22 juli 2005

Inleiding

Sylvain Ephimenco is een bekende en spraakmakende columnist en Letter&Geest is een soort op zaterdagen verschijnende bijlage met een zekere diepgang onder redactie van Jaffe Vink en Chris Rutermans. Deze twee hebben Trouw, voor het overige een goede krant met prima columnisten zoals J.A.A. van Doorn en Willem Breedveld, de laatste tijd een meer of behoudend imago gegeven — op meerdere terreinen, maar vooral inzake het bevorderen van de islamofobie. De bekende Amsterdamse dichter en ecclesiapastor Huub Oosterhuis drukt het in de deze zomer verschenen Pax Christi Liturgiekrant als volgt uit: “Onder leiding van de redactie van Letter&Geest (van Trouw) wordt al jarenlang paginagroot oorlog gevoerd tegen de islam als godsdienst, maar ook als levenstijl”.

Trouw, ooit door hoofdredacteur en AR-leider Bruins Slot omgevormd tot een redelijk progressieve krant, is (net als vroeger het CDA als partij) nu door het vrij autonoom opererende duo Vink en Ruterfrans min of meer een dagblad met twee gezichten geworden: een progressief gezicht met vooral de redactie Religie&Filosofie als kern en daarnaast een meer reactionair gezicht met de redactie van Letter&Geest als kern. Het is dan ook geen wonder dat in de Groep van Acht — in de woorden van columnist van Doorn ‘de camarilla van het kamerlid Hirsi Ali’ –, die midden december 2004 door tv-programma Netwerk als groep in de openbaarheid werd gebracht, ook Jaffe Vink voorkomt. De overigen zijn Leon de Winter, Herman Philipse, Hans Jansen, Afshin Ellian, Paul Cliteur, Paul Scheffer en de in mijn artikel bekritiseerde Sylvain Ephimenco. Het zijn allen min of meer bekende opiniemakers die heel wat islamofobie zouden kunnen veroorzaken. Vooral Geert Maks pamflet “Gedoemd tot kwetsbaarheid” gooide roet in hun eten, vandaar dat meerderen van hen soms nogal eens wat rancuneus reageren richting Mak. U ziet dat hieronder ook bij Ephimenco.

Dat van de Groep van Acht er twee zijn die aan Trouw, jarenlang mijn lijfblad, zijn verbonden, stemt me uiteraard niet vreugdevol. Als mensen bij me komen met het dilemma welke krant te nemen, Trouw, de Volkskrant, Het Parool of NRC-Handelsblad, alle nu beroepshalve door me gelezen, adviseer ik de laatste tijd niet meer de eerste van dit rijtje, ook al blijf ikzelf voorlopig wel abonnee, mede vanwege columnisten als Van Doorn en de genoemde redactie Religie&Filosofie. Ik kan het me overigens ook niet indenken dat de hoofdredactie het zelf leuk vindt, zo’n krant met twee gezichten.

+++

Graag sluit ik me aan bij de suggestie van predikant Fokko F. Omta in Trouw van 18 juli aan columnist Sylvain Ephimenco om voortaan niet meer van moslimterreur te spreken, maar van Al-Qaeda-terreur. Net als sommige moslims, beroepen/beriepen ook christenen zich bij geweldsuitoefening en oorlog vaak op de eigen religie, wat tegelijk bijna altijd leidde tot stigmatisering van de tegenpartij. Zo groeide het belangenconflict tussen de Schotse/Engelse settlers en de Ierse autochtonen in Ulster al snel uit tot een oorlog tussen “protestanten” en “katholieken”.

Laten we toch ophouden met de stemmingmakerij tegen de islam. Voor je het weet, belanden we net als in Ulster in een situatie waarbij het nog voornamelijk gaat om de “onzuivere” religie van de tegenpartij. In de beeldvorming is zo helaas ten onrechte nog steeds vaak sprake van een godsdienstconflict tussen protestanten en katholieken in Ulster, terwijl dat in essentie een etnisch en een belangenconflict is. Ook Piet Winnubst laat in zijn weinig overtuigende aanval op, let wel, de zeer gezaghebbende auteur van bestsellers Karen Armstrong zijn (fictieve) vriend Boutros een de keel van een christen doorsnijdende moslim bewust “geen extremist” noemen, maar “gewoon een islamiet of een moslim” (Letter&Geest in Trouw, 16 juli). Over stigmatisering gesproken. Onthullend is dat de onbekende Piet Winnubst — is die naam een pseudoniem voor Leon de Winter of zo? — tevens betoogt, dat anders dan bij moslims “de christen weet dat het toekomstige rijk niet van deze wereld is”, er geheel aan voorbijgaand dat het Rijk Gods voor velen van hen (ook) een politieke betekenis heeft/had en dat een aantal van hen dat ook met geweld heeft proberen te vestigen.

Zeker nu er sprake is van een soort oorlog tussen Al-Qaeda en het Westen of vooral de VS, is verzet tegen de tot vijanddenken leidende demonisering van de religie van een bij ons wonende (grote) minderheid geen “defaitisme”, zoals Ephimenco dat kwalificeert — hij zette het zelfs als titel boven zijn column van 12 juli –, maar een buitengewoon lovenswaardige vredespoging. Dit om verdere escalatie van de ontstane of zich ontwikkelende polarisatie in de samenleving te voorkomen. Elke religie doet aan, of heeft het recht op zelfcivilisering — het christendom mocht er eeuwen over doen –, maar als je in een multiculturele context iets wat de mensen heilig is te snel, hooghartig en provocerend aantast, creëer je bij hen (extra) vernedering. Ik voeg het woordje “extra” toe, omdat Jessica Stern, die onderzoek deed onder terroristen in verschillende landen, onderbouwd aantoonde dat deze zich vernederd voelen. Dat geldt meen ik vooral Arabieren met hun bezettingstrauma (kruistochten, Osmaans-Turkse rijk, Palestina, Irak enzovoort).

Door de godsdienst van een minderheid veelvuldig te bruuskeren, veroorzaak je slachtofferdenken, dat algauw een uitweg zoekt naar geweld en tevens naar een ideologie om dat geweld te rechtvaardigen. We zagen en zien dat laatste bij het fascisme, leninisme en stalinistisch communisme — in wezen pseudo-religies — en ook bij antisemitisme en allerlei vormen van nationalisme, inclusief het zionisme. Kennelijk hebben we die rechtvaardiging nodig bij zondebokuitdrijving en bij oorlog en geweld. Mensen als Bin Laden en Mohammed B. zijn niet anders dan geweldsfanaten, die daarvoor hun islam gebruiken als verdediging. Hen moeten we aanpakken op hun geweldsdaden en op hun geweldsfanatisme. Dat Mohammed B. zegt Theo van Gogh te hebben gedood vanuit zijn geloof en niet vanuit een gevoel van vernedering door het stigmatiserende gescheld van geitenneukers enzovoort, lijkt nogmaals voornamelijk te liggen op het terrein van rechtvaardiging. Natuurlijk voelt hij zich vernederd, ook door de aanval op zijn geloof, zoals bijvoorbeeld in de film Submission.

Voorts kunnen ook wij vaker de hand in eigen boezem steken — daar is ook los van onze joods-christelijke traditie niets mis mee, integendeel zou ik zeggen , introspectie en zelfkritiek is zeker voor het machtige Westen altijd goed — en werken aan de voedingsbodem van de opgeroepen haat. Bij dat laatste denk ik aan bijvoorbeeld onze arrogantie en ons in meerdere opzichten ernstige falende Midden-Oostenbeleid, om slechts twee punten te noemen. Maar laten we de religie er niet bij halen. Door dat wel te doen, speel je de geweldsfanaten in de kaart. Zij willen dat laatste juist en zij willen ook dat we ons laten verleiden tot op angst gebaseerde polarisatie. Wie hier al eerder op wees, is Geert Mak. Ephimenco maakt het er daarom voor zichzelf niet sterker op door voortdurend schimpscheuten op Mak af te vuren, vanwege diens pamflet Gedoemd tot kwetsbaarheid. Schimpscheuten zoals hem een “ondergedoken stuntelaar” (23 maart) te noemen of hem te betichten van “defaitisme” (12 juli) en te klagen als zou hij en anderen, die “al enkele jaren waarschuwden”, door Mak en de zijnen “beschimpt en verdacht gemaakt” (14 juli) zijn. Zijn de druiven wat zuur? Hoe dan ook, Omta heeft helemaal gelijk, laten we voortaan louter spreken van Al-Qaeda-terrorisme.