1 november 2003

Als gandhiaan verwerp ik natuurlijk elke terreur, maar men mag anderzijds ook niet voorbijgaan aan de diepere wortel van het Palestijnse geweld, zoals vandaag de bezetting, het nederzettingen- en landjepikbeleid van Israël en de bouw van de ‘apartheidsmuur’. Als de Palestijnen die repressie niet gedwee over zich heen laten komen, is het dan niet een zwaktebod van zionisten uit woede daarover in de slachtofferrol te vluchten? In het tv-programma Zembla zei Hajo Meyer van Ander Joods Geluid terecht: “Wij joden hebben niet het monopolie op het lijden.”

De Palestijnse reacties begonnen niet pas na 1948. De komst van kleine aantallen zionistische kolonisten na 1900 riepen bij de Palestijnen al lang, voordat Israël hen tot tweederangsburgers zou maken in eigen land, angst en frustratie op. Het was toen bijvoorbeeld hun cultuur dat pachters meegingen naar de nieuwe eigenaar en dan niet huis en grond hoefden te verlaten. Maar bij de verkoop van land aan zionistische settlers moest dat wel. Waren er niet ooit enkele Palestijnse dorpen waar nu Tel Aviv ligt?

Het is hoe dan ook de vraag wat er schort aan het zionisme. Is het immers niet het zionisme zelf dat steeds weer Palestijns verzet oproept.?Een indicatie daarvan is ook dat eeuwenlang een kleine orthodox-joodse minderheid (van 3 a 4 procent) in Jeruzalem, Jaffa en Haifa in harmonie heeft samengeleefd met de Palestijnse meerderheid. Als dat na de komst van de settlers drastisch veranderde, kun je je afvragen of de zionisten van het eerste uur zich wellicht niet hebben vergist met hun droom om tweeduizend jaar geschiedenis terug te willen draaien. Vele zionisten wisten overigens niet eens dat Palestina bewoond was. Theodor Herzl, de vader van de idee, wist dat wel. Hij koos voor Uganda. Later ging hij akkoord met Palestina en bedacht als strategie de bezitters uit te kopen, ‘de landgoederen te onteigenen en de arme bevolking stiekem over de grens proberen te zetten’.

Vrienden worden met je buren is bij een settlers-kolonisatie een eerste vereiste. De zionistische pioniers deden precies het tegendeel. Ze voelden zich westers en ‘beschaafd’ en gedroegen zich arrogant en koloniaal jegens de autochtonen. De Russische jood Asher Ginzberg (1856-1927), die deze attitude scherp veroordeelde, signaleert: “Onze broeders behandelen de Arabieren vijandig en wreed, en scheppen daar nog over op ook, net als de slaaf die koning is geworden.” (De Brug, september 2003.) Vergeten wordt vaak ook dat de gezaghebbende joodse politiekfilosoof Hannah Arendt later in 1944 krachtig stelling nam tegen een joodse staat, die volgens haar ‘tot een onoverkomelijk joods-Palestijns conflict’ zou leiden en die al spoedig zou ‘degeneren tot een kleine oorlogsstam als Sparta. Het zal een catastrofe worden’ (De Groene Amsterdammer, 3 augustus 2002).

Anders dan Ben Goerion begreep zij, zeker in een tijd van dekolonisatie, dat het stichten van een joodse staat, waarbij hoofdbewoners als vreemdeling in eigen land en onder een vijandige vlag moesten leven, de situatie vele malen erger zou maken. Ze kreeg gelijk. Veel geweld en vier oorlogen met de buren waren het gevolg. Voorts werd er in 1948 etnische zuivering toegepast via onder meer de doelbewuste massamoord in Deir Yassin, waardoor 750.000 Palestijnen (volgens het strijdplan Daleth) land en haard verloren en vierhonderd dorpen en steden met de grond gelijk werden gemaakt, terwijl in 1967, het jaar dat de bezetting van de Westoever en Gaza begon, ook nog eens tachtigduizend boeren en burgers van de Syrische Golanhoogte zijn verdreven en ook daar een honderdtal dorpen werd verwoest.

Als Jaap Hamburger van Ander Joods Geluid in dit licht verklaart dat ‘Israël zich van meet af aan heeft ontpopt als een ramp voor zijn buren’ (De Volkskrant, 4 augustus), steun ik hem daarin. Ik voeg toe dat daardoor ook Arabische machthebbers kans zagen het proces van democratisering in hun land te blokkeren. Is Israël trouwens niet tevens enigszins een ramp voor de wereld? Israël mag klein zijn, maar de negatieve energie die vooral na 1967 van zijn politieke elite uitgaat, qua vijanddenken, militarisme, wapenexport, overtreding van de Conventies van Genève, het bruuskeren van de VN en het stigmatiseren van tegenspelers, die te pas en te onpas het etiket antisemiet krijgen opgeplakt, is zeer groot.

Israël is in plaats van een ‘lichtend voorbeeld voor de naties’ net als het Zuid-Afrika uit de tijd van de ‘apartheid’ een microkosmos van de tegenstelling machtigen versus onmachtigen in de wereld en sinds kort tevens de microkosmos (en bedenkelijke voorpost?) van het conflict tussen het joods-christelijke Westen en de islamitische wereld. Tel uit je winst. Ook binnenslands heeft het politieke klimaat zich zo verhard dat volgens parlementslid Avraham Burg, van 1999 tot 2002 voorzitter van de Knesset, ‘ethisch leiderschap ver te zoeken is en de natie zowel op corruptie als op onderdrukking en onrecht berust’ Hij spreekt van het ‘einde van de zionistische onderneming’ dan wel een evolutie naar een staat ‘bizar en afstotelijk’ (Forum, 12 september)

Hoe dan ook, introspectie lijkt geboden nu Israël ook al lang niet meer voor joden de meest veilige haven is. Veel van mijn joodse vrienden, ook in Israël, doen aan die introspectie. De Balfour Verklaring van 1917 en internationale conferenties als ‘legitieme aanspraken van de joden’? Dat is een mythe of een religieus-nationalistische droom. Die aanspraken waren nooit legitiem. In het volkenrecht geldt alleen voor in leven zijnde vluchtelingen en hun kinderen een soort recht op terugkeer, maar niet voor generaties daarna. Dat onze westkust 2500 jaar terug deel was van het Friese rijk, geeft de Friezen daarop nu geen rechten.

En de Balfour Verklaring van 1917 sprak slechts over een ‘home’, dus een thuis voor groepen joodse immigranten, maar niet over een joodse staat. Alleen op basis van resolutie 181-II van de VN in 1947 kon Israël wettelijk aanspraak maken op de westelijke helft van het vroegere Palestina plus de Negev-woestijn. Vele derdewereldlanden waren toen nog geen lid van de VN, anders had die resolutie het mogelijk niet gehaald, maar de aanspraken op Samaria en Judea (Westoever) ontberen elke rechtmatigheid. Ziehier de crux van het probleem thans. De machtselite in Israël wil die mythische maar illegale aanspraken op Samaria en Judea niet opgeven en verbloemt dat door de wanhoopsreacties van de Palestijnen uit te vergroten.

Israël doet niet aan introspectie over zijn eigen rol en kiest niet voor vrede, maar nog steeds voor de weg van het geweld, en voor repressie en expansie. Die weg loopt dood. Zich meer bescheiden opstellen, de aanspraken op Samaria en Judea opgeven, de bezetting ongedaan maken, eerlijk delen, gerechtigheid doen aan de Palestijnen en vrienden worden met de buren, is de enige reële optie voor Israël.

Advertisements