13 september 2002

Helaas veronachtzamen ook linkse mensen het aspect van de ‘middelen’, met alle gevolgen van dien. Onlangs was het voorpaginanieuws dat de VS medio jaren tachtig hun huidige vijand Irak niet alleen actief steunden in de oorlog met Iran, maar zelfs ook zijn gebruik van chemische wapens gedoogden, bijvoorbeeld tegen de Koerden in eigen land (Trouw, 19 augustus). “Het gebruik ervan tegen militaire doelen werd als onvermijdelijk gezien,” ook al veroordeelden we het publiekelijk, zo erkende een oud-militair in de The New York Times van 18 augustus. Irak moest overeind blijven. Een analoog dubbelspel was het stiekem bewapenen door de VS van de Kroaten en Moslims in Bosnië, en later van het UÇK, het ‘bevrijdingsleger’ van Kosovo. Alles tegen een officieel VN-wapenembargo in. Vreemd dat ook linkse politici dat opportunisme te weinig doorzien. Zelfs Marijke Vos, een van de meest integere politici van GroenLinks en nu vaak op het tv-scherm als voorzitter van de bouwfraude-enquête. Ze zegt in een interview met Max Arian in De Groene Amsterdammer van 17 augustus: “Waar ik heel principieel in ben, is geweldloosheid. Ik geloof niet dat het doel de middelen heiligt. Ik geloof niet in een wereld van geweld.” Na de vraag hoe zulks te rijmen valt met haar steun aan de NAVO-bombardementen op Servië, zwakt ze haar standpunt meteen af en spreekt ze over geweldgebruik ‘alleen in uiterste situaties’ of ‘als andere actiemiddelen zijn uitgeput’ en ‘om erger te voorkomen’. Ze kan haar fractie moeilijk afvallen. Maar overtuigen haar argumenten? Ik denk het niet. Ze worden ook door rechts gehanteerd ter rechtvaardiging van geweldgebruik. Zie hiervoor. En dat terwijl het meestal zeer de vraag is of wel alle andere middelen worden of zijn uitgeprobeerd. Geweld van derden brengt vaak escalatie of leidt tot omgekeerde (etnische) onderdrukking. Om erger te voorkomen? Je kunt net zo goed betogen, bijvoorbeeld ook in of inzake Tsjetsjenië of Israël, en nu ook met de Amerikaanse plannen richting Irak, dat het middel erger is dan de kwaal. Voor geweld te kiezen, nog los van de vraag of het legitiem is vanuit het gezichtspunt van de internationale rechtsorde, is in elk geval een grote gok. Het militaire heeft nu eenmaal zijn eigen dynamiek en pakt daardoor nogal eens averechts uit. Links glijdt in deze regelmatig uit. En wel vanwege het goede doel. Het sterk focussen daarop geeft tevens aan hoe weinig lering is getrokken uit zeventig jaar ‘reëel bestaand socialisme’ in Oost-Europa, waar toen ter wille van het verheven doel van de klassenloze maatschappij grove misdaden tegen de mensheid zijn gepleegd, vaak zonder scrupules. Van de verdachte van de moord op Pim Fortuyn, Volkert van der G., zei een naaste: “Volkert heeft een diepgeworteld rechtvaardigheidsgevoel.” Soms heeft een dader, zoals in Het proces van Kafka, het gevoel geen dader maar eigenlijk slachtoffer te zijn. NRC-columnist Bas Heijne naar aanleiding hiervan: “Het is die typisch linkse hysterische zelfvergroting, die in de jaren zeventig en tachtig tot terrorisme (RAF etc.) heeft geleid.” Marijke Vos sloeg met andere woorden de spijker op de kop toen ze, voordat haar de moeilijke vraag over haar Kosovo-beleid werd gesteld, zei: “Het doel heiligt de middelen niet.” Als er geen eenheid is tussen doel en middelen, krijg je niet een (meer) rechtvaardige samenleving, aldus Gandhi. In veel gevallen zijn de middelen — dus hoe het spel wordt gespeeld — even belangrijk als de doelen. Nu links de wonden aan het likken is na 15 mei, lijkt het zaak dat zij daarin ook betrekt de bezinning over de ‘middelen’, inclusief de wijze waarop men (of juist niet) gestalte geeft aan democratie.