol spelen bij supermachten. En dat vooral VS zich schuldig maken aan machtsarrogantie, nu zij na de ontmanteling van de Sovjet-Unie bijna als enige supermacht zijn overgebleven.

Zo zijn er zeer grote oliereserves te vinden in de voormalige Sovjetrepublieken bij de Kaspische Zee, zoals Azerbeidzjan, Kazakstan en Turkmenistan. Het lijkt in het belang van de Amerikanen controle te krijgen over de daar gelegen routes of oliepijplijnen. Dit kan door de genoemde staten van Rusland los te weken en meer aan het Westen te binden, waardoor bovendien Iran in sterkere mate geïsoleerd wordt. De Russische ex-premier Sergejev liet openlijk weten dat Washington erop uit is ‘Ruslands invloed in de strategisch belangrijke, olierijke Kaukasische en Centraal-Aziatische regio terug te dringen’ (Het Parool, 16 november 1999).

Dat geldt trouwens ook voor Ruslands invloed op de Balkan, voor het Westen een belangrijke toegangspoort tot het oosten. De NAVO heeft door de Kosovo-oorlog nu vaste voet op de Balkan. Amerikaanse bedrijven zijn thans bij Pristina onder de naam ‘Bondsteel’ een militaire basis aan het bouwen, mogelijk de grootste VS-basis in Europa.

Genoemde Chomsky, een Amerikaan, liet in mei, tijdens de ‘consultatie’, weten dat zijn land zich in het buitenlandbeleid niet alleen primair door machtsbelangen laat leiden, maar bij humanitaire crises vaak ook bewust kiest voor de optie ‘de ramp vergroten’. Zo steunden de VS volgens hem de regimes in Colombia en Turkije bij het opvoeren van de gruwelijkheden tegen de opstandelingen in de respectievelijke landen. Washington rechtvaardigde die stellingname met het argument dat het een strijd tegen ‘terroristen’ betrof – een opmerking van Chomsky die overigens zeer actueel is geworden door het onlangs door president Clinton gelanceerde, omstreden Plan Colombia; onder het mom van de strijd tegen drugs vormt het plan vooral ook een wapen in de strijd tegen de opstandelingen in Zuid-Colombia.

In het geval van Kosovo, stelt Chomsky, wisten de VS dat door de bombardementen de gruwelijkheden van Servische militairen tegen opstandige Albanezen sterk zouden toenemen. De Amerikanen zouden hier volgens hem bewust de strategie ‘oplossen door verergeren’ hebben gehanteerd. Hoe dit ook zij, generaal Wesley Clark, die de NAVO-luchtacties tegen Servië leidde, lijkt te bevestigen dat men tevoren wist wat er zou gebeuren. Hij verklaarde namelijk dat het ‘geheel voorspelbaar’ was dat het Servische geweld tegen de Albanezen ‘sterk zou toenemen’ na de NAVO-bombardementen.

Tijdens de Kosovo-crisis heeft het Westen de unanimiteit van de grootmachten in de Veiligheidsraad ongestraft kunnen doorbreken. Ook dat heeft veel van hen die betrokken waren bij de END-beweging, ervan overtuigd dat er opnieuw een gevaarlijke situatie is ontstaan. Een teken aan de wand is dat Rusland in de periode daarna heeft verklaard niet langer vast te houden aan de belofte dat het land nooit als eerste kernwapens zou inzetten.

Het is vanwege dit alles dat Ken Coates, ooit secretaris van END, ervoor heeft gepleit opnieuw een Europese vredesbeweging in het leven te roepen. Ook Galtung heeft zich hiervoor uitgesproken, en velen met hem. Niet onterecht, denk ik. Het gevaar van het militarisme is immers, zoals eerder gesteld, alles behalve verdwenen. Of het zal lukken om de END-beweging in haar volle breedte mee te krijgen, is echter de vraag. Ook het concept ‘vrede door oorlog’ kan immers bogen op aanhang onder de vredesactivisten van weleer. Denken we maar aan Mary Kaldors idee van het ‘weldadige imperialisme’.

Er zijn hoe dan ook minstens twee valkuilen die men eerst goed onder ogen moet zien. In de eerste plaats staan de progressieven tegenwoordig veel minder kritisch tegenover macht dan vroeger. Ten tweede halen zij geregeld de begrippen ‘vrede’ en ‘solidariteit’ door elkaar.

Het betonen van solidariteit kan ontaarden in het met huid en haar partijkiezen voor de onderliggende partij. Emotioneel begrijpelijk, maar met zulk underdog-denken loopt men vast, omdat de verdrukte van vandaag plotseling de onderdrukker van morgen kan zijn. Tevens kan de situatie op het slagveld van de ene op de andere dag omslaan, zoals in 1995 in Bosnië het geval was.

Bij ‘peace-making’ probeert men de conflictgroepen tot elkaar te brengen; in dat geval is partijkiezen taboe, omdat men anders het vertrouwen verliest van een van de strijdende partijen. ‘Peace-making’ is op geweldsindamming gericht, zonder een van de partijen af te schrijven. Velen zien het (nog) niet, maar indirect is het de meest effectieve hulp aan de slachtoffers, en ook aan de zwakkere conflictpartij. Mensen hebben echter vaak het idee dat militair partijkiezen voor de onderliggenden adequater is, ook al heeft het in eerste aanleg enorme escalatie, ernstiger bloedvergieten en sterk vijanddenken tegenover een van de partijen tot gevolg.

De crises in Afrika en Oost-Europa geven ons in het Westen bovendien een soort gevoel van culturele superioriteit. De ellende is immers steeds ‘elders’. Het gevoel in deze gebieden te kunnen ‘inspringen’, streelt ons ego. Het blijkt mede daardoor voor de meeste mensen wat veel gevraagd om, hoe gewenst ook, een kritische houding aan te nemen ten aanzien van (de eigen) machtsuitoefening en om de verborgen agenda’s van de VS of de EU aan de te kaak stellen. Tenzij Amerikaanse of westerse militaire operaties in Colombia of op de Balkan ernstig escaleren en het karakter aannemen van een nieuwe Vietnam-oorlog.

De machtsarrogantie van de VS is besmettelijk. Paternalisme en morele zelfvoldaanheid zijn inmiddels ook bij ons in de EU aan de orde van de dag. Het minste wat we ons mogen wensen, is dat er op het bestaan van deze valkuilen een creatief antwoord gevonden wordt. Zeker als we willen dat de ‘vredesconsultaties’ in Brussel echt resulteren in een nieuwe levensvatbare pan-Europese vredesbeweging, hoe noodzakelijk deze wellicht ook is.

Dit artikel werd in het nummer van september 2000 van het magzine Linker Wang gepubliceerd onder bovenstaande titel. Tevens verscheen het in op 2 oktober 2000 in gewijzigde vorm in Het Parool, onder de titel ‘Underdog-denken valkuil van vredesbeweging’.