6 mei 2001

Onlangs hield de Waal Michel Collon zijn boek Blufpoker, de grootmachten, Joegoslavië en de komende oorlogen in ons land ten doop. De Amsterdamse Balie gaf hem daartoe de gelegenheid door hem te laten interviewen door Karel Glastra van Loon en daarna Joeri Boom (De Groene Amsterdammer) en ondergetekende daarop te laten reageren. De zaal was vol. Velen, onder meer ex-secretaris van Pax Christi Jan ter Laak, konden pas na de pauze worden binnengelaten.

Het boek (EPO, Antwerpen, 2001) is geladen en ontmaskerend. Tegelijk is Collon ook zelf wat eenzijdig. Hij is een gelovige. Hij spreekt nog van ‘burgerlijke media’ of doctrinair van een ‘systeem, dat niet zonder oorlog kan’. Dat hij het ‘socialistische’ jargon hanteert en nog de ‘echte socialistische samenleving’ zegt voor te staan, is prima, al lijkt het minder slim dit na het failliet van het ‘reëel bestaande socialisme’ zo expliciet te doen, als je je via een boek richt tot de democratische krachten. Alles tot één oorzaak herleiden of zich te stellig uit te drukken, lijkt ook minder handig. Met gelijk hebben, ben je er immers nog niet.

Collons ‘gelijk’ is dat hij de verborgen agenda van de grootmachten boven tafel brengt. Op zich positief, omdat we die meestal vergeten, maar moeilijk omdat deze niet altijd is hard te maken. Collon slaagt daar nochtans in zijn lijvige boek redelijk in, ook al vind ik zijn gegevens over de VS overtuigender dan die over Duitsland. Maar over het eerste wisten we trouwens al veel via de geschriften van de Amerikaan Noam Chomsky. Collons stelling is dat oorlogen eerder beginnen dan wij als burgers denken. Ik kreeg onlangs een e-mail van een Vlaams kamerlid, die me liet weten van de Belgische inlichtingendienst te hebben vernomen dat de Amerikaanse CIA reeds in 1997 in Albanië soldaten van het UÇK militair zou hebben getraind. Veel van wat de CIA doet, is geheim. Maar wel is openlijk toegegeven dat de Amerikanen vanaf 1994 Bosnische Moslims en Kroaten trainden en wapens leverden ondanks een door de VN afgekondigd embargo.

Collon meent dat inzake het UÇK de Duitse geheime dienst hetzelfde deed. Wie weet. Onlangs wees Mient Jan Faber publiekelijk op het gegeven dat de CIA in drie dorpen in Noord-Macedonië, vlak bij de grens met Kosovo, reeds vanaf eind 1998 UÇK-soldaten traint. Volgens Chomsky is dat steeds de Amerikaanse strategie: partijkiezen voor een groep en deze dan militair bewapenen en trainen. Nu had dat volgens Faber het voordeel dat door de Amerikaanse invloed op het UÇK de recente ongeregeldheden in Macedonië, die vanuit die drie dorpen werden veroorzaakt, snel de kop kon worden ingedrukt. En wat Duitsland betreft, stoot ik me vooral aan de beslissende, zo niet fatale rol die dit land speelde bij het doen uiteenspatten van Joegoslavië. In lezingen wijs ik behalve op de politieke blunders van de Joegoslavische leiders Milosevic (het opheffen autonomie van Kosovo), Tudjman (in 1990 in Kroatië een nieuwe grondwet invoeren zonder het noemen van de Servische minderheid) en Izetbegovic (in 1992 een reeds door hem getekend akkoord herroepen na een geheim bezoek van de Amerikaanse ambassadeur) op het in 1991 door Duitsland doordrukken van de afscheiding van Kroatië.

Collon wijst er op, dat Duitsland a) een uitweg naar de Middellandse Zee wilde en b) supermacht wenst te worden. Het eerste is niet ondenkbaar. Via Kroatië, dat ook economisch sterk gelieerd is aan dit land, is er nu zo’n uitweg. Door het Duitse succes inzake Kroatië verschenen in 1992 ook de Amerikanen op het Balkantoneel. Volgens Collon uit rivaliteit met Duitsland. Niet onmogelijk, althans voor een deel. Ernstiger is dat de Amerikaanse supermacht meteen op haar eigen wijze haar stempel op de zaak drukte en bijvoorbeeld de oorlog bijna drie jaar onnodig verlengde, door in 1992 via druk op Izetbegovic het Lissabon-akkoord van de EU – dat als twee druppels water leek op het latere ‘Dayton’ – te torpederen. Duitsland was niet de enige reden. De VS vonden ook – vooral Chomsky wijst daar op – de Russische invloed in Joegoslavië te groot, welk land bovendien op een strategische route ligt, zeker in verband met de olie- en gastoevoer vanuit de Kaspische regio. Ten slotte leken enkele extra eigen militaire bases op de Balkan, zoals nu in Kroatië en in Kosovo (Bondsteel), hun geen overbodige luxe.

Collon noemt vijf hoofdlijnen van de VS-strategie: a) verzwakken van Rusland, b) Oost-Europa controleren, c) beletten dat Japan en Duitsland supermachten worden, d) in de Derde Wereld de vorming van onafhankelijke mogendheden voorkomen en e) Noord- en Zuid-Amerika behouden als eigen jachtgebied. Dat de VS overal militaire bases vestigt – Collon geeft daarover veel gegevens – ontglipt vaak onze aandacht, kennelijk omdat onze media daaraan nauwelijks aandacht besteden. In het licht van dit alles zou men zich kunnen afvragen of het in 1999 wel primair om Kosovo ging en niet meer om een oorlog tegen Servië uit geopolitieke overwegingen. Ook gezien het Rambouillet-dictaat; een dictaat dat door vele gezaghebbende mensen fel is bekritiseerd, zoals Lord Gilbert, onderminister van Defensie van Engeland tijdens de Kosovo-oorlog, generaal Michael Rose, ex-bevelhebber van UNPROFOR in Bosnië (zie Jan Marijnissen & Karel Glastra van Loon, De laatste oorlog, 2000), de Duitse brigadegeneraal Heinz Loquai in het geruchtmakende VPRO-radio-interview op 8 februari 2001 en ten slotte de bekende BBC-documentaire over de oorlog.

Ik houd het inzake de Amerikanen vooralsnog op een dubbele agenda, zoals tevens inzake de NAVO-expansie, tot nu ten onrechte louter gerechtvaardigd vanuit ‘solidariteit met de Polen’. Lieten we ons niet te veel sussen door Clintons charme? Ook bij zijn Moralpolitik zat immers heel wat Realpolitik. Het humanitaire aspect negeren, zoals Collon doet, onderschrijf ik niet, maar dat machtsoverwegingen (ook) een rol spelen ben ik met hem eens. Bij de nieuwe president Bush is dat thans zichtbaarder, ook al laat ook zijn bewind niet het achterste van zijn tong zien. Wat ik miste bij Collon, is het procesmatige: dat men al handelende als grootmacht geïrriteerd kan raken. Dat de eigen geloofwaardigheid op het spel gaat staan, althans in de eigen perceptie. Je hebt al zo vaak gedreigd en de ander wordt ervaren als koppig. Deze eens een lesje te leren, is dan een begrijpelijke psychologische reactie, en voor men het weet belandt men in een fuik, waaruit geen weg terug meer is. Zo ging het inzake Kosovo vooral. Het spoorde echter tevens met het geopolitieke belang van de Amerikanen. Als het eigen belang op de achtergrond niet mede een rol speelt, en zeker als een wereldbrand het gevolg zou zijn, had men zich niet laten irriteren. De verborgen agenda is dan ook wel degelijk van betekenis.

Ik bespeur dat de progressieve krachten zich daar meer en meer van bewust worden, zeker na het aantreden van Bush. Niet onbelangrijk, omdat voor 2003 de uitbreiding van de NAVO met de Baltische staten is gepland. Volstrekt onnodig, maar zeer riskant en haaks staand op conflictpreventie, omdat het zich al benard en eingekreist (omsingeld) voelende Rusland dat als een casus belli zal ervaren. Stampij van Europa en de vredesbeweging om die verdere NAVO-expansie te voorkomen, zal nu reeds moeten worden voorbereid. Het boek van Collon is daarin wellicht functioneel, zeker indien in een verkorte, meer handzame versie.

Dit stuk verscheen in het meinummer 2001 van tijdschrift VD Amok