Augustus 2005

Zoals tussen structuur en cultuur, kan men ook een onderscheid maken tussen denken en handelen. De mens is een actor, een ‘handelend’ iemand, maar aan dat handelen gaat heel wat vooraf. Zeker ook diepere noties, emoties en/of vooronderstellingen waarom hij of zij meent te moeten handelen zoals men handelt. Soms is het ook een situatieanalyse, die dan vaak dient als rechtvaardiging voor het handelen, vooraf en/of achteraf. Die diepere noties, vooronderstellingen en rechtvaardigingen, zou ik willen samenvatten onder de noemer ‘denken’.

Denkapparaat
Geweld, ook het zogenaamde zinloze geweld, is meer dan een impulsdaad. Er zit een denken achter. Als een land ten strijde trekt, moeten soldaten vechten of misschien leven nemen dan wel zelf geven, maar achter hen staat een groot denkapparaat, dat niet alleen de beleidslijnen uitzet, maar ook de public relations doet. Oud-president Eisenhower gebruikte in 1960 voor het eerst de term militair-industrieel complex. Hiermee waarschuwde hij voor de grote invloed van het leger en de wapenindustrie met betrekking tot hun belang bij een vergroting of ten minste handhaving van de defensie-uitgaven. Hoe dit ook zij, oorlog en geweld hebben in elk geval een eigen ratio en ook een eigen rechtvaardiging, die niet alleen bedacht wordt door de politieke en militaire leiders, maar al in het middenveld of de civiele samenleving, inclusief wetenschap en kerken, (sterke) stimulering of ondersteuning vindt.

Het denkapparaat, dat bij oorlog en geweld de public relations doet, probeert aan te sluiten bij de diepere noties en/of vooronderstellingen en rechtvaardigingsmechanismen die potentieel aanwezig zijn bij het volk. Die diepere noties kunnen de vorm aannemen van een simpele waarde als ‘solidariteit door dik en dun’ (dus dat je militair partij moet kiezen voor de onderliggende groep, hoeveel soldatenlevens dat ook kost) of ‘het doel is veel belangrijker dan het middel’, maar kunnen ook uitgroeien tot een vaak onbewuste ideologie. Dit laatste zeker als de ziel van een volk gewond is geraakt door reële dan wel vermeende (historische) gebeurtenissen. Als het slachtofferdenken zich meester maakt van een volk of een groep, is manipulatie vanuit een ideologie zoals fascisme, communisme, vormen van nationalisme zoals zionisme en vormen van terrorisme als Al-Qaeda, een groot gevaar. Slachtofferdenken vanuit reële of ervaren (jeugd)wonden komt trouwens ook (veel) voor bij individuen en is daardoor risicovol in multiculturele samenlevingen, die via internet en andere moderne communicatiemiddelen in contact staan met het denken elders en waarin geweldswapens moeiteloos te verkrijgen zijn.

Geweldsmythe
Maar ook los van het slachtofferdenken hanteren mensen vaak een soort ideologie om hun (gewelds)daden te rechtvaardigen. Vooral mensen van de macht doen dat of menen dat nodig te hebben. Van Mao is de gevleugelde uitspraak dat ‘macht uit de loop van het geweer komt’.

Het is meer dan een analyse. Er zit ook een stuk rechtvaardiging in. In de Babylonische mythe verdedigde men het geweld misschien iets minder direct, maar die geweldsmythe was er bepaald niet minder effectief om. Ik bedoel de mythe dat geweld redt, dat geweld recht brengt en dat oorlog vrede creëert. Het is een succesmythe geworden, die eeuwenlang de geesten van de mensen in haar greep had en helaas ook vandaag nog volop opgeld doet. De Amerikaanse pacifist Walter Wink noemt in zijn boek De heersende machten (uitgeverij Mellema) die geweldsmythe een soort godsdienst, ja zelfs ‘de overheersende godsdienst’ in onze samenleving.

Zeker het hedendaagse westerse interventiedenken, of dat nu plaatsvond of plaatsvindt in ex-Joegoslavië, Somalië, Afghanistan dan wel Irak, zit sterk op de lijn van genoemde Babylonische mythe. In Joegoslavië, Afghanistan en Irak brachten westerse machten echter eerst zelf geweld vanuit geopolitieke overwegingen (de ontijdige erkenning van Kroatië door Duitsland vele waarschuwingen ten spijt; dramatisch ingrijpen van de VS in een onder EU-bemiddeling in Lissabon gesloten Bosnisch vredesakkoord waardoor de Bosnische moslimleider Izetbegovic zijn instemming introk; Amerikaanse militaire steun aan de guerrilla’s, waaronder Bin Laden, tegen de Russen in Afghanistan; het lange tijd steunen van Saddam Hoessein door de Amerikanen als zogenaamd tegenwicht tegen Iran) om vervolgens te proberen de geest weer in de fles te krijgen en het toegepaste geweld dan te rechtvaardigen met de mythe dat geweld redt, dat geweld en oorlog vrede en recht brengen.

Demonisering
Het merkwaardige is dat die verdediging vaak toch enigszins aanslaat bij de mensen. Dit ook omdat grootschalig westers geweld (bommen op Servië, Afghanistan en Irak) niettemin (wat) imponeert en er voorts in de media vaak een soort demonisering van tegenspelers plaatsvindt en ten slotte zeker ook de geweldsdaden ter plaatse van de kleine machthebbers afschuw opwekken. Het komt vooral denk ik omdat wij allen, hoe subtiel ook, nog wat geweldsdenken in ons hebben of diepere ego-emoties als angst, haat en jaloezie, ook al zijn we ons daarvan niet bewust en rechtvaardigen we het onder de altruïstische noemer van solidariteit of (geformuleerd jegens de ander) ‘eigen schuld dikke bult’. Het is daardoor dat bij velen, zo niet de meesten van ons, ook nog vaak de diepere notie zit dat geweld werkt en in elk geval — zo heet dat dan — ‘soms moet’. De Babylonische mythe was vooral een mythe van het establishment, die dat nodig had om zijn machtspositie en het daarvoor gehanteerde geweld te rechtvaardigen. Maar die mythe is kennelijk door de eeuwen heen zo in onze genen gaan zitten, dat deze ook vandaag in onze tijd van democratie nog resoneert bij de mensen, als de huidige machthebbers er weer gebruik van maken. Misschien inderdaad vaak als een soort godsdienst, om met Wink te spreken.

Offensief
Als dat inderdaad (min of meer) het geval is, lijkt het zaak een onderbouwd offensief tegen die mythe te beginnen en tevens aan te geven wat het alternatieve (geweldloze) denken is of kan zijn. Mythen doorprikken vergt vaak diepgaand onderzoek, journalistiek en wetenschappelijk. Het lijkt hard nodig. De vredesbeweging zal dat diepere werk niet kunnen laten liggen, omdat het opbouwen van geweldloze structuren vaak niet landt of tegenwerking krijgt door verkeerde vooronderstellingen en noties van de mensen. Ook zal aandacht moeten worden gegeven aan (individuele en collectieve) bewustzijnsprocessen, die een positieve grondhouding doen ontstaan voor het opbouwen van geweldloze structuren. Ervaringen van de ziel als wijsheid, liefde en mededogen lijken me een onderdeel van het doen ontstaan van zo’n positieve grondhouding. Onze drijfveer gaat grotendeels vanuit het onbewuste. Reflecteren hierop en bewustzijn inzake dat onbewuste kunnen helderheid geven over ons oordelen, over onze vooroordelen en überhaupt over onze onbewuste krachten — ook verborgen pijnen zoals vernederd zijn, individueel en als natie/groep – van waaruit we handelen. Die reflectie op dat onbewuste is trouwens volop aan de gang de laatste tijd.

Reflectie
Hoe meer mensen in hun ego-emoties als angst, woede, haat, wraak en jaloezie blijven hangen, des te ontvankelijker zullen ze zijn voor de geweldsmythe. Hoe meer mensen daarentegen bewustzijn ontwikkelen door reflectie op hun drijfveren vanuit het onbewuste, anders gezegd hoe meer mensen gaan leven vanuit genoemde zielservaringen (wijsheid enzovoort) en vanuit hun diepere kern, des te groter zal de openheid zijn voor geweldloosheidsdenken.