12 december 2001

Vanaf 11 september was duidelijk dat de door president Bush geproclameerde oorlog tegen het terrorisme nevendoelen en neveneffecten zou krijgen. Een tweede doel werd bijvoorbeeld de vernietiging van het Talibanregime. Vreemd, omdat de VS nog in juli de Taliban zagen als een garantie voor een veilige oliepijplijn door het land , maar ook omdat het de aandacht afleidde van het hoofddoel. Als men zweert bij militaire interventie, zijn er vele andere verwerpelijke regimes om aan te pakken. Terrorisme is overigens niet een staat, maar een verschijnsel. Bovendien is de rechtsbasis van de Amerikaanse oorlog jegens Afghanistan, welke in termen van internationaal recht geen aanvalsdaad pleegde jegens de VS, nihil. Een rechtsbasis om de verdachte Bin Laden uitgeleverd en voor het gerecht proberen te krijgen, is er wel, maar niet om deze pogen te doden of daarvoor een land te bombarderen. Veilgheidsresolutie 1368 kwalificeerde de aanslagen van elf september uitdrukkelijk niet als “een aanvalsdaad” maar als “een bedreiging van de vrede”, waarvoor geen ‘recht op zelfverdediging’ (art 51 VN-handvest) geldt. De Amerikaanse president overtrad zo het belangrijke ‘geweldsverbod’ (art. 2 van het VN-handvest), nam het recht in eigen hand en wreekt de 3900 doden van elf september door op zijn beurt ook ‘te doden’. Lizet Kruyff noemt dat ‘bloed voor bloed’ in haar radiodo-cumentaire ‘Oog om oog, tand om tand: Bloedwraak in Nederland’. Toen de Taliban voorafgaande aan de bombardementen de Amerikanen voorstelde Bin Laden uit te leveren, maar deze dan te laten berechten door een islamitische rechtbank, weigerde president Bush. Het leek geen eindbod, maar tussenpersoon Pakistan mocht geen tegenvoorstellen doen, er was slechts sprake van een dictaat nl. uitlevering aan de Amerikanen.

De Taliban was dogmatisch en repressief, het enige positieve leek, dat ze een eind had gemaakt aan de anarchie in het land . Maar de Noordelijke Alliantie is eveneens verre van vrouwvriendelijk,en in elk geval even, zo niet meer, crimineel dan de Taliban. Ze slachtte tussen 1992 en 1996 vijftigduizend mensen af en speelt tot op vandaag een dominante rol in de door het Westen gevreesde drugsexport. Qua stabiliteit is de situatie er sinds de bombardementen in Afghanistan nu op achteruit gegaan. Roversbenden maken als van ouds de wegen onveilg, waarvan ook enkele van de acht omgekomen journalisten het slachtoffer werden, en de voorheen door de Taliban getemde krijgsheren bakenen nu weer in rivaliteit hun machts- en gebiedsgrenzen af. De Noordelijke Alliantie noemde de besprekingen in Bonn “symbolisch” . Logisch want de situatie in Afghanistan is thans in overeenstemming met Mao’s gezegde dat ‘de macht in de loop van het geweer’ zit , ook al ontstond in Bonn een accoord voor een overgangsbestuur. In Bonn, waar overigens slechts een kleine en niet al te representatieve vertegenwoordiging van de Afghanen aanwezig was, lijkt zeker wel iets bereikt, maar voorshands is de situatie in het ‘veld’ bepalend. Tekenend is dat al meteen drie krijgsheren, onder wie de Oezbeekse generaal Rashid Dostum en de oudpremier Gulbuddin Hekmatyar het akkoord afwezen. En of een VN-vredesmacht door ‘het veld’ zal worden getolereerd , is nog de vraag. Niets moet worden uitgesloten, maar voor euforie is na Bonn nog geen reden. De militaire interventie van voorheen in het wespennest Somalie, waarmee het Afghanistan van thans veel gelijkenis vertoont, strandde vooral omdat het de soldaten (en vooral de Amerikaanse) niet lukte in de strijd tussen de krijgsheren een onafhankelijke positie te behouden. Zeker onver-standig is het de Britse ex-kolonisator van Afghanistan straks in de vredesmacht een hoofdrol te laten spelen.

Geopolitiek heeft de operatie de Amerikanen natuurlijk geen windeieren gelegd, al was het maar alleen dat nu Afghanistan als doorsluishaven van gas en olie uit Centraal-Azie door hen wordt beheerst.. Onder het mom van moraliteit zien we een “herleving van het imperialisme van de koloniale periode”, zoals de hoogleraar Peter van der Veer (UvA) terecht signaleert (Trouw 28 november). Het net uitgekomen onthullende boek ‘Bin Laden, de verboden waarheid’ van Jean-Charles Brisard en Guillaume Dasquie maakt ook duidelijk hoe die oliepijplijn al enige tijd een centrale rol speelde in de contacten tussen de VS en de Taliban.

Het betreft hier nogmaals een nevendoel. In de retoriek gaat het om een ander doel, nl uitschakeling van terrorisme. Maar of dat doel dichterbij is gekomen, is zeer de vraag. Er is niets gedaan aan de voedingsbodem daarvan. Stappen om in de woorden van Hans van Mierlo (Buitenhof van 9 december) de haat weg te nemen, zijn er niet gezet. Even was er na 11 september een impuls om de Palestijnen eindelijk recht te gaan doen, maar dat lijkt nu ook al weer te zijn teruggedraaid. Zelfs aan een langetermijnplan om de hoofdoorzaken van de wrok weg te nemen is niet gewerkt. Helaas ook niet door Europa , dat de Amerikanen slechts slaafs volgt in het beleid van louter symptoombestrijding. Wel is nu het ‘huis’, waarin een hoofdverdachte een warm onderdak had, ontmanteld. De bommen die daarbij een rol speelden, de vele onschuldige slachtoffers en ook het wrede optreden jegens gevangenen met Amerikaanse sanctie, hebben echter de rancune over het VS-beleid in miljoenen harten slechts versterkt. Indien Bin Laden dood dan wel als gevangene een nieuwe Che Guevara wordt (die het gedurfd heeft het machtige Amerika in het hart aan te vallen), is het slechts een kwestie van tijd tot een nieuwe explosieve situatie aanbreekt. De huidige situatie in Israel/Palestina toont aan, dat er talloze andere Bin Ladens klaar staan. De woede der machtelozen wordt hoe dan ook onderschat. Macht is geen recht, ook al maakt ze even indruk.

Een militair antwoord op terreur stimuleert deze en voedt fanatisme, zoals ik als antropoloog met eigen ogen aanschouwde bij de Tamil-‘Tijgers’ in Sri Lanka en zoals ook Baskenland en Noord-Ierland aantonen, om over Israel maar te zwijgen. In die zin is de oorlog van Bush niet teneinde, maar begint ze pas.

Behalve nevendoelen heeft een oorlog ook nare neveneffecten. Nevenefecten waarbij de rechtstaat in het geding is of waarmee de democratie zich in de eigen staart bijt. Zo zijn er nu reeds zorgwekkende ‘verrechtsende’ tendenzen te bespeuren in vooral de VS maar ook in Europa, zoals de toenemende ‘beheersing’ en (subtiele) censuur in politiek en media. In de VS komt daar nog bovenop de voornemens tot een ontoelaatbare inperking van verdachten en het instellen van een geheime speciale rechtbank voor mensen die verdacht worden van terrorisme. De meeste EU-landen hebben hier grote moeite mee. De Belgische minister van Justitie Verwilghen heeft dat namens de EU de afgelopen tijd zijn Amerikaanse collega Ashcroft ook laten weten, maar tot nu toe zonder resultaat. Onthutsend voor de VS-mentaliteit is ook, dat de Amerikaanse Senaat op 10 december een wet aannam tegen Amerikaanse deelname aan het Internationale Strafhof, met mogelijk sancties tegen landen die wel deelnemen en plannen om door of namens dat Strafhof gevangen genomen Amerikanen desnoods met geweld te bevrijden. Ik sprak al over het nu met voeten treden van ‘het geweldsverbod’, – een aantasting van de internationale rechtsorde – en het negeren van de voedigsbodem. Er is kortom,de eerste militaire sucessen in Afghanistan ten spijt, nogmaals bepaald geen reden voor euforie.

Dit artikel werd ook gepubliceerd in het februarinummer 2002 van de Linker Wang en in Kairos-berichten van januari 2002.