25 mei 2005

De EU was in oorsprong een vredesproject. Als vredesactivist en als een van de oprichters van GroenLinks kon ik moeilijk tegen Europa zijn. Ik ben dat nog steeds niet. Toch zal ik in dit referendum over de Europese grondwet tot de nee-stemmers gaan behoren. Met schroom overigens, mede vanwege (partij)vrienden in het Europese Parlement, die met overtuiging pleitbezorgers zijn van deze Europese Grondwet. Ze hebben, of ze nu veel bereiken of niet, daar een prima platform voor het uitdragen van hun idealen. Maar deze grondwet betekent na het Verdrag van Nice een stap verder op weg naar een Europese federatie. En dat terwijl dat Europese huis nog steeds louter een zaak is van de politieke elite.De burger krijgt ook met deze grondwet niet het recht te bepalen wie hem en de EU bestuurt. Ik kies om meerdere redenen voor een pas op de plaats. Hoogmoed en grootheidswaanzin vormden de leidraad van de twintigste eeuw. Die overmoed sneed in eigen vlees. We leerden ervan, maar geen filosoof, laat staan een politicus, kan ons of een statenbond-in-wording voor de toekomst beschermen tegen eigen overmoed. Ingrijpen in de levensfeer van een ander of de wens de eigen wereld te vergroten ten koste van een ander zit kennelijk in de Europese genen. Tegenover China en de VS moeten we toch sterk staan als Europa, zo heet het. Niet dat we nu al ‘Klein Amerika’ willen spelen, maar het machtsaspect van de EU krijgt een groter accent. Dat blijkt uit de militaire en buitenlandparagraaf van de grondwet. Die grondwet verplicht de lidstaten bijvoorbeeld “hun militaire vermogens geleidelijk te verbeteren”. Zou de wapenindustrie geen profijt hebben van investeringen in nieuwe wapensystemen? De Europese samenwerking kan hoe dan ook voorlopig nog best toe met het Verdrag van Nice. Haastige spoed is zelden goed. Europa kan niet vergeleken worden met de melting pot van de Verenigde Staten van Amerika. De saamhorigheid die de Amerikanen uit verschillende staten en van uiteenlopende achtergronden delen, ontbreekt bij de bevolking van de EU. De politicus die probeert dat wij-gevoel over de hoofden van de gewone burger heen aan dezelfde burger op te leggen, loopt kans op termijn nationalistisch geweld op te roepen. Koos ik vanuit de vredesdimensie tot op vandaag voor Europese samenwerking, zo kies ik nu vanuit diezelfde optiek voor een pas op de plaats om te voorkomen dat de Europese integratie te snel plaatsvindt. Niet door thuis te blijven op 1 juni, maar door een tegenstem uit te brengen.