2 februari 2002

Wat te denken van Duurzaam Nederland, de nieuwe partij die geboren staat te worden en in mei al hoopt mee te doen aan de verkiezingen. Manuel Kneepkens, gemeenteraadslid in Rotterdam, noemt dat ‘een partij zonder louche miljonairs, pretfiguren en fascistoïde types’ (Hervormd Nederland, 26 januari). Hij zei dat in een open brief aan Jan Nagel, maar ook zonder die brief is duidelijk dat zo’n typering wijst op frustratie over een in rook vervlogen droom inzake Leefbaar Nederland sinds het aantreden van Pim Fortuyn. Frustratie lijkt me niet direct het sterkste motief voor het in het leven roepen van een nieuwe partij. Anderzijds kun je het ook weerbaar noemen, wanneer in een democratie mensen een alternatief stellen, indien partijbonzen en aan de onderbuik appellerende leiders er met het voertuig van je idealen van doorgaan.

Ik noem vier voorwaarden om zoiets te doen slagen:

  1. Zo’n partij moet voldoen aan een behoefte en het politieke klimaat mee hebben;
  2. Het initiatief dient gestoeld te zijn op een analyse van wat de al aanwezige partijen laten liggen;
  3. De idealen dienen goed en aansprekend te worden verwoord in een program;
  4. De personen die het initiatief dragen moeten beschikken over uithoudingsvermogen en politiek inzicht, terwijl de lijsttrekker een meer dan gemiddeld gezag dient te hebben. Ook moet er helderheid zijn over de politieke strategie van de partij.

Ad 1) Pakweg vijftien jaar geleden was het klimaat voor politieke partijen veel gunstiger dan nu. Mensen keren zich thans meer en meer af van de politiek. Er is sprake van een toenemende kloof tussen de politieke elite en de basis in de samenleving. De politiek is behalve een gebeuren aan de top, tevens te technocratisch. Het volk herkent zich er niet meer in. Althans te weinig. Ook qua ethiek leeft politiek nog nauwelijks. Bovendien – wellicht een van de belangrijkste redenen – menen mensen de politiek met de terugtredende overheid nu veel minder nodig te hebben dan vroeger. Duurzaam Nederland heeft kortom het politieke klimaat tegen en zal slechts een kans hebben indien ze de technocratie en het elitegedoe van de politiek weet te doorbreken en de politiek weer bij de mensen weet te brengen. Het is geen geringe uitdaging dat goed te doen zonder in rechts populisme te vervallen, zoals Pim Fortuyn dat nu solo lijkt te gaan doen.

Ad 2) Om te kijken wat de huidige partijen laten liggen, moeten ze qua program en vooral qua beleid worden getoetst op de vraag in hoeverre ze in grote lijnen gericht zijn op het ideaal van een duurzame, rechtvaardige en vreedzame wereld, alle drie op micro- en macroniveau. Het zijn in wezen drie idealen, die je kunt samenbrengen in één, omdat ze elkaar versterken. Zo geeft bijvoorbeeld een eerlijker verdeling van macht en welvaart niet alleen een meer rechtvaardige, maar indirect ook een meer vreedzame en meer duurzame wereld. Maar een duurzame wereld komt niet dichterbij als we in het technische en nucleaire tijdperk van nu doorgaan met het militair uitvechten van conflicten, terwijl ook een rechtvaardige wereld nauwelijks kansen heeft bij het ontbreken van een vreedzame wereld, lokaal en (inter)nationaal.

Welnu, mijn analyse is dat de partijen het vooral laten afweten op het terrein van de machtsverdeling en dat van de conflictpreventie zowel nationaal als internationaal. Dit is een essentieel punt, omdat het eerste grote frustratie geeft op het punt van de rechtvaardigheid en omdat beide potentiële tijdbommen zijn voor de duur- en vreedzaamheid in een samenleving. Hoewel de meeste partijen al wel redelijk bewust zijn inzake natuur en milieu en voorts ook aangaande een betere spreiding van de welvaart, althans verbaal en beperkt tot het eigen land, onderkennen ze niet of nauwelijks het opkomende militarisme en de toenemende machtsopeenhoping bij de elite in diverse sectoren van de nationale en internationale samenleving, ook in het bedrijfsleven. Ligt hier niet het gat in de markt? Wat dr. Seyfi Ozguzel en Co Meijer, eveneens oud-leden van Leefbaar Nederland, naar voren brengen in HN-Magazine van 12 en 19 januari raakt niet echt de kern van de omissies van de huidige politiek. GroenLinks was overigens nooit, of is allang niet meer anti-bedrijven, zoals Co Meijer suggereert. En is deze te weinig een bestuurderspartij? Hoe komt Meijer er bij? Het gevaar dreigt veeleer dat Tom Pitstra, die niet alleen wil besturen maar ook nog idealen heeft en die inzake de Afghanistan-oorlog een kritische voortrekkersrol vervulde, op 9 februari door het GroenLinks-congres op een onverkiesbare plaats wordt gezet. Als dat zou gebeuren, zullen daarmee niet ‘bestuurders’, maar juist de voor elke partij onmisbare mensen met een maatschappijvisie richting een vreedzame, duurzame en rechtvaardige wereld het onderspit delven. Ik vrees in zo’n geval een derde golf van ‘afhakers’ van GroenLinks.

Ad 3) Een program moet er uit springen. Het moet een nieuwe visie representeren, wil het initiatief van een nieuwe partij van de grond kunnen komen. Wat ik tot nu toe van Duurzaam Nederland aan conceptpunten zag, biedt niet echt voldoening. Een tweede luchthaven in de Markerwaard, een soort maximumloon of verplichte opvoedingscursussen voor aanstaande ouders? De invulling van het begrip ‘duurzaam’, ook in relatie tot ‘rechtvaardig’, ‘vreedzaam’ en niet te vergeten de machtsdimensie in de samenleving, moet je goed doordenken. En dan kun je er niet onderuit ook heel duidelijk te zijn inzake het huidige niveau van onze democratie, het toenemende militarisme in de wereld en over de multiculturele samenleving, waarover Jan Peter Balkenende recent een debat begon.

Ad 4) Een partij oprichten is geen sinecure. Grote inzet en volharding zijn vereist. Niet alleen moeten de idealen goed worden verwoord, maar ook moeten coalities worden aangegaan met diverse groepen en personen, waarin mensen zich herkennen. En of dat nu reeds is gelukt, is de vraag. Manuel Kneepkens heb ik wel leren kennen als een politicus met vernieuwende ideeën, ‘pushingpower’ en een kritische instelling jegens macht. Maar of hij voldoende gezag heeft om het Nederlandse volk aan te spreken, betwijfel ik. Dan zou iemand als Wouter van Dieren veel hogere ogen gooien. Een nieuwe partij met goede ideeën, maar zonder een goede lijsttrekker maakt het niet anno 2002, zeker niet als de partij in dezelfde vijver moet gaan vissen als Paul Rosenmöller, Jan Marijnissen of Jan Peter Balkenende. Dit te meer omdat de media vaak sterke voorkeuren aan de dag leggen. Misschien is van de dagbladen het AD in deze nog meest onafhankelijk. Bij de meeste andere dagbladen lijken enigszins verborgen agenda’s mee te spelen, soms ook wat betreft de gewenste kabinetscoalitie van na mei. Ik wil maar zeggen dat een partij zonder een sterk aansprekende lijsttrekker moeilijk aan de bak komt. Het is niet uitgesloten – Pim Fortuyn bewijst het – maar we zitten nu nog slechts vier maanden van de verkiezingen af. Wellicht is De Nieuwe Omroep ook een illustratie van m’n stelling in deze. Ze kreeg in korte tijd veel leden, maar zou dat gelukt zijn zonder de aansprekende naam van initiatiefnemer Aad van den Heuvel?

Wat betreft de politieke strategie zou de partij zich zo in het politieke veld moeten positioneren dat het de mensen duidelijk wordt wie de potentiële bondgenoten zijn en welke partijen het verst af staan van de gewenste realisering van de idealen. Een redelijk aantal plaatsen op de kandidatenlijst voor allochtonen kan daarbij gewenst zijn, mits het geen allochtonenpartij wordt en mits de duurzaamheidsvisie het centrale thema blijft.

Ik sta op zich niet onsympathiek tegenover dit initiatief als reactie op de populistische weg die Leefbaar Nederland inslaat, maar er zijn dus nogal wat voorwaarden verbonden aan toekomstig electoraal succes van Kneepkens, Meijer en Ozguzel.

Dit artikel werd geschreven op verzoek van de redactie van Hervormd Nederland en verscheen in het nummer van 2 februari 2002.

Advertisements