20 augustus 2001

Interview met Hans Feddema door Karin Seijdel

Kun je jezelf kort introduceren?
“Ik ben antropoloog, was lange tijd docent aan de VU, ben verder publicist en woonachtig in Leiden. Ik ben van oorsprong afrikanist, promoveerde op een volk in Zuid-Afrika, maar richt me thans meer op Zuid-Azië en op conflictgebieden als het Midden-Oosten en de Balkan.”

Je stond aan de wieg van GroenLinks en nam tien jaar geleden het initiatief tot de oprichting van de Linker Wang (LW). Hoe ging dat in z’n werk?
“Ik was onbezoldigd directeur van het wetenschappelijk instituut in Den Haag van de toenmalige EVP en als zodanig ook adviserend lid van het EVP-bestuur. Ik lanceerde daarin het idee om net als de PvdA een religieuze werkgemeenschap aan GroenLinks te verbinden, dus door de politieke evangelisch-radicale stroming van de EVP te verbreden naar progressief-religieuze mensen van de andere ‘bloedgroepen’ van GroenLinks. Ik kreeg het mandaat om dat te doen, en zo nodigde ik in Den Haag spontaan als eerste Ab Harrewijn uit.”

Waarom hem?
“Ab was actief voor De arme kant van Nederland en was toen net wat in de publiciteit geweest door een publiek debat met staatssecretaris Lourens de Graaf. Ik was daarvan onder de indruk. Maar had ik, zo vroeg ik me later af, niet beter eerst prominente christenen uit de PSP en de PPR moeten benaderen? Ik had me namelijk niet genoeg gerealiseerd dat de EVP-visie (‘een eigen politiek model van vrede door gerechtigheid en vice versa in het evangelie’) nogal haaks stond op de visie van Christenen voor Socialisme, die meenden dat er slechts één politiek model was, namelijk dat van Marx en Lenin, en dat christenen dat alleen konden ondersteunen, ritueel of via liturgie. Die tegenstelling speelt thans nog nauwelijks in de LW, maar in de beginjaren was dat erg moeilijk. Ik trok me algauw terug naar de zijlijn. Het had ook zijn voordelen. Ik had genoeg aan de EVP getrokken en vooral om deze (een beetje gelijkwaardig) in GroenLinks te krijgen. Er ontstond hoe dan ook in de LW naar mijn mening een wat behoudende sfeer, met zaken die te veel in één hand lagen. Maar geen misverstand: het was echt niet allemaal kommer en kwel. De LW kreeg redelijk wat leden en werd organisatorisch behoorlijk op poten gezet. Wat ik ook positief vind, is dat voor de naam ‘Linker Wang’ werd gekozen. De genoemde tegenstelling kwam tijdens de Kosovo-oorlog toch nog weer even dramatisch naar boven, maar voor het overige vorderde de integratie van denken in de LW steeds meer, zeker de laatste vijf jaar. Mag ik in de beginjaren wel eens hebben getwijfeld, op dit moment ben ik zeer positief over (de geest in) de LW, ook dankzij de nieuwe jonge stuurgroepleden.”

Beschrijf je zelf politiek in vijf kernwoorden.
“1) Ethiek in de politiek bevorderen. 2) Het leven koesteren en van mensen houden. 3) Kritisch zijn tegenover vooral de eigen (machtige) westerse maatschappij. 4) Werken aan conflictpreventie en conflictoplossing. 5) De geweldloosheid centraal stellen als het meest effectieve middel voor het bereiken van meer rechtvaardigheid tussen mensen, groepen en landen.”

Ben je behalve als antropoloog politiek nog actief?
“Ja in Groenlinks, tot voor kort als statenlid van Zuid-Holland en nu als voorzitter van de werkgroep Midden-Oosten, als lid van de werkgroep Veiligheid en vrede en als lid van de partijraad. Daarnaast ben ik actief in de vredesbeweging, houd spreekbeurten en publiceer vrij veel.”

Welk thema moet op de agenda komen of blijven van de Linker Wang?
“a) De tijdgeest analyseren en van daaruit een strategie ontwikkelen. b) Het politiek-maatschappelijke ‘bergredemodel’ verder uitdiepen.”

Vanwaar komt je inspiratie?
“Uit meerdere bronnen, namelijk: In de eerste plaats de Buskes-, Verkuyl-, Berghuis/Bruins Slot- en Hannes de Graaf-traditie van ‘het evangelie is links en geweldloos’, ten tweede Mahatma Gandhi en in de derde plaats de nieuwe spiritualiteit die is opgekomen na de vondst van de Dode-Zeerollen en de Nag Hammadi-geschriften.

Hoe zie je de band van de Linker Wang met GroenLinks?
“Die zou beter kunnen. We zijn onafhankelijk, en dat is goed, maar anderzijds zijn we als LW helaas te weinig actief in en ten aanzien van GroenLinks. In de eerste jaren waren we qua denken geen eenheid, maar nu we dat wel meer zijn, zouden we vaker een eigen constructief-kritisch geluid kunnen laten horen. Ook de dialoog van LW met de fractie en het bestuur zou intensiever kunnen en dan liefst vooraf en niet achteraf, zoals bij de paarse euthanasiewet, toen de fractie haar standpunt al had bepaald.”

Dit artikel verscheen in magazine De Linker Wang, september 2001.

Advertisements