19 november 2004

Tot voor kort en zeker tot aan de Amerikaans-Britse Irak-oorlog was humanitaire interventie een belangrijk begrip. Te zien als fors militair ingrijpen met het doel geweldexplosies te dempen. Rechts gelooft er in. Een groot deel van links ook. Dus dat je vuur met vuur kunt blussen. Alleen de Vredesbeweging ziet dat wat anders. Zij meent dat zulk ingrijpen niet dempend, maar, zoals in Somalië, veeleer escalerend werkt. En wel omdat conflictgroepen militaire interventies vaak zien als aansporing nog harder te vechten. Of omdat die groepen dan gaan proberen de militaire nieuwkomers aan hun kant te krijgen. Hierdoor blijven de laatsten algauw niet onafhankelijk meer, maar worden ze partij in het conflict.

Naast actieve oorlogspreventie zouden echt onafhankelijke en op conflictbemiddeling getrainde professionele vredeswerkers dan functioneler zijn. Jammer alleen dat de politiek het denken dat je vuur met vuur kunt blussen, blijft hanteren. Zo besloot de EU eind 2003 dat er een staand en goed uitgerust Europees leger van minimaal zestigduizend man komt. Men hoort er niet te veel over (het uitwerken van plannen is ook niet de sterkste kant van de EU), maar het EU-leger zal er spoedig zijn. Naast behartiging van economische en andere Europese belangen is de rechtvaardiging daarvan vooral om militair te kunnen ingrijpen in conflictregio’s. Alsof dat in noodgevallen niet zou kunnen via ad-hoccoalities of the willing, dus van landen die willen meedoen, liefst uit dezelfde regio. Humanitair interveniëren geeft aanzien in de wereld, denkt men. Er is in dezen dan ook tevens sprake van competitie tussen grootmachten. Europese parlementsleden — ook van GroenLinks — die op zich niet direct enthousiast zijn voor militair ingrijpen, werden op die manier overgehaald. Met het argument dat de EU toch tegenwicht moet bieden aan het Amerika van president Bush.

En dan komt er recent ineens een andere term op: humanitair imperialisme. Ik weet niet wie deze heeft bedacht, maar het verdringt de laatste tijd humanitaire interventie. De oorlog in Irak wordt dan bestempeld als humanitair imperialisme. Althans vanaf het moment dat massavernietigingswapens niet meer het argument konden zijn en de oorlog werd gerechtvaardigd met de val van dictator Saddam Hussein.

Amerikaanse fundamentalisten en neo-conservatieven benadrukken bovendien dat hun natie boven andere landen staat en ook dicht bij God, zoals vroeger Europese koningen suggereerden goddelijk gezag over hun onderdanen te hebben. Het vingertje opheffen, veelvuldig moraliseren, van bovenaf straffend of terugslaand geweld toepassen en ook denken dat je de democratie kunt verspreiden op de punt van het bajonet — ook al is de praktijk dan wel wreed martelen van gevangenen of een in een moskee achtergebleven gewonde doodschieten –, dat alles lijkt te horen bij die attitude. Een attitude waarvan we de komende tijd, nu het Amerikaanse volk de zittende president ondanks het drama in Irak een tweede termijn heeft gegund, helaas meer kennis zullen moeten nemen.

Maar ook dat je zulks goed verkoopt. Bijvoorbeeld met de bekende slogan freedom is on the move, die Bush tot in den treure herhaalt om maar aan te geven hoe effectief zijn oorlog wel is. Mede omdat een grootmacht in een televisiedemocratie vaak meent te moeten opereren met (veel) hypocrisie, vind ik de term humanitair imperialisme dan ook zo gek nog niet. De Amerikanen blijken er in meerderheid niet vies van, hebben in november Bush althans niet afgestraft voor zijn oorlog in Irak.

En de EU dan? Zou die ooit klein Amerika willen gaan spelen en daarmee ook de richting van humanitair imperialisme kunnen opgaan? Het ligt niet meteen voor de hand, maar het is op termijn niet uitgesloten, ook gezien het koloniale verleden van talloze EU-staten. Macht en belang zijn bovendien staten niet vreemd, ook democratische staten niet. Sterker, macht en belang prevaleren in het buitenlandbeleid maar al te vaak. Is oprichting van een staand Europees leger dan het begin van een risicovolle ontwikkeling? Het zou kunnen. Laat de EU hoe dan ook liever haar kracht zoeken in het zijn van een civiele macht. En hoe minder geloof we hechten aan humanitaire argumenten voor legers en oorlog (ook voor de kruisraketten van minster Kamp), des te beter. Henri Kissinger zei bovendien eens heel pragmatisch: “Militair ingrijpen op grond van idealen betekent dat je je overal oorlogen op de hals haalt.”