1 april 2001

Door Balt Verhagen en Hans Feddema

De recente officiële ontvangst die de Zimbabwaanse president Robert Mugabe in België en Frankrijk ten deel viel, is bij democraten in zuidelijk Afrika niet goed gevallen. Al in de jaren tachtig, toen de Nkomo-partij in Matabeleland met hulp van Noord-Koreaanse troepen gewelddadig werd onderdrukt, gaf Mugabe blijk van zijn geringe democratische gezindheid. De provocateurs die toen namens het Zuid-Afrikaanse apartheidsbewind werkzaam waren in Matabelaland, gaven nog een schijn van respectabiliteit aan wat later een massamoord op de oppositie bleek te zijn geweest. De president van Zimbabwe, in het nauw gedreven door het verlies van een plebisciet en een uiterst kleine overwinning bij een algemene verkiezing vorig jaar – die overigens werd gekenmerkt door extreme intimidatie en geweld door de handlangers van de overheid – vindt aanleiding tot dreigen, en erger. De aanrandingen, moorden, recente intimidatie van de rechtbank en het met explosieven vernielen van de drukpersen van een oppositiekrant, tonen dat Mugabe nog steeds bereid is om, als het goedschiks niet gaat, het kwaadschiks te doen.

De opkomst van een dergelijke figuur in zuidelijk Afrika heeft iets gemeen met wat zeventig jaar geleden in Europa gebeurde. De machtswellusteling in Duitsland ondervond weinig weerstand van slappe Europese regeringen, die waren verlamd door vrees voor stromingen die in die tijd tweespalt en verwarring ontketenden. Ook Mugabe krijgt nu impliciete steun van zijn collega’s in de Zuidelijk Afrikaanse Ontwikkelings-gemeenschap (SADC). Was Mandela misschien nog bereid zijn kommer in deze uit te spreken, dit is volstrekt niet het geval met de Zuid-Afrikaanse president Thabu Mbeki. Figuren als Mugabe zijn eenvoudig niet verenigbaar met hoge idealen, zoals die van de Afrikaanse Renaissance. Maar ook nu wordt louter ‘stille diplomatie’ bedreven, vergelijkbaar met Chamberlain in 1938.

Op een meer praktisch niveau wordt niet alleen Mbeki, maar worden ook de andere leiders van SADC – mogelijk met uitzondering van Mogae in Botswana – geconfronteerd met de groeiende onrust over de achterstanden bij het inlossen van de beloften van een beter leven in eigen land. Chissano in Mozambique, Nujoma in Namibië, Chiluba in Zambia en Dos Santos in Angola durven hun mond niet open te trekken over de enormiteiten in Zimbabwe. De nieuwe oppositiepartij MDC (Beweging voor Democratische Verandering) is er verbluffend snel gegroeid uit de vakbondsbeweging. In Zuid-Afrika laten de vakbonden zich dikwijls zeer kritisch uit over de ANC-regering. Een overwinning van de MDC in Zimbabwe, en dus van de vakbonden, zou een belangrijke steun in de rug zijn van de ontevredenen in het hele subcontinent. Logisch dat de politieke elite van zuidelijk Afrika, inclusief Mbeki, het Mugabe vooral niet te moeilijk wil maken.

Mugabes bezoek aan België en Frankrijk had te maken met ontwikkelingen in de Democratische Republiek van Kongo, waar Zimbabwe militair heeft ingegrepen. Realpolitiek leidde ertoe dat de gewelddadige leider de eer van officiële ontvangsten te beurt viel. Laten we er maar geen acht op slaan dat de lijfwacht van Mugabe de enkeling die het waagde in Brussel protest aan te tekenen, in elkaar sloeg. Met name in Groot-Brittannië lokten deze ontvangsten verontwaardiging uit van beide grote politieke partijen. Terecht. Het Westen wil graag democratie in de Derde Wereld. Maar dat betekent dat een ferm standpunt dient te worden ingenomen wanneer de democratie onder druk komt te staan. Democratie in ontwikkelende landen – en elders – is een broos kasplantje, dat veel zorg en koestering vergt. In de buurstaten van Zimbabwe –Zuid-Afrika niet uitgesloten – is er een groeiende neiging de hand te lichten met democratische beginselen. Zo bestaat er minder verdraagzaamheid ten aanzien van kritiek vanuit de oppositie, die men in Zuid-Afrika bijvoorbeeld afdoet als racistisch of, indien afkomstig van zwarten, als geïnspireerd door racisten.

Het is de hoogste tijd de democraten in zuidelijk Afrika een hart onder de riem te steken. Het is zaak om ondubbelzinnig duidelijk te maken aan welke kant Europa staat. We waren beiden lange tijd pleitbezorgers van het ANC, maar we constateren nu dat bevrijdingsbewegingen, eenmaal aan de macht gekomen, snel neigen tot autocratie, en dat kritiek door hen wordt beschouwd als verraad aan de bevrijding. De bewindhebbers, vooral die in Zuid-Afrika, blijken gevoelig voor druk van de financiële wereld. Mugabe geeft echter telkens tekenen de macht te willen behouden tegen alle economische logica in. Daardoor is Zimbabwe in wezen bankroet, maar Zuid-Afrika verhult Mugabes kwalijke beleid door het verlengen van kredieten en het leveren van benzine.

De geschiedenis lijkt zich te herhalen. Tot 1979 hield president Vorster van de Zuid-Afrikaanse apartheidsregering het Rhodesië van Ian Smith aan de macht door het omzeilen van internationale sancties, zoals thans Zuid-Afrika indirect Mugabe en zijn kliek in het zadel houdt. Maar Kissinger, de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, zette Vorster zo onder druk, dat deze werd genoodzaakt Smiths kranen dicht te draaien. Zo ontstond in 1980 het democratische Zimbabwe. Dat droeg tevens bij aan het proces van democratisering in Zuid-Afrika zelf, na tien jaar uitmondend in het einde van apartheid.

De geschiedenis leert ons dus hoe de democratie bij het ontbreken van positieve en ook tastbare stellingnamen van derden regelmatig gevaar loopt. De Zuidelijk Afrikaanse Ontwikkelingsgemeenschap (SADC) is veel te mild voor Mugabe. Europa moet daarom bijspringen of een corrigerende factor zijn. Ten behoeve van actieve democratisering moet de bevolking van zuidelijk Afrika en (nu vooral) van Zimbabwe op onomwonden en voortdurende druk vanuit Europa op de SADC-staten kunnen rekenen, ook al gaat dat soms in tegen het ogenblikkelijke of kortetermijnbelang

Prof. dr. B. Th. Verhagen is fysicus en milieuonderzoeker verbonden aan de Universiteit van Witwatersrand in Johannesburg, Zuid-Afrika.

Dr. J.P. Feddema is antropoloog, publicist en actief in de vredesbeweging en GroenLinks.

Dit stuk verscheen tevens in opinieweekblad Hervormd Nederland d.d. 7 april 2001, onder de kop ‘Duw in de rug voor democraten’.

Advertisements