20 november 2004

Paniekreacties te over na de moord op Van Gogh. Het woord oorlog viel en moskeeën werden in brand gestoken. Populisten spreken van een veiligheidsprobleem. Ze eisen harde maatregelen. Ze weten dat geweld middengroepen bijna altijd naar rechts doet opschuiven. Anderen spreken liever van een integratieprobleem en wijzen erop dat provoceren en schelden contraproductief werkt. Zeker in culturen van eer en schaamte. Elkaar serieus nemen, dialoog en de ‘boel bij elkaar houden’ is hun bezweringsformule.

De catharsis van 2 november heeft volgens mij ook een raciale en een zingevingscomponent. In gezin en op school krijgen we spelend of ruziemakend omgangstraining. Ouders corrigeren ook direct, al is dat door de vele gebroken gezinnen tegenwoordig minder. Dat op school een vak als omgangskunde ontbreekt, wreekt zich, zeker in een maatschappij met meerdere culturen. Je ontmoet op straat, op school, op de werkvloer en als buren mensen die anders zijn. Als je niet weet hoe je hen tegemoet moet treden of als je je door angst laat leiden, ontstaat snel racisme.

Dat laatste is niet meer te ontkennen in Nederland. Er is discriminatie bij de ingang van discotheken en op de arbeidsmarkt. Bedrijven zeggen vaak nee tegen allochtonen. Dat zet kwaad bloed als je tot de tweede generatie behoort, keurig Nederlands spreekt en een goede opleiding hebt. Mensen met een andere cultuur grof krenken onder het mom van vrijheid van meningsuiting of hun totale religie ter discussie te stellen, grenst ook aan racisme. Betekent de populariteit van de Groep Wilders niet dat angst voor en haat jegens vreemdelingen in de samenleving veel groter is dan op het eerste gezicht lijkt.

Zingeving
Radicalisering van jongeren als Mohammed B. wijst ook op zingevings- en identiteitsproblemen. Jongeren die in twee werelden leven — de Nederlandse en die van hun ouders — en een crisis doormaken, raken vervreemd van beide werelden en storten zich gefrustreerd op het islamistische ideaal. Dit staat niet los van wat elders in de wereld gebeurt. De polarisatie tussen het Westen en de Arabische wereld, repressie van Palestijnen en het dominante geweldsdenken eisen hier hun tol. Al-Qaeda biedt jonge moslims nieuw zelfbewustzijn, zoals Che Guevara in de jaren zestig studenten aansprak. Dat Nederland hulptroepen levert aan de Amerikanen voor hun bezetting van Irak, kan jongeren als Mohammed B. extra in verwarring brengen.

Het gewelddadige islamisme is niet alleen gebaseerd op rancune, maar ook op wanhoop over het feit dat men de moderne tijd is ingesleurd. Maar de moslimterreur houdt het Westen tevens een spiegel voor. Het Midden-Oosten kwam in contact met onze idealen van gelijkheid en vrijheid, dus met de moderniteit, maar ook met de westerse overheersing en arrogantie. Terreur, een westerse uitvinding, betekent letterlijk schrikbewind en is ooit door de Jacobijnse regering ingesteld om de idealen van de Franse Revolutie te beschermen. De Jacobijnen ging het om vrijheid en gelijkheid, maar niet om broederschap. Lieten we dat derde verlichtingsideaal en het geweldsvraagstuk te veel liggen? Worden we — de Engelse hoogleraar Europees Denken John Gray meent dat — geconfronteerd met een crisis van de Verlichting? Bij vrome islamieten stond gelatenheid eeuwen centraal en niet het martelaarschap door zelfsmoord. Dat kwam pas op onder invloed van de moderniteit. Misschien bijt de moderniteit zichzelf wel in de staart, omdat we vrijheid, hoe essentieel ook, verabsoluteerden ten koste van de broederschap.

Autochtonen moeten de hand in eigen boezem steken. We zijn nog lang niet klaar met geweld in bredere zin. Racisme, verbaal geweld, maar ook de koelbloedige moord van de gereformeerd opgevoede Volkert van der Graaf op Pim Fortuyn geven dat aan. Mijn grootse zorg is de verrechtsing in de samenleving. Wat de allochtone jongeren betreft is er geen reden voor overdreven paniek, want er valt veel te leren van de wijze waarop de frustraties bij Molukse jongeren zijn weggenomen na de treinkapingen en gijzelingsacties aan het eind van de jaren zeventig. Ook die acties werden gepleegd door tweede-generatiemigranten. Uit alle literatuur blijkt dat integratie pas in de derde generatie echt slaagt. Op dit moment vormt de internationale situatie echter een lastige complicatie. Al menen deskundigen dat het gewelddadig islamisme, dat bij ons angst en haat teweegbrengt, in de moslimwereld meer en meer verzet oproept en al op zijn retour is. Ook al is het islamisme uiteindelijk geen partij voor het Westen, toch moet er snel een einde komen aan de politiek van vernedering en uitsluiting van Arabieren door het Westen. Laten Nederland en EU zich hiervoor sterk maken, al was het maar voor de harmonie hier.

Advertenties