26 november 2000

De NPS-documentaire Dutch Approach en ook de wat boze reactie van oud-minister Van Agt in onder meer het tv-programma Buitenhof van zondag 19 november brengen de geruchtmakende Molukse gijzelingsacties van de jaren zeventig weer in herinnering. Die van 1977 bij De Punt en Bovensmilde leidde vanuit de vredesbeweging tot de Actie ‘Plaatsvervanging Gegijzelden’. Twee jaar eerder was de gijzeling in Wijster uiteindelijk via bemiddeling geëindigd. Zo’n vijftig mensen oefenden vanuit een school in De Punt druk uit op met name minister Van Agt om de gijzeling nu ook via onderhandelingen en zonder bloedvergieten te beëindigen, te meer omdat deze keer, anders dan in Wijster, een geschoolde, en in de Molukse gemeenschap geziene persoonlijkheid (Max) de leiding had. Van Agt wist via afluisterdiensten dat de gijzelaars van de kant van de kapers geen gevaar hadden te duchten, zoals hij ook inBuitenhof op onthullende wijze toegaf. De vijftig mensen in de school in De Punt zetten hun drukuitoefening kracht bij door zichzelf tijdens het onderhandelingsproces aan te bieden als vervangers voor de plotseling overvallen treinreizigers. Niet dat zij – ik was een hen – begrip hadden voor het gijzelingsgeweld van de Molukkers, maar ze vonden dat de overheid in haar reactie daarop de wijze waarop de Molukse gemeenschap was behandeld door Nederland, mee moest laten wegen. Van Agt, nogal formalistisch in zijn reageren, had voor dat aspect weinig oog. Premier Den Uyl leek dat wel te hebben. Hij doet in de documentaire de uitspraak: “Het blijft een executie van mensen….in overtreding, maar het is een executie”. Van Van Agt is daarentegen de uitspraak: “Tegenover ‘terroristen’ hoef je je woord van belofte niet te houden”. In Wijster weigerde hij eerst zelfs, zo blijkt uit deel twee van de documentaire, een radioboodschap van de gijzelaars uit te zenden. Pas nadat dit een gijzelaar het leven had gekost, stond hij het toe. Een overheid is overigens wel gebonden aan beloften, al was het al alleen maar omdat zij anders onbetrouwbaar wordt.

Dat Den Uyl het einde van De Punt zag als executie, is nieuw. Het verschil in benadering tussen beide ministers is echter niet nieuw. In het in 1996 gepubliceerde boek Gaius van de hand van Willem Breedveld en John Jansen van Galen over de herinneringen van oud-minister W.F. de Gaay Fortman, wijdt deze ook een paar pagina’s aan het opereren van het kabinet-Den Uyl inzake het kapingsdrama van 1977. Van de ministers behoorden Van Agt, Den Uyl en De Gaay Fortman, Van Doorn en Van der Stoel tot het crisisteam, maar Van Agt was overeenkomstig de zogenaamde ‘terroristen-brief’ als minister van Justitie de ‘opperbevelhebber’, die, zij het na samenspraak met de minister van Binnenlandse Zaken, het recht had tot het nemen van de beslissing om de gijzeling met geweld te beëindigen. Hij bleek zich van die extra verantwoordelijkheid bewust, zo memoreert De Gaay Fortman. Van Agts verweer dat hij in het crisisteam van vijf ‘slechts één stem’ had (De Volkskrant, 18 november 2000) is dan ook de halve waarheid.

Van Agt achtte op 10 juni 1977 na drie weken de tijd gekomen voor militair ingrijpen, ook al had een marinierscommandant duidelijk gemaakt dat dit zonder meer gepaard zou gaan met het verlies van mensenlevens. Hij belde De Gaay Fortman op en liet hem dit standpunt weten, alvorens het crisisteam bijeenkwam. De laatste vond het ‘zwaar om medeverantwoordelijk te zijn voor de dood van anderen’, maar hij stond niettemin aan de kant van Van Agt. De gijzelnemers zouden met geweld zijn begonnen en de situatie in de trein zou onhoudbaar zijn geworden, waardoor gegijzelden ‘mentale afwijkingen gingen vertonen’. Ook Van Agt gebruikt dit – artsen zouden hem in deze hebben gewaarschuwd – in Buitenhof als het zwaarstwegende argument om te gaan schieten in wat hij ‘een bevrijdingsactie’ noemt. Weinig overtuigend, naar mijn mening. Niet alleen omdat het met die mentale afwijkingen nogal meeviel, zoals later bleek, maar ook omdat beide ministers ervan op de hoogte waren dat er een (voor zulke crises voorbereide) groep van vijftig vredesmensen in De Punt klaar stond om de gegijzelden in de trein af te lossen. Bovendien had Max te kennen gegeven bereid te zijn met de andere kapers naar Benin te vertrekken. De regering schond in dubbele zin een belofte, namelijk die van onderhandelaar Mulder over ‘een vrijgeleide zonder voorwaarden’ – hij onderhandelde namens de overheid, zodat deze daaraan was gebonden – en later die van Van Agt over ‘een vrijgeleide, mits er een eindbestemming is’. De overheid stelde die eindbestemming als formele voorwaarde, maar deed verder niets aan de bevordering van een beëindiging van de gijzeling zonder bloedvergieten. Een eindbestemming lijkt zelfs te zijn tegengewerkt, tenminste als de aanwijzingen dat er druk op Benin is uitgeoefend om geen medewerking te verlenen aan zo’n operatie, juist zijn. Van Agt wuifde de vraag hierover inBuitenhof op weinig overtuigende wijze weg met het formele argument dat de verdubbeling van de ontwikkelingshulp aan Benin na de gijzeling geen zaak was van zijn ministerie. Breedveld noemt het gedoe met de beloften terech “gesjacher” (Trouw, 22 november)

Hoe dan ook, De Gaay Fortman stond aan de zijde van Van Agt, maar het was nu zaak de andere ministers in het crisisteam te overtuigen. Dat bleek niet gemakkelijk. Men moet op de bewuste dag uren hebben gepraat. De Gaay Fortman: “Rond middernacht is de beslissing gevallen. Den Uyl en Van Doorn waren tegen. Joop vond dat niet genoeg was geprobeerd zonder bloedvergieten een eind aan de actie te maken (…) Dries en ik en staatssecretaris Zeevalking bleven echter bij ons besluit, en de anderen legden zich er bij neer.” Ook koningin Juliana werd nog om half een gebeld. Het was niets voor haar om medeverantwoordelijkheid te dragen voor de dood van anderen, aldus de Gaay Fortman, en ze zei na twintig minuten praten dan ook: “Het is uw beslissing.”

Opmerkelijk is dat de socialist Den Uyl en de christen-radicaal Van Doorn (PPR) tot een andere opstelling kwamen dan de christen-democraten Van Agt en De Gaay Fortman. Speelden bij de laatsten bewust of onbewust wellicht de traditioneel-christelijke opvatting mee dat de ‘overheid het zwaard niet tevergeefs draagt’, een omstreden overheidsopvatting waarvoor tot voor kort vaak een beroep werd gedaan op een brief van Paulus (Romeinen 13)? Hoe dit ook zij, onder de ministers van het team verloren de tegenstanders van een gewelddadige ontknoping van de gijzeling het van de voorstanders. Onder de eersten bevond zich dan wel de premier, maar hij was niet de eerstverantwoordelijke. Dat was, zoals gezegd, Van Agt, zij het samen met de Gaay Fortman. Indien Den Uyl en Van Doorn zich niet bij het standpunt van deze twee hadden neergelegd, was een botsing en zelfs een kabinetscrisis niet denkbeeldig geweest. Den Uyl typeerde echter, zoals bekend, op de persconferentie het militaire ingrijpen als een nederlaag. De Gaay Fortman onthult dat ‘de militairen’ het zich zeer hebben aangetrokken dat Den Uyl het een nederlaag noemde. En hij vervolgt: “Het was beter geweest als hij Dries de persconferentie had laten houden.”

Dat laatste onderschrijf ik niet. Daardoor wist het Nederlandse volk tenminste dat Den Uyl moeite had met het met geweld beëindigen van de gijzeling. Is een militaire interventie, waarbij doden vallen, niet altijd een nederlaag? Aan de herinneringen van de Gaay Fortman hebben we te danken dat we nu weten dat Den Uyl tijdens het nachtelijke crisisberaad zich samen met van Doorn tot het laatst heeft verzet tegen het gewelddadig beëindigen van de gijzeling. Uit de NPS-documentaire blijkt nu uit Den Uyls gebruik van het woord ‘executie’, dat het hem kennelijk hoog zat dat hij uiteindelijk in deze door de knieën moest. Het vergroot mijn respect voor Den Uyl. Jammer dat de Gaay Fortman (ARP) de zijde koos van Van Agt. Hij was een persoon met gezag, ook in het kabinet. Als hij op 10 juni 1977 de zijde had gekozen van Den Uyl en Van Doorn, dan waren mogelijk mensenlevens gespaard en had Nederland met het ‘vooruitstrevende’ imago van toen de wereld kunnen laten zien dat geweld niet altijd met tegengeweld hoeft te worden beantwoord. In dit geval was het zeker onnodig. Hoofdrolspeler Van Agt, die de gijzeling ook nog publicitair gebruikte, handelde ongeduldig en wat opgewonden. Dat laatste ook nu weer over de documentaire. Hij is boos en na 23 jaar komt het woord nederlaag niet over zijn lippen. Getuigt dat niet van enige starheid en een geringe groei in zijn denken?

Advertisements