26 april 2004

Iedere verdachte heeft recht op een eerlijk proces. Maar premier Sharon feliciteert zijn militairen onbeschaamd als het hen lukt Hamas-leider Rantisi buitenrechtelijk te liquideren, zoals eerder sjeik Yassin uit zijn rolstoel werd geschoten. Zo’n executie vanuit de lucht is, zonder dat er sprake is van noodweer, moord en geeft extreme groepen extra rekruteringskracht. Wanhoopsreacties stop je zo niet, ook niet met het dreigen Arafat niet langer te ontzien. Martelaren regeren nu eenmaal vanuit hun graf.

Sharon lijkt aan te sturen op een oorlog tussen het jodendom en de islam, en daarmee tussen het joods-christelijke Westen en de islamitische wereld, een oorlog die Europa sinds 11 maart nu ook zelf aan den lijve ondervindt. Arabieren leefden eeuwenlang onder vreemde heersers, eerst onder de Turken en later onder de Britten en de Fransen. Bezetting is dan ook hun trauma. Ze voelen zich vernederd nu ze dit in Palestijns gebied en in Irak nu wéér moeten meemaken. Zich inleven in de psychologie of (historische) trauma’s van de tegenspeler lijkt niet de sterkste kant van Sharon en Bush. Die bezetting en voorts in het algemeen de westerse arrogantie raken Arabieren in de ziel, waardoor velen van hen geen andere uitweg zien dan zelfmoordaanslagen, hoe vreselijk en verwerpelijk ook.

Israël paste in 1948 vormen van etnische zuivering toe — ook de Israëlische vredesbeweging erkent dat nu. Naast genoemde liquidaties maakt de afspraak tussen Sharon en Bush bij hun ontmoeting in Washington om de zes grootste joodse nederzettingen op de Westoever eventueel bij Israël te kunnen voegen, de bitterheid des te groter. Die afspraak is tevens ontmaskerend. Ben-Goerion accepteerde in 1947 heel dubbel de VN-tweedelingsresolutie 181, waaraan, let wel, Israël juridisch zijn bestaan ontleent, maar niet, zij het versluierd, de daarin vastgestelde grenzen van beide delen. In 1938 zei hij al ‘gedwongen verplaatsing van de Arabieren niet amoreel’ te vinden, uit 1948 dateert zijn uitspraak: “De Arabieren in het land Israël hebben nog maar één functie, namelijk te maken dat ze weg komen.”

Dat Israël zich in 1948 onafhankelijk verklaarde zonder vaste grenzen, blijkt achteraf dan ook een truc. Het wachten was kennelijk op de kans meer land van de Palestijnen af te pakken via ‘might is right’. Het Westen had dit listige gedoe niet door en belandde algauw in een fuik inzake de vraag hoe te reageren. Israël wilde in plaats van de gerechtigheid van eerlijk delen veeleer oostwaarts expanderen. Bevriende landen zien dan weleens wat door de vingers, maar de VN en de internationale rechtsorde veel minder. Begrijpelijk dat Israël in zijn retoriek algauw erg afgaf op de VN, na 1967 de VN-terugtrekkingsresolutie 242 tot op vandaag negeert en zelfs de bezetting formeel ontkent. Erger nog, Israël bracht ook mensen uit eigen land — nu al opgelopen tot vierhonderdduizend settlers — over naar bezet gebied, wat een bezetter volgens artikel 49 van de 4de Conventie van Genève nimmer is toegestaan.

De wereld erkende die nederzettingen nimmer, maar greep evenmin in. Ze blijven niettemin de illegaal — de 52 Britse ex-diplomaten met hun geruchtmakende brief hebben daarin volstrekt gelijk — ook al lijkt president Bush volgens ‘might is right’ Israël nu te steunen in zijn beleid van ‘landjepik’. Dat laatste is hard gezegd jegens een bevriende natie, maar dat is het wel. “Och, het zijn fanatiekelingen, laat hen maar tussen de Palestijnse dorpen gaan wonen, gewoon geen aandacht aan schenken,” was vlak na 1967 de officiële reactie over de joodse ‘settlers’. Maar deze houding van door de vingers zien werd algauw die van directe of indirecte betrokkenheid van overheidswege. Men stuitte, zoals ex-NRC-correspondent in Israël Salomon Bouman het eens uitdrukte, ‘met die joodse nederzettingen op de ziel van het zionisme’. Illegale nederzettingen stiekem in een nacht ergens opzetten, gebeurde al in de Britse tijd.

Toen Likoed-premier Begin in 1977 de verkiezingen won, was zijn eerste uitspraak dat er ‘honderden nederzettingen bij zouden komen’. Openlijker kon het niet. Een van de ergste fouten van de Oslo-akkoorden (1993) was dat daarin niet een clausule was opgenomen voor een bouwstop van joodse nederzettingen. De bouw daarvan ging tijdens het Oslo-proces gewoon door. Premier Rabin, en zeker Arafat, had moeten beseffen dat dit bij de Palestijnse achterban tot een grote verzetsexplosie zou leiden. Maar los daarvan, het is een vorm van koloniale expansie ten koste van het kleine, onmachtige Palestijnse volk. Anders gezegd, een onrechtmatig beleid van het stellen van voldongen territoriale feiten in bezet gebied, waarin het regime-Bush nu lijkt te willen berusten. Als de EU niet wakker wordt en/of de Amerikanen in november Bush niet haar huis sturen, ziet de toekomst er bleek uit voor het Midden-Oosten, zo niet voor ons allen.