28 juni 2001

De EU kan niet langer afzijdig blijven. De stichting van een joodse staat in een Arabische context door het geforceerd terugdraaien van tweeduizend jaar geschiedenis dreigt uit te lopen op een ramp. Theodoor Herzl, de geestelijke vader van de joodse staat, liet zich inspireren door de idealen van de Verlichting. Het zionisme was voor hem min of meer een ethisch ideaal. De joodse staat zou model moeten staan voor de menselijkheid en zou naburige landen nooit aanvallen, maar ‘alleen door de geest heersen’.

Hij maakte echter twee grote fouten. Hij zag niet dat het jodendom twee kanten heeft, niet alleen die van te willen dienen als ‘een licht voor de naties, dat zich bekommert om het lot van de wereld en niet slechts om dat van de eigen stam’ (Lerner), maar ook een eng-nationalistische zijde van zich sterk te willen maken voor joods particularisme. Hij voorzag niet dat in Palestina het laatste al spoedig het idealisme van de vroege zionisten zou verdringen. De tweede fout van Herzl was zijn grote blinde vlek om geen rekening te houden met de autochtonen in Palestina noch met hun reacties. In zijn dagboek schreef hij op 12 juni 1895: “Wanneer we het land bezetten (..) moeten we langzaam maar zeker het privé-bezit op de landgoederen die voor ons bestemd zijn, onteigenen (…) [en] proberen de arme bevolking stiekem over de grens te zetten.”

Herzls biograaf Steven Beller schrijft deze blinde vlek toe aan diens ‘typisch koloniale mentaliteit’. Zo’n mentaliteit was toen algemeen in het Westen. Toch was het een weeffout in het zionisme, die de beweging vroeg of laat zou opbreken. Zeker toen meteen na de Tweede Wereldoorlog overal de grote doorbraak van de dekolonisatie begon, maar zich uitgerekend in de roerige Arabische context met behulp van Europa en de Verenigde Staten een westers ‘Fremdkörper’ ontwikkelde in de vorm van een ‘verlate kolonie’. Dat was vragen om moeilijkheden.

De zionisten zetten echter door. De westerse landen waren er zeer verlegen mee, maar gingen ten slotte akkoord met een verdeling van Palestina tussen joden en Palestijnen via VN-resolutie 181 van 1947, waardoor in 1948 de staat Israël mogelijk werd. Het leidde tot oorlog, verdrijving en bloedvergieten, zozeer dat nu na ruim vijftig jaar Israëliërs zich afvragen of het stichten van een joodse staat achteraf wel zo goed was. Mensen verlaten Israël, omdat ze zich er niet veilig voelen en omdat onder hun landgenoten een beangstigende harde geest is komen bovendrijven, een geest die ook te bespeuren was bij blanke Zuid-Afrikanen in de nadagen van de apartheid. Sinds de bezetting van de Palestijnse gebieden in 1967 verliest Israël meer en meer zijn ziel.

Op zich te begrijpen, doordat Israël mede dankzij a) de fouten van de Arabische tegenspelers, b) de Koude Oorlog en c) de steun van het machtige Westen, thans over heel wat meer land beschikt dan conform de besluiten van de internationale rechtsorde is toegestaan. Niet alleen door handhaving van de bezetting in strijd met de VN-Veiligheidsraadsresolutie 242, maar ook via het toelaten dan wel politiek-financieel steunen van de vestiging van steeds meer joodse nederzettingen tussen de Palestijnse dorpen. Zelfs onlangs gaf Israël zijn goedkeuring aan bouwplannen voor ruim zevenhonderd woningen in twee grote nederzettingen op de Westoever. Geestelijk en feitelijk heeft Israël op deze manier geen toekomst.

Moeten we dan eenzijdig partij kiezen voor de Palestijnen? Nee, dat leidt tot vijanddenken. En ook zij maken fouten. Geweldloosheid van hun kant verdient verre de voorkeur, ook omdat elke machthebber geweld van de machtelozen ombuigt naar eigen voordeel. Maar de wereld begint in te zien dat, los van het fanatieke Hamas-geweld, bij hen vooral sprake is van wanhoopsreacties, zoals tijdens de Apartheidheidsregime het geval was bij de zwarte bewustwordingsbeweging van Steve Biko. De Palestijnen hebben meer de gerechtigheid aan hun kant. Daarover is geen twijfel mogelijk, gezien de vele VN-resoluties inzake dit conflict. Druk op Israël kan dan ook niet worden uitgelegd als partijkiezen voor een van de partijen. Bij druk gaat het er immers om dat het Westen zijn ‘kind’ maant de VN-besluiten na te komen, waardoor eindelijk recht wordt gedaan aan de Palestijnen.

Israël weet in wezen zelf wel dat het geen toekomst heeft en dat de zionistische droom voorbij is, tenzij het naast zichzelf een volwaardige en leefbare Palestijnse staat toestaat, in de geest van de tweedelingsresolutie 181 van de VN. Het land lijkt echter verblind door angst en/of kortzichtige zucht naar steeds meer land, waardoor het nu moeilijk over zijn eigen schaduw heen kan springen. De wereld moet Israël daarbij helpen. Zolang de Verenigde Staten hun taak niet verstaan, is het de EU die daden moet stellen. Zo is het in het licht van de huidige situatie alleszins verantwoord dat de EU haar Associatieverdrag met Israël opschort.

Dat is dan geen boycot, maar een opschorting van invoerrechtvermindering, die de EU aan Israël verleent, een voorrecht dat anderen in het Midden-Oosten niet hebben. Zo’n opschorting impliceert een vorm van druk, omdat 35% van de export van Israël naar de EU gaat. Een signaal dus dat Israël als verreweg machtigste partij in het Israëlisch-Palestijnse conflict op de huidige weg niet door kan gaan. De opschorting sluit bemiddeling niet uit, omdat ze kan worden gelegitimeerd door de mensenrechtenclausule in het verdrag en ze een precedent had in de jaren tachtig tijdens de regering-Shamir, toen de EU een wetenschapsverdrag met Israël opschortte. Gerichte (economische) druk is nodig bij een staat als Israël. Op dit moment wapens aankopen in Israël, zoals Nederland van wil, lijkt in dat licht dan ook niet handig. Alleen praten helpt niet bij situaties van ongerechtigheid. Ten slotte zou de EU een waarnemersteam moeten sturen, zolang een VN-team in de Veiligheidsraad door de Verenigde Staten – lees Israël – wordt geblokkeerd, hoewel Colin Powell recent zacht (te zacht?) druk blijkt uit te oefenen op Israël er wel mee in te stemmen. Waarnemers met hetzij een formele, hetzij een informele status hebben alleen al door hun aanwezigheid een geweldsdempend effect.

Dit artikel verscheen op 14 juli in het weekblad Hervormd Nederland, onder de titel ‘Druk op Israël’.