27 november 2002

Aart van Acquoij, Mohamed Ben Maimoun en Hans Feddema

I Wat is er bereikt?

  1. Er is een duidelijk signaal (Een congresganger na afloop: “Het kwartje is wél gevallen”) gegeven dat er iets schort aan de partijcultuur en partijdemocratie binnen GroenLinks, ook al is formeel alles op orde. Om duidelijk te maken dat dit zelfs bij een ideële partij als GroenLinks het geval is, moest voor zo’n constructief en integer signaal helaas gekozen worden voor dit actuele moment.
  2. Het signaal kwam er door a) ons artikel ‘GroenLinks moet intern veranderen’ in De Volkskrant (21 november) en b) de indiening van de motie. Maar indirect vooral door c) de spastische en ontmaskerende reactie van de partijtop. Daarbij spande Wim de Boer, tot maart GroenLinks-fractievoorzitter in de Eerste Kamer, de kroon. In reactie op onze partijcultuurkritiek zette hij een KVP-achtige toon en bijna machiavellistische leer neer (“Hij ging door het lint,” aldus een congresganger, en, hij was ‘roomser dan de paus’, aldus een ander). De Boer: “Met het gezever over democratie moet het afgelopen zijn.” Het was veelzeggend dat hij tijdens de kandidaatsdiscussie zonder over kandidaten te praten, in plaats van de daarvoor toegestane één minuut van de congresvoorzitter, zelfs acht minuten kreeg. Ook dat niemand, behalve na afloop van het congres in de wandelgangen, zijn een progressieve partij onwaardig verhaal weersprak. Onthullend was ook, hoe naast Mirjam de Rijk eenieder werd ingeschakeld — Paul, partijraadsvoorzitter Marijke Vos en Wim de Boer (Mohamed: “Hij komt erg arrogant over”) –, om daarbij meer op de persoon dan op de bal te spelen, bijna in de geest van het ‘uitdrijven’ van (interne) zondebokken. Erg was ook dat Mirjam met aftreden dreigde. Het bevestigde ons gelijk, dat wil zeggen onze grote zorg. Het geheel leek een karmisch leerproces, dus het ‘leren van frictie’ via de wetten van oorzaak en gevolg. We maken allen fouten, dat gebeurt nu eenmaal, en in plaats van iets te erkennen of een andersoortig gebaar te maken, liet men zich volstrekt onnodig uitdagen, waardoor er iets minder fraais naar boven kwam. Er werden meppen uitgedeeld, een proces van demonisering in gang gezet, zonder te beseffen dat dit zich net als rond 6 maart en 15 mei jl., en recent nog bij de felle uithaal naar de SP, tegen zichzelf zou keren.
  3. Dat Arno Bonte, die de motie behalve dictum I in de geest ervan steunde, in de lijn van ons dictum II van Mirjam kreeg toegezegd dat de ‘opvolgingsprocedure’ er nu binnen een halfjaar zal liggen.

II Wat is niet bereikt?

  1. Dat we de motie er niet door kregen, zelfs niet na weglating van het woordje ‘afkeuren’.
  2. Dat wij er niet helemaal onbeschadigd uit tevoorschijn kwamen, ondanks onze moed
  3. Dat het artikel door de partijtop te veel werd opgevat als nestbevuiling en niet als een constructieve poging tot een kritische zelfanalyse, de eerste stap naar meer democratisering.

III Wat was ons doel?

a) Bewustwording bevorderen over het gebrek aan democratie in de partij en überhaupt de wat regenteske partijcultuur, nu iedereen (zeker de pers) zag, hoe er werd geparachuteerd.

b) Aantonen dat het bestuur wat faalde in het vooruitzien en in het tijdig werken aan een opvolgingsprocedure van de leider, om daarin als partij te kunnen kiezen uit meerdere kandidaten.

Nota bene: beide zaken kwamen in ‘het Volkskrant-artikel aan de orde, maar lag het accent in de motie niet meer op b)? Hebben we dat goed doordacht? Temeer omdat het concept partijcultuur op zich wat abstract is en het ook pijn doet als we zeggen daar grote zorgen over te hebben. Punt b) is concreter. Hadden we ons daar dan niet meer op moeten concentreren? En dus ook op het feit dat Mirjam niet de waarheid sprak, toen ze zei dat ze haar huiswerk had gedaan en daarbij had geconstateerd dat de afspraak ‘november’ was, terwijl in de notulen van de partijraad van 25 mei nadrukkelijk ‘september’ (was eerstvolgende partijraad) staat. Gekissebis? Maar wel concreet. Die procedure had er al begin dit jaar kunnen zijn, of na de 25mei-interventie van Arno Bonte op de partijraad, zeker eind augustus. Als de kroonprins echter al enige tijd informeel vaststond, waaraan collega’s zich hadden geconformeerd in de trant van ‘je valt je collega niet af’ — zoals Kok al in 2000 Melkert aanwees –, had het ook weinig zin er haast mee te maken. Het net uitgekomen ‘Strijd om de macht’ van Jacques Monasch is hierbij relevant. Opkomen voor de interne democratie en voor de leden (juist ook die in de regio’s buiten de Randstad), blijkt primair de zaak van de partijvoorzitter. Mirjams verdediging op het congres zou dan ook aan geloofwaardigheid hebben gewonnen indien zij zich (net als ex-PvdA-voorzitter Van Hees deed toen Kok, Melkert en Benschop de leidersopvolging onderling bedisselden) zich eerder had uitgesproken voor een ‘open’ kandidaatsstelling, bijvoorbeeld een jaar geleden. De partijvoorzitter is een bindende figuur en corrigeert de ‘macht’. Zie de rol van Van Hees en Koole bij de PvdA. Mirjam is daarentegen iets te veel deel van de ‘macht’.

IV Evaluatie

  1. Bewustwording bereiken is belangrijker dan een beetje beschadigd worden. Een zeer groot deel van congres was het inhoudelijk met ons eens, maar wilde in de woorden van Mohamed (die aan Mirjam, toen deze hem aansprak, verklaarde dat de motie niet tegen haar of Femke was bedoeld) op het uur U ‘de spanning niet vergroten: het aarzelde daardoor de hand op te steken’. Zelfs indieners. De voorzitter vroeg overigens niet de tegen- en de blancostemmers hun hand op te steken. Het gevoelen van het congres was duidelijk, maar dit is toch onbevredigend en formeel onjuist.
  2. Aart vroeg Hans het woord te voeren, maar achteraf was het veel beter geweest dat hij dat zelf had gedaan. Hans was niet alleen nerveus door de vijandigheid, maar Aart had vooral met zijn ontwapende Brabantse humor dat op de persoon spelen kunnen neutraliseren. We hadden een rolverdeling moeten maken. Bijvoorbeeld, dat Hans zorgde voor het conceptartikel en Aart voor de motie, ook omdat deze zaak bij hem het meest principieel ligt.
  3. We hadden ook kunnen volstaan met het artikel, dat op zich een al voldoende bewustwordend effect had. Temeer omdat het artikel (‘waarheid is hard en kwam niet uit’ volgens Aart) mede bijdroeg aan de sterk geënsceneerde actie van de top tegen de motie, waardoor mensen op een gegeven moment ‘niet meer vóór durfden te stemmen’ (Mohamed).
  4. Het woord ‘afkeuring’ wilde Aart er per se in. We gingen daarmee uiteindelijk akkoord, maar Mirjam evalueerde de motie zo als zou deze tegen haar zijn gericht. Bestuurslid Henk Dokter wees ons telefonisch daar nog op, hoezeer we ook met kracht betoogden dat dat niet het geval was en dat de motie niet als afkeuring van het bestuur moest worden gezien. We hadden dat woord al in de eerste ronde uit de motie moeten halen, toen Arno Bonte met ons sprak om de motie te redden.
  5. Alles ging gehaast en iedereen klampte ons aan, waardoor we niet altijd bij elkaar waren, bijvoorbeeld toen Arno ons aansprak over zijn amendement. We hadden minstens met vier mensen naast elkaar moeten zitten. Dan kan in de drukte iemand eens ergens anders zijn. Ook vervanging als iemand wat nerveus is, is dan beter mogelijk.
  6. Dit temeer omdat Hans vanuit zelfvertrouwen sprekend vaak overtuigingskracht kan uitstralen, maar bij onverzoenlijke vijandigheid van de top gespannen kan zijn, waardoor hij minder geconcentreerd is. En concentratie is in zo’n stress-situatie nodig, al was het maar alleen om de gedane concessies goed tot ons door te laten dringen. Die van Mirjam aan Arno hadden we naar ons toe kunnen halen, maar toen hadden we zo veel over ons heen gekregen, dat we meer bezig waren met het verwerken daarvan en het geven van een reactie daarop, dan met het naar ons toehalen van die concessie.
  7. Betreuren kan soms ook als afkeuring worden opgevat, mogelijk mede de reden dat Mirjam zo fel afwijzend bleef (ze kreeg het laatste woord, terwijl formeel de indiener dat heeft; dat hadden we dus niet moeten accepteren). Wellicht hadden we daarom beter na de concessie richting Arno de motie moeten intrekken, nadat we eerst duidelijk hadden gemaakt dat het signaal is gegeven, maar dat ook de spastische reactie van de top, plus het dreigen van Mirjam duidelijk maakte dat we met onze kritiek op de partijcultuur echt gelijk hebben. Dus eerst de attitude van hoe met leden wordt omgegaan of hoe ze niet echt serieus worden genomen signaleren en daarna via intrekking van de motie de concessie van Mirjam naar ons toe halen. Mede door druk van de congresvoorzitter en nota bene doordat we niet even onderling mochten overleggen, kwam die ‘move’ er niet.
  8. De strategie bij zulke situaties van tevoren goed doorspreken, kon door de haast en emotie niet altijd, maar wellicht hebben we de consequenties van de ‘move’ van Arno en het antwoord van Mirjam daarop, samen niet goed doordacht en doorgesproken. Niet dat dit zo’n ramp is, want het signaal is doorgekomen, maar het had de beschadiging tegen ons minder hard gemaakt en de bewustwording over het ‘topdown’-gedoe des te groter.

V Beetje lijden?
Anderzijds kan vanuit spirituele optiek een beetje lijden voor een goede zaak geen kwaad. Hans en Mohamed althans overwegen dat nu op hen te nemen. Aart is principieel op het punt van de democratie. Hij overweegt daarom zijn positie van fractievoorzitter in Valkenswaard op te geven. Wat er zaterdag gebeurde, deed voor hem de deur dicht. Jammer, ook omdat hij een echte GroenLinkser is. “Jullie hadden toch gelijk,” zeiden congresgangers ons na afloop: het belang van het democratische proces als bindende factor. Congresgangers zeiden ons ook: “Jullie zijn schandalig behandeld.” Was het dan toch een Pyrrusoverwinning?