10 mei 2004

Larry Wilkerson, stafchef van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell, was op 5 mei loslippig. Menend dat hij anoniem zou blijven noemde hij in een magazine de twee prominente aanjagers van de oorlog met Irak, Paul Wolfowitz en Richard Perle (rechtse) ‘utopisten’, hen op één lijn zettend met de Rus en in zijn ogen ‘linkse utopist’ Lenin. Hij voegde toe: “Ik hou niet van utopisten, je kunt geen Utopia bouwen en je beschadigt een hoop mensen als je het toch probeert.”

Het is belangwekkend dit te vernemen uit de mond van een hooggeplaatste Amerikaan, nu de ‘hypocratie’, als zou het vooral gaan om het brengen (lees: met geweld opleggen) van democratie in Irak, dreigt te worden doorgeprikt door onthullingen over de martelpraktijken in de Abu Ghraib-gevangenis. Goede bedoelingen garanderen geen goede resultaten. De geschiedenis laat veeleer het tegendeel zien, de wereld is van bovenaf, en zeker militair, veel minder maakbaar dan men denkt, maar dat het ‘idealisme’ van Nieuw-Rechts in de VS zo snel door de mand zou vallen, had niemand verwacht.

Het Amerikaanse volk is onthutst, en zowel Rumsfeld als Bush huilt krokodillentranen, maar waar men niet eerlijk voor uit durft te komen is dat martelen en utopisme met elkaar verbonden zijn. Het Amerikaanse volk mag het voor zijn zelfbeeld alleen niet weten. Martelen is een geweldsmiddel, dat utopisten en met hen inlichtingendiensten en hoge militairen menen te mogen toepassen ter wille van het ‘hogere doel’. Veel Amerikanen zijn opgegroeid met het parool dat het doel veel belangrijker is dan de middelen en dat het doel daarom volgens hen die middelen meestal heiligt, maar nu de foto’s zo rauw het seksuele geweld jegens de gevangenen aantonen en men ook beseft hoezeer hiermee de Arabische eer wordt aangetast, zijn ze niettemin geschokt.

Bezetting is zonder meer al vernedering, paternalisme, een vorm van geweld en na 1945 en 1989 volledig uit de tijd, maar de wijze waarop de Amerikanen er gestalte aan geven slaat alles. Hoe eerder de Amerikanen en hun garnizoenen hun biezen pakken, des te beter. Zolang ze dat niet doen, zal de onrust die hun bezetting veroorzaakt slechts toenemen, ook al wordt er 30 juni een semi-regering van ‘uit de VS meegebrachte’ en voor hun veiligheid van de Amerikanen afhankelijke Iraakse leiders geïnstalleerd.

Nederland mag zich met die schijnvertoning en met de door de Amerikanen veroorzaakte turbulentie niet associëren. In de huidige situatie is daarom, los van dood van de Nederlandse sergeant, het niet-verlengen van het mandaat voor de Nederlandse troepen in Irak de enige optie, tenzij alle Amerikaanse en Engelse troepen zich terugtrekken om plaats te maken voor een geheel door de VN geleide internatonale politie- of vredesmacht, waaraan vooral ook islamitische buurlanden een bijdrage leveren.

Advertisements