6 december 2000

In Brussel waren onlangs de ministers van de Defensie van de Europese Unie (EU) weer bijeen. Al in 1998 in St Malo besloot de EU door een plotselinge omzwaai van de Britten, tot het opzetten van een eigen militaire identiteit. En vorig jaar december in Helsinki, met de Kosovo-oorlog van de NAVO nog vers in het geheugen, was het dan zover: er komt in 2003 een Europese defensiemacht van 60.000 man. Geen staand leger, maar niettemin een krijgsmacht, die binnen zestig dagen bijeen moet kunnen zijn. Vanwege de periodieke aflossing gaat het in wezen om 200.000 man. In Brussel bleek echter dat de problemen legio zijn. Niet alleen is er nog lang geen EU-leger, maar ook ontbreekt het materieel om het operationeel te maken. Een ‘tegenvaller’, waar niemand rouwig om hoeft te zijn.

Het Helsinki-plan brengt namelijk heel wat risico’s met zich mee. De nadelen lijken stukken groter dan de voordelen. Binnen de EU ziet men als belangrijkste voordeel dat deze nu apart en zelfstandig tot militaire operaties kan besluiten. Hoewel er op dit punt ook meningsverschillen bestaan binnen de EU. Zo willen de Fransen vooral volledig politiek-militaire zelfstandigheid, terwijl de Britten aangaande het EU-leger sterk de nadruk leggen op de band met de NAVO. Progressieve krachten in West-Europa hebben hiervoor een argument dat voortkomt uit idealisme. Uit naam van idealisme zijn vreselijke dingen gebeurd, maar ik begrijp op zich best dat voorstanders van een Europese federatie de eenheid ervan liever niet beperken tot een gezamenlijke munt. Vanuit een sterke federatiewens wordt, ook al ontbreekt onder de burgers het daarvoor noodzakelijke Europese ‘natiegevoel’, dus gekozen voor een Europese militaire identiteit. Dit opdat de EU niet louter een economische dimensie heeft.

Maar het blijft vreemd dat burgers over een dergelijke zaak niet worden geraadpleegd; net als in de meeste EU-lidstaten de mensen nooit via referenda om hun instemming met de euro is gevraagd. Kortom, ook hier is, in termen van Hans Achterhuis, weer sprake van een ‘politiek van de goede bedoelingen’, zonder de mensen er bij te betrekken, en zonder echt stil te staan bij de gevolgen ervan.

Een idealistisch argument is ook, zeker voor een deel van GroenLinks, dat er zo militair kan worden ingegrepen bij humanitaire crises. Weinig plausibel, omdat dat nu ook kan, en wel in het SHIRBRIG-kader of via de ‘coalition of the willing’, zoals enkele jaren terug onder leiding van de Italianen in Albanië gebeurde. Daarvoor is niet het EU-kader nodig. Het duurt bovendien maanden voordat het EU-leger bijeen is. Een staande VN- of OVSE-politiemacht lijkt dan meer voor de hand te liggen, als men per se afwil van de huidige praktijk van de ‘coalition of the willing’.

Een Europees leger zal zich overigens niet beperken tot ingrijpen bij humanitaire crises. Militairen als generaal b.d. K. Homan zeggen nu reeds dat het ook een rol zal moeten spelen bij ‘het veiligstellen van vitale belangen, zoals bijvoorbeeld de toevoer van grondstoffen en het indammen van vluchtelingenstromen’. We vergeten maar al te vaak dat de EU formeel niet behoort tot de structuur van de internationale rechtsorde, maar een blok of landengroep is met een duidelijk eigenbelang.

Overtuigender lijken de nadelen. In de eerste plaats zet elke stap in de richting van een militarisering van de EU de verhouding met Rusland onder druk. Tot nu was dit land niet tegen de oostwaartse uitbreiding van de EU, maar wel fel gekant tegen de NAVO-expansie richting Russische grens. Moet nu ook Rusland tot een tegenstander van EU-uitbreiding worden gemaakt? Dat zal zeker het geval zijn, als het Westen zal proberen de Baltische landen via het achterdeurtje van het EU-leger de NAVO binnen te loodsen.

In de tweede plaats wordt door het Helsinki-besluit de machtsfactor van de EU geaccentueerd. Dat zal niet alleen naar buiten toe politieke onrust creëren, maar ook sneller eventuele militaire interventies van de EU tot een wereldwijd omstreden onderneming maken, net als momenteel het geval is met die van de VS.

In de derde plaats hebben legers net als wapens een eigen dynamiek. Een klein begin smaakt al spoedig naar meer. Hetzelfde geldt voor een gemeenschappelijk veiligheidsbeleid. Geheimhouding wordt troef. We zien dat momenteel met de grote verlegenheid van (delen van) het Europese parlement met de door de lidstaten goedgekeurde geheimhoudingsplannen van Hoge Vertegenwoordiger en EU-‘superminister’ Javier Solana. Aangezien veiligheid hand in hand lijkt te moeten gaan met buitenlands beleid, betreft de geheimhouding ook niet-militaire zaken. Tel uit je winst. De democratische controle, die in de EU toch al een kasplantje is, wordt met dit prestigieuze eigen krijgsmachtplan zo een zware slag toegebracht.

Als vierde bezwaar wordt wel genoemd dat een EU-leger zou kunnen gaan fungeren als een splijtzwam tussen de VS en Europa. Zeker als Frankrijk in het gemeenschappelijke veiligheids- en buitenlandbeleid een hoofdrol gaat spelen. De Amerikanen hebben trouwens een ambivalente houding ten aanzien van de plannen. Enerzijds is men redelijk positief, maar anderzijds is er ook scepsis en irritatie. Ik til hier echter niet te zwaar aan. Ook niet aan het feit dat de Amerikaanse minister van defensie William Cohen gisteren, zoals vandaag alle kranten meedelen, waarschuwde dat door Helsinki de NAVO ‘een relikwie van het verleden kan worden’. Het hoort bij het spel en is bedoeld als druk ten gunste van hen die een sterke band van het EU-leger met de NAVO voorstaan. De NAVO zal overigens nog zeer lang haar superioriteit behouden, of we dat nu leuk vinden of niet. De machtsrivaliteit tussen de VS en de EU ligt overigens vooral op economisch terrein.

Maar veel erger is dat met een EU-krijgsmacht de VN indirect wordt ondermijnd, net als het in progressieve kringen levende plan van een staand VN-leger of politiemacht. Dat is dus mijn vierde bezwaar. De EU richt zich immers, net als de NAVO en anders dan de VN en de OVSE, niet op bescherming van de internationale rechtsorde. En juist die behoeft bescherming.

Kortom, het lijkt zaak dat de EU zich nog honderd keer bedenkt alvorens het Helsinki-plan door te zetten. De sociaal-democraten en de groenen zouden zich eveneens diepgaand moeten bezinnen op de vraag of ze hieraan nog wel hun goedkeuring moeten (blijven) geven. Ook omdat hun argumenten daarvoor, voortkomend uit idealisme, flinterdun zijn.

Het zal trouwens grote financiële consequenties hebben voor de burgers in Europa. Misschien is dat wel het vijfde nadeel, omdat de prioriteiten op een ander terrein liggen. Te denken valt aan de bescherming van het milieu en de uitbreiding van de EU met Oost-Europa. De Helsinki-plannen zijn bovendien onnodig. De EU heeft immers geen veiligheidsprobleem, en ook denken de NAVO-leden in de EU er niet aan de NAVO te verlaten.

De EU is momenteel een economisch fort zonder al te veel democratie. Die democratie moet verder worden uitgediept. Ten slotte is het zaak de Oost-Europese landen snel op te nemen en tegelijk de veel bredere OVSE uit te bouwen. Op militarisering van de EU onder het mom van humanitaire interventie, hoe versluierd ook, zit niemand te wachten.