16 september 2001

Pijn, verdriet, verontwaardiging, gebeden en medeleven komen bij ons op na de tragedie in New York en Washington. Maar er is meer. Het zelfmoordgeweld tegen de pijlers van de Amerikaanse – en in wezen westerse – macht legt de crisis bloot waarin de wereld zich bevindt. In de eerste plaats denk ik dat er met dit afschuwelijke drama sprake is van een catharsis van de Babylonische, ook bij ons opgeld doende mythe van het ‘bevrijdend geweld’. In die mythe is ‘scheppen een daad van geweld’. Die mythe is in hedendaagse termen het geloof ‘dat geweld “redt”, dat oorlog vrede brengt en macht recht herstelt’. In deze visie komt de redding ‘van bovenaf’. De mythe van ‘het bevrijdende geweld’ is een van de oudste verhalen ter wereld en zou volgens de Amerikaan Walter Wink onze moderne wereld geheel in haar greep hebben, zozeer dat deze ‘de overheersende godsdienst in onze hedendaagse samenleving is en niet het jodendom, het christendom of de islam’ (De heersende machten, 1999, p. 44).

Vreemd is dat overigens niet. Geweld is immers op het eerste gezicht functioneel. Het lijkt te ‘werken’. Maar als men die visie heeft, waarom zou deze dan niet ook opgaan voor terrorisme? Volgens Mao zit ‘macht in de loop van het geweer’. Mahatma Gandhi hield de mensheid daarentegen voor dat geweld tot destructie leidt. Zelfs als het iets goeds lijkt op te leveren, dan is volgens hem ‘dat goede hooguit tijdelijk, omdat het al spoedig zal worden overspoeld door het kwade dat tegelijkertijd meekomt’. Het Westen bewees wel lippendienst aan Gandhi, maar koos na 1945 toch, zijn dekolonisatie-idealisme ten spijt, al spoedig voor de visie van Mao en gaf in die zin de wereld het slechte voorbeeld. Het geloof in militarisme of in ‘veiligheid via geweld’ is nu eenmaal een grote verleiding, maar niettemin buitengewoon riskant in een tijd waarin de techniek zich in een ongelooflijk hoog tempo ontwikkelt, en waarin dus ook de vooruitzichten op terrorisme toenemen.

We dachten met wederzijdse afschrikking de dans van een nucleaire oorlog te kunnen ontspringen. Deze afschrikking gaf, of geeft ons gelukkig enige respijt. Maar blijkt vandaag de dag niet dat we vastlopen op het feit dat we als westerse democratieën het vraagstuk van ‘de middelen’ na 1945 hebben verwaarloosd? En dat we de wereld geen goed voorbeeld hebben gegeven? Dit te meer, doordat onze verstedelijkte en technische samenleving van modern vliegverkeer, kerncentrales enzovoort uitermate kwetsbaar is geworden voor geweld. Bovendien moeten we bedenken dat de ramp nog vele malen groter zou zijn geweest als de ‘terroristen’ voor de operatie in New York en Washington zouden hebben gekozen voor het biologische wapen miltvuur, iets waartoe zij in principe in staat zijn.

De VS willen terugslaan. Europa waarschuwt wel voor een overreactie, maar lijkt begrip voor de roep om wraak te hebben en toont zich in NAVO-verband voorlopig solidair. Maar is vergelding in de geweldsspiraal waarin we ons thans bevinden, wel de juiste weg? Wat voor reacties zal het ‘terugslaan’ op korte of langere termijn weer oproepen? Eenmaal begonnen op deze weg is het eind immers zoek, en wordt de toekomst, gegeven onze kwetsbare maatschappij, almaar bleker. In 1998 zijn als wraak voor de bomaanslagen op Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania zo’n 75 kruisraketten afgevuurd op doelen in Soedan en Afghanistan. Hielp het? Nee, het gevolg is slechts dat nu, drie jaar later, een veel groter drama wordt veroorzaakt. Wanneer breekt het inzicht door dat het een illusie is te denken dat vrede en veiligheid kan worden bereikt via geweld?

Naast de catharsis van het wijdverbreide geloof dat geweld ‘redt’, is de ramp in New York en Washington een symptoom van de crisis van machtsopportunisme en -arrogantie. Het Westen en vooral Amerika leverde de nieuwe elite in de Derde Wereld uit winstbejag wapens en de modernste (wapen)technieken, speelde de landen tegen elkaar uit of steunde er tot op de dag van vandaag allerlei autoritaire machthebbers, inclusief (tot ongeveer 1990) de Irakese dictator Saddam Hoessein. Ook Bin Laden werd vroeger ‘gebruikt’ door het Westen, en dus krijgen we met hem in zekere zin ‘een koekje van eigen deeg’. Ook hebben we de geschiedenis niet mee. Het Europese kolonialisme was vaak behoorlijk wreed. De kruistochten, de slavenhandel en meer recent de Vietnam-oorlog zijn in de gedachte van velen nog levend. We vergeten dat in de kruistocht van 1099, waarbij Jeruzalem na vijf weken beleg werd ingenomen, er in twee dagen tijd veertigduizend Arabieren over de kling werden gejaagd. Is het gek dat de Arabieren het westerse imperialisme in hun regio aanduiden met al-salibijja, het Arabische woord voor ‘kruistocht’?

Bekend is ook, dat de VS tot voor kort, zacht gezegd, weinig fraai opereerden in Midden- en Latijns-Amerika. Zo kwam in 1999 in Guatemala nog aan het licht, via de in 1996 ingestelde Waarheidscommissie, dat de VS jarenlang geld en militaire training hadden gegeven aan het Guatemalteekse leger, dat genocide pleegde tegen de Maya-indianen en daar ook steun verleende, via de CIA, aan illegale terreuroperaties.

Wat bij de Arabieren echter vooral kwaad bloed zet, is dat het Westen door zijn (koloniale) macht het terugdraaien van tweeduizend jaar geschiedenis in het ‘heilige land’ mogelijk maakte via een westerse joodse staat in een Arabische regio. Tot vandaag vat men dat op als een grote vernedering en een vorm van al-salibijja, ook omdat zoiets anno 2000 zonder precedent is. Toen Israël bovendien na 1967 zich zeer arrogant ging gedragen (bezetting, nederzettingenpolitiek, liquidaties enzovoort), werd de verbittering over dit alles alleen maar groter. Hier, en daarmee bij de westerse Israël-politiek, ligt naar het lijkt de belangrijkste voedingsbodem voor het zelfmoordgeweld van 11 september.

We zijn allen door het bewust (helpen) terugdraaien van twintig eeuwen geschiedenis als het ware beland in een karmische situatie, in de zin dat er sprake is van een kettingreactie waarbij het ene geweld het andere uitlokt, en onschuldige mensen als het ware worden gedwongen te boeten voor de daden van hun (groot)ouders. We hadden een schuldgevoel over ons gedrag jegens de joden in de achter ons liggende eeuwen, maar hebben dat afgekocht over de rug van de Palestijnen. Met alle gevolgen van dien, gezien de oorlogen, bloedbaden en grote aantallen vluchtelingen – wat we vandaag wel ‘etnische zuivering’ zouden noemen – die de stichting van de staat Israël voortbracht.

Machtsarrogantie van het Westen is er ook anderszins, bijvoorbeeld ten aanzien van Oost-Europa en de Derde Wereld. Als antropoloog ben ik nogal eens op reis in die contreien en merk ik hoezeer die arrogante houding, en niet in de laatste plaats het Amerikaanse hegemoniedenken, na 1990 daar ergernis en haat oproept. De 91-jarige Amerikaanse oud-diplomaat George Kennan zei in 1999: “De neiging om onszelf te beschouwen als het middelpunt van de politieke verlichting en als leraren voor een groot deel van de rest van de wereld, is ondoordacht, verwaand en onwenselijk. Als we menen dat onze manier van leven navolging verdient, dan is de beste aanbeveling niet de anderen de les te lezen, maar zelf het goede voorbeeld te geven.” Daarmee wordt mijns inziens de spijker op de kop geslagen.

Afgelopen vrijdag gaf het Amerikaanse Congres president Bush volmachten tot het nemen alle mogelijke represailles. Maar als we willen dat er een einde komt aan de geweldsspiraal, moeten we werken aan het wegnemen van de oorzaken. Dat betekent op zijn minst grote betrokkenheid van ook de VS bij de noden van de wereld, het uitbouwen van de internationale rechtsorde ter vervanging van de huidige, bij de VS aanwezige trend van unilateralisme, het kiezen voor daadwerkelijke internationale coöperatie, het opnieuw een grotere plaats geven van de ethiek in de politiek en, zeker ook bij het vraagstuk van ‘het gebruik der middelen’, het bedwingen van de eigen westerse arrogantie. Niet in de laatste plaats moet Israël er toe worden gebracht werkelijk recht te doen aan de Palestijnen en een leefbare Palestijnse staat naast zich te accepteren.

Slaan we die weg niet in, dan gaan we een periode van gevaarlijke verharding en polarisatie tegemoet. Wraak en vergelding liggen na dit drama voor de hand. Maar ze zullen, zeker indien dit via eigenrichting gebeurt, de voedingsbodem voor haat slechts versterken en zo nieuw geweld oproepen. Terugslaan, hoe begrijpelijk ook als reactie, werkt averechts. Werken aan een rechtvaardige wereld tast die voedingsbodem aan. Nederland moet zich dan ook, al in of niet in het kader van de NAVO, van steun aan de geplande grootschalige vergelding onthouden en zich spiegelen aan het enige (vrouwelijke) Amerikaanse congreslid dat ‘nee’ durfde te zeggen bij de stemming voor het geven van volmachten aan de president.

Dit artikel verscheen in weekblad Hervormd Nederland van 29 september 2001.