10 april 2004

De tragedie in Madrid van 11 maart met 191 doden, de recente omstreden Israëlische liquidaties van Hamas-leiders, de aanslagen in Oezbekistan, Amerika’s hechte bondgenoot in Centraal-Azië, de verbranding van vier Amerikaanse lijken in het Iraakse Falluja zijn allemaal signalen van een wereldwijde oorlog. Een oorlog die gevoerd wordt tussen het Westen en de islamitische wereld. Het is een oorlog die zich verbreedt door het eenzijdig militaristisch antwoord van het regime Bush op geweld zonder aandacht te schenken aan de diepere wortels ervan.

De Arabieren waren eeuwenlang bezet, eerst door de Turken en later door de Britten en de Fransen. Bezetting is dan ook hun trauma. Behalve premier Sharon lijkt ook president Bush met zijn obsessieve fixatie op Irak, die al van voor 11 september 2001 dateert zoals Richard Clarke aan het licht bracht, daarvan niet het flauwste benul te hebben. Het zich inleven in de tegenspeler lijkt, zacht gezegd, geen sterke kant van de Amerikanen.

Naast de oorlog fungeert nu vooral de bezetting van Irak als extra stimulans voor de opstand vanuit de Arabisch-islamitische wereld tegen wat men ziet als het imperialisme van het joods-christelijke Westen. De kwestie na ‘Madrid’ is niet of we al of niet buigen voor terreur, hoe verwerpelijk dit wapen ook is. Nee, de grote vraag is in hoeverre Nederland zich verre houdt van genoemde polarisatie of semi-oorlog, dan wel hieraan meedoet, hoe subtiel ook. Het is gezien het bezettingstrauma van de Arabieren tevens zeer de vraag of verlenging van het mandaat voor onze militairen in Irak in juni wel gewenst is. VN-goedkeuring of zelfs het plaatsen achteraf van de hele operatie onder een VN-paraplu verandert dat niet. Wouter Bos vergist zich, mocht hij denken van wel.

De bekende sociale wetenschapper Huntington krijgt steeds meer gelijk met zijn stelling van ‘botsingen tussen beschavingen’ als bron van oorlogen in deze tijd. Dat de conflicten zich vaak op het breukvlak van twee of (zoals in Bosnië) drie cultuurzones afspelen, wil niet zeggen, dat het alleen om cultuur en religie gaat; nee, etniciteit, belang en macht spelen sterk mee. Dat de regering-Bush/Cheney teruggrijpt naar de doctrine van Zbigniew Brzezinski, waarin beheersing van Europa en Azië wordt gezien als voorwaarde voor de Amerikaanse wereldheerschappij, is de radicale elites in de Arabische wereld niet ontgaan.

Ik bedoel de groepen die terreur zijn gaan zien als het enige middel in hun anti-imperialistische strijd. In die lijn is het plausibel waarom Spanje hun doelwit werd. Aznar was niet het schoothondje van Bush, maar eerder diens evenknie in rechtlijnig denken, en bovendien naast Tony Blair diens politieke steunpilaar in Europa. Aznar die zich niets aantrok van het massale verzet van het Spaanse volk tegen de Amerikaans-Britse oorlog tegen Irak, maakte zich in de EU zelfs sterk voor het op een hoop vegen van anders-globalisten met terroristen.

Kortom, met het treffen van Spanje werd ook het Amerika van Bush een slag toegebracht. Na de Amerikaanse wraakreactie op 11 september 2001 verschenen een aantal publicaties van mijn hand die er op neerkwamen dat een louter militair antwoord op terreur niet werkt. Europa waarschuwde de VS na 11 september wel voor overreactie, maar toonde niettemin begrip voor de roep om wraak en zette zelfs artikel 5 van het NAVO-verdrag in werking en versterkte daarmee impliciet de spiraal van wraak en vergelding, waarin VS en Al-Qaeda nu verstrikt zijn geraakt.

In Pakistan wordt nog steeds naarstig gezocht naar Bin Laden, maar zal het veel uitmaken als hij is gepakt? ‘Madrid’ en ook Irak onder Amerikaanse bezetting tonen aan dat Al-Qaeda door haar kleine autonome cellen bij lange na niet is verslagen. Het draait niet om de organisatie, men kan zo weer een andere oprichten. Wezenlijk is of er genoeg mensen zijn die willen meedoen. Dat nu blijkt helaas meer en meer het geval.

We stuiten hiermee op de voedingsbodem ofwel de wortel van het conflict. Ik sprak reeds over wat de Arabieren zien als herhaling van traumatische episoden uit hun geschiedenis: de vernederende bezetting van Palestina en Irak. In het algemeen is er de ergernis over de drukkende hooghartigheid van het Westen, of die nu voortkomt uit joods-christelijk fundamentalisme dan wel uit onze Verlichtingsvoorsprong. De Arabieren vertalen dat vooral in het gevoel er niet bij te horen, te zijn buitengesloten en ook slachtoffer te zijn van westers opportunisme, bijvoorbeeld inzake het Israël-Palestina-conflict. Het laatste is meer en meer uitgegroeid van een nationaal tot een religieus conflict tussen joden en islamieten en daardoor zelfs tot een scharnierpunt tussen het Westen en de islamitische wereld. Ex-premier Mahathir van Maleisië gaf eind vorig jaar op een congres de situatie als volgt weer: “Wij allen zijn moslims. Wij worden allen onderdrukt. Wij worden allen vernederd.”

De Arabieren hebben voorts ook intern problemen, vooral het disfunctioneren van hun staat. In plaats van daarvoor empathie te tonen, voeren we, hoezeer ook verpakt met ‘goede bedoelingen’, een politiek van confrontatie jegens hen, hetgeen hun gevoel van vernedering en uitsluiting slechts versterkt. De Amerikanen lijken daarvoor de antenne te missen; ze denken zelfs dat je in een paar jaar met geweld democratie kunt opleggen. Het zij zo, maar voor ons als Europeanen is het cruciaal een andere attitude te hebben of te ontwikkelen, ook omdat de Arabieren op de zuidflank buren van ons zijn. De Europese inlichtingen- en politiediensten beter op elkaar afstemmen, is belangrijk. Maar dit brengt geen deëscalatie teweeg. Daarvoor is veel meer nodig, op z’n minst attitude- en gedragsverandering bij ons, en zeker het ophouden met neerkijken op de islam. De harten van jonge moslims raak je via empathie en het bevorderen van gerechtigheid, niet in de laatste plaats jegens de Palestijnen. We zullen ook de interne problemen van de Arabieren, voordat het te laat is, zonder paternalisme, maar niettemin écht, tot de onze moeten maken.