21 mei 2005

Het aantal “ernstige terroristische incidenten” in de wereld is vorig jaar in vergelijking met 2003 verdrievoudigd. En in onze hoofdstad radicaliseren basisschoolleerlingen van Marokkaanse afkomst en tonen zij zelfs (enig) begrip tonen voor 11 september. Het laatste blijkt uit een tussentijds onderzoeksrapport in opdracht van burgemeester Job Cohen.

De Amerikaans-joodse terrorisme-expert Jessica Stern sprak met terroristen van diverse religieuze achtergrond over hun drijfveren. In haar boek “Terreur in naam van God” noemt zij als diepere grond vernedering, wat columnist Leon de Winter vreemd genoeg ooit een “ultieme dooddoener” noemde. Terroristen zijn, zo stelt Stern, in hun jeugd of later vernederd als persoon of als groep. Vaak hebben ze ook een geschiedenis als gekoloniseerde. In bijna elk gesprek dat ze met hen had, kwam telkens het woord vernedering terug.

Natuurlijk zijn er ook andere redenen waarom mensen toetreden tot een radicale groep, zoals ontworteling of eenzaamheid (in de nieuwe samenleving). Of je broer is al lid en het geeft prestige om “de wereld te zuiveren in een heilige oorlog”. Dat terrorisme geld oplevert of avontuur geeft, speelt mee. Maar Stern ziet als diepere wortel dat mensen zich vernederd voelen. Onderdrukking van terrorisme met geweld werkt volgens haar averechts, omdat deze dat gevoel versterkt. Die aanpak solidariseert tevens, zo voeg ik toe — dus dat de daders ondanks hun geweldpleging op een zekere steun van hun omgeving kunnen rekenen. In de jaren zeventig zagen we dat ook in West-Duitsland inzake het linkse terrorisme.

Extreme vijandigheid van de overheid hield toen het zich verbonden voelen met de “terroristen” lang in stand. Dat was eveneens het geval in Noord-Ierland, waar in bepaalde perioden ook buiten de kringen van de harde IRA-kern het idee opgang deed, dat je “Engelsen mocht afmaken”. Solidariteit kweken ook de Amerikanen met hun harde methoden van de Amerikanen, die niet zozeer de “terrorist” als wel zijn omgeving raken. Die methode is niet de onze, hoewel het kabinet met z’n antiterrorismemaatregelen wel die richting neigt uit te gaan.

Respect
Hoe dan wel? Naast de nodige adequate veiligheidsmaatregelen en het aanpakken van haatzaaiende imams, lijkt het zaak op zowel internationaal als nationaal vlak een antwoord te vinden op vernedering. De hele (wereld)samenleving zou zich hierop moeten bezinnen. Dat vergt creativiteit en ook inzet. Misschien kan het belangrijke boek “Respect in een tijd van sociale ongelijkheid” van de Amerikaanse socioloog Richard Sennet ons daarbij van dienst zijn. In plaats van mensen gelijkwaardig te bejegenen, is paternalisme en bedilzucht troef volgens hem. Medelijden wijst hij af omdat dit geen bewijs van respect is voor de ander, evenmin als neerbuigende hulpverlening.

Ik heb niet als Stern in het Midden-Oosten en in Pakistan met daders van terreurdaden gesproken, maar als antropoloog stuit ik steeds weer op de weerzin en vaak ook haat, die westerse arrogantie oproept in de Derde Wereld. Vooral Arabieren, die al vanaf de Middeleeuwen een bezettingstrauma hebben, voelen zich vernederd en uitgesloten. Ervaringen in de Palestijnse gebieden en de Iraakse gevangenis Abu Ghraib helpen niet die gevoelens weg te nemen. Evenmin de steun die de Amerikanen en Britten drie jaar lang verleenden aan de meedogenloze dictator Karimov van Oezbekistan. Laat staan verhalen over het door de wc spoelen van een koran tijdens ondervragingen in de Amerikaanse marinebasis Guantanamo Bay, ook al heeft Newsweek na een week anti-Amerikaanse protesten van woedende moslims in Afghanistan en elders de berichtgeving hierover inmiddels herroepen.

Met zulke excessen, die ook de ziel van Europese moslims raken, hef je geen trauma’s op. Dat moet op andere manieren: meer internationale gerechtigheid, eerlijke handel, politiek en economisch ook de belangen van zwakkere landen in acht nemen. Die landen althans niet “overrulen” door onze westerse macht. Binnenslands moeten we de toegang voor allochtonen tot werk niet belemmeren. Voor de dagelijkse omgang met elkaar is het eigenlijk vrij simpel: gewoon wat aardiger zijn. De ander respecteren en de ander niet de les lezen alsof je het middelpunt bent van de politieke verlichting. Zeker geen hetze voeren tegen de religie van een minderheid. Als we willen dat culturele of politieke verworvenheden navolging verdienen, is het belangrijk zelf het goede voorbeeld geven en de ander hooguit helpen zichzelf te helpen. Als we de bevindingen van Jessica Stern serieus nemen, moeten we uiteraard ophouden mensen en groepen op hun ziel te trappen over zaken die voor hen heilig zijn. Kortom respecteren, niet vernederen.