22 augustus 2001

Er is zelfs anno 2001 moed voor nodig om je, gezien de rampzalige situatie in Israël, voorzichtig af te vragen of het zionisme, dat in Europa eind negentiende eeuw opkwam tegelijk met het nationalisme (‘elk volk een eigen staat’), achteraf wel zo’n goede gedachte was. Te meer omdat we weten tot welke onheil nationalisme al spoedig zou leiden. Zo’n kritische reflectie verwacht je van de zionisten zelf. In de reactie van Jacques Mo’ed, ex-voorzitter van de Nederlandse Zionistenbond, op mijn artikel van 14 juli in Hervormd Nederland, bespeur ik helaas niets daarvan. Hij legt de schuld vooral bij de Arabieren, anders gezegd, ‘alleen de ander heeft het gedaan’ (Hervormd Nederland, 16 augustus).

Blinde vlek
Ik sprak in het juli-artikel, ook te vinden op mijn website, over ‘de grote blinde vlek van Theodor Herzl geen rekening te houden met de autochtonen in Palestina’ en noemde dat ‘een weeffout in het zionisme die de beweging zou opbreken’. Ieder volk een eigen staat? Europa was vol, en dus dacht Herzl eerst zelfs aan een joodse staat in Uganda. En de autochtonen daar dan? Palestina had hetzelfde probleem: het was al bevolkt. Bovendien was het onderdeel van het Turkse rijk. Dat stond overigens wel kleine aantallen joodse immigranten toe. Dat werden er meer toen Palestina in 1918 in handen van Engeland kwam.

Tehuis of staat?
Het is echter een misvatting te denken dat de Londense Balfour-verklaring van 1917, zoals Mo’ed suggereert, sprak over een joodse staat. Een ‘tehuis’ voor joodse immigranten naast de Palestijnse meerderheid, dat was wat Engeland voor ogen stond. Een joodse staat impliceerde immers het terugdraaien van tweeduizend jaar geschiedenis, wat zonder precedent was. Bovendien zouden de Palestijnen dan in eigen land tot tweederangsburgers worden gedegradeerd. Engeland gaf Palestina ten einde raad aan de VN, die het in 1947 in tweeën deelde via resolutie 181. Dat de Arabische staten – in 1947 in de VN ondervertegenwoordigd – dit toen uit frustratie niet aanvaardden, was dom en fout. Maar daarmee staat of valt die resolutie niet. Die nu ‘niet meer bruikbaar’ te noemen, zoals Mo’ed doet en daarmee zelfs de bezetting en de ‘joodse nederzettingen’ in de Palestijnse gebieden te rechtvaardigen, is te dwaas voor woorden. Bovendien ondergraaft Israël zo zijn eigen juridische basis. Aan VN-resolutie 181 is immers juist te danken dat in 1948 de staat Israël kon worden uitgeroepen.

Apartheidsland
De Arabieren probeerden die resolutie ongedaan te maken; daarin heeft Mo’ed gelijk, maar hij vergeet dat Israël deze nu daadwerkelijk ondermijnt. Terwijl de Arabieren meer en meer de nieuwe staat in hun midden accepteren, gaat Israël door met steeds meer land in bezit nemen over de ‘groene lijn’ van 1967 heen. Is dat niet het grote onrecht waartegen de Palestijnen zich verzetten, nog los van de status van het oude Jeruzalem en de vluchtelingen? Ik bezocht Israël vier keer en proefde in het begin nog het kibboets-idealisme. Nu voel ik me er in een apartheidsland als in Zuid-Afrika, waar ik lang onderzoek deed. Is de zionistische droom voorbij? De heer Mo’ed vergeet dat ik in het betreffende artikel toevoegde dat Israël toekomst heeft, als het recht doet aan de Palestijnen en ‘naast zichzelf een volwaardige en leefbare Palestijnse staat toestaat’. Sprak de joodse profeet Jesaja niet over ‘vrede als vrucht van gerechtigheid’?

Dit artikel verscheen in weekblad Hervormd Nederland van 1 september 2001.