1 juni 2001

De laatste jaren was mijn contact met prof. dr. Jo Verkuyl minimaal, maar toch wilde ik dit voorjaar graag aanwezig zijn bij de uitvaart van deze gedreven man. Ik ontmoette hem voor het eerst als jonge student, toen hij zich in een besloten debat met AR-voorlieden op societeit LANX van het VU-studentencorps sterk maakte voor overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië. Later ontstond er ook direct contact. Zo zaten we beiden in de ARP, waarbij we in de jaren zeventig te maken kregen met de vraag wat te doen met christelijke partijvorming. Jo Verkuyl koos daarin niet voor deconfessionalisering. Hij zette zich in voor gerechtigheid en vrede vanuit ‘de beloften en eisen van het evangelie’, zoals hij dat graag zei. Hier ligt niet alleen de sleutel tot het antwoord op de vraag waarom hij ‘het vertrouwen van het gereformeerde volk nooit verloor’ (Koorneef), maar ook waarom de strategie van reconfessionalisering op zijn lijf was geschreven. Dus dat hij bepleitte, zonder aan modedenken mee te doen, de ‘c’ van ‘christelijk’ echt een radicale inhoud te geven.

Verkuyl was een opmerkelijke mix van activisme en de ‘verborgen omgang met God’ – zijn voorgeslacht in het Land van Heusden en Altena behoorde tot de Afscheiding –, kortom van activisme en mystiek. Opvallend is ook dat hij aandacht had voor de strategie of de middelen. Het doel van een betere samenleving raakte zijns inziens vaak verder van huis als je meende dat daarvoor alle middelen geheiligd waren. Ik herinner me hoe hij ons studenten in de jaren zestig waarschuwde niet mee te gaan in de retoriek van Fanon, Che Gevara en de Black Panthers, die toen erg in waren. Hij keerde zich echter niet alleen tegen het geweld van revolutionair links en van het marxisme-leninisme, maar ook tegen het kernwapengeweld van rechts. Hiroshima en Nagasaki verfoeide hij. Ik was aanwezig op de AR-partijraad, waarin hij als een profeet in een confrontatie met Barend Biesheuvel kernwapens en de daarop gebaseerde afschrikkingspolitiek als zijnde ‘tegen God’ veroordeelde. De tv-rubriek Brandpunt besteedde er veel aandacht aan, en gaf hem ook op daarna nog alle ruimte. Verkuyl droeg toen in Nederland even de profetenmantel, zoals voorheen een tijd de VARA-dominee Buskes.

Net als Buskes hield Verkuyl zich sterk bezig met de strijd tegen de raciale discriminatie in de VS en Zuid-Afrika. We zagen de Amerikaanse mensenrechten- en geweldloosheidsactivist Martin Luther King toen veelvuldig op het journaal. Zijn krachtige uitspraken en acties raakten ons. Mensen die de ideeën van Luther King in Nederland verspreidden, waren Riemens en Buskes, maar ook Verkuyl blies zijn partijtje mee. In 1969 schreef hij zijn bekende boek ‘Breek de muren af! Om gerechtigheid in rassenverhoudingen’ (Baarn). Ikzelf was door mijn antropologische onderzoek in Zuid-Afrika met mijn neus gedrukt op het fenomeen racisme. In het AR-partijorgaan Nederlandse Gedachten wijdde ik er een artikelenserie aan. Typerend voor Verkuyl was dat hij daarop mij als jong broekie vroeg om bij hem thuis langs te komen. Ik dankte er mijn afvaardiging aan voor de geruchtmakende Consultation about Racism van de Wereldraad van Kerken in Notting Hill (mei 1969). Verkuyls invloed was toen zo groot dat hij dat gewoon regelde. Ook dat de NCRV-radio me vroeg zijn boek te bespreken. Was dat wat Koorneef op de begrafenis bedoelde met de ‘kleine streekjes’ van deze grote man?

Verkuyls doel van zijn maatschappelijk activisme was het wat behoudende christelijke volksdeel te ‘verlichten’. Hij was daarin in meerdere opzichten een voorhoedemens. Liep zogezegd voor de troepen uit en zette zaken in gang. Ik noem zijn Gereformeerd Vredesberaad uit 1967, de voorloper van het IKV, of zijn pleidooi voor overheidssteun aan particuliere ontwikkelingsorganisaties, dat de aanzet gaf tot wat nu heet de ‘medefinanciering’. Bekend is ook de werkgroep Kairos, die hij samen met onder meer Ben van Kaam oprichtte. Hebe Kohlbrugge, PvdA-kamerlid Fransen, de Amsterdamse doopsgezinde bankier Van Eeghen en ik behoorden ook tot de mensen van het eerste uur in deze werkgroep. Kairos (‘Het is nu de tijd’) richtte zich mede op raciale verzoening in de geest van het Christelijk Instituut van Zuid-Afrika. De oprichter daarvan, Beyers Naudé, werd door het apartheidsregime meer en meer monddood gemaakt. Bekendheid in de wereld kon hem beschermen. We gaven onszelf de opdracht daaraan te werken, en niemand bleek daar beter toe in staat dan Verkuyl, met zijn vele nationale en internationale contacten. Hij wist ook beurzen aan te boren voor jonge zwarte leiders uit Zuid-Afrika om hier te komen studeren. De bekende, inmiddels enigszins omstreden Allan Boesak – hij woonde toen in Kampen, ik in Heerde, waardoor we enige tijd bevriend raakten – was een van hen.

Verkuyl wist hoe dan ook vanuit zijn studeerkamer thuis met zijn pen en via de telefoon veel tot stand te brengen op het terrein van vrede en gerechtigheid. Openlijk en soms ook achter de schermen. Hij riep tevens weerstand op, wat nu eenmaal het lot is van voorhoedemensen en dwarsliggers. Als eerste de vinger op de zere plek leggen, maakt niet geliefd, en dan achteraf ook nog gelijk krijgen, zoals Verkuyl nogal eens overkwam, evenmin. De ‘kleine’ naijver in eigen kring deed hem pijn. Hoezeer hij ook in acties een voorstander was van samenwerking met andersdenkenden, bijvoorbeeld in zijn strijd tegen de Vietnamoorlog en de kernbewapening, toch hield Verkuyl ideologisch afstand van het Oost-Europese ‘reëel bestaande socialisme’. Hij noemde dat het verkeerde antwoord, hoezeer hij tegelijkertijd de grote kritiek op de westerse kapitalistische samenleving deelde. Van Verkuyls relevantie als theoloog en missioloog weet ik weinig, maar ik had er behoefte aan me te richten op zijn maatschappelijk-politieke betekenis, die in de vele doodsberichten in de media enigszins werd onderbelicht. Ik zie het als een voorrecht het levenspad van deze bijzondere man een paar keer te hebben gekruist. ‘Fijn Jo, dat je 93 werd en bedankt voor de inspiratie die je aan velen van ons gaf.’

Dit stuk verscheen in het juninummer 2001 van Linker Wang