12 september 2005

Door de rampzalige gevolgen van de orkaan Katrina in Louisiana en Mississippi komt in de Verenigde Staten een sluimerend racisme aan de oppervlakte. Ook in Nederland blijken we niet vrij van racistische sentimenten.

Orkanen komen geregeld voor in het zuidwesten van de VS. Het ligt daarom voor de hand dat men zich daarop goed voorbereidt. Een tsunami komt lang niet zo vaak voor en normaalgesproken al helemaal niet in de Indische Oceaan. In februari van dit jaar ben ik naar Sri Lanka gegaan om te helpen bij de opbouw van het door de tsunami getroffen dorp Dodanduwa. Ik kende het, deed er tot voor kort onderzoek. Een politicus vertelde me dat zijn land drie jaar eerder een nationaal rampenplan had opgesteld, maar dat dit door een plotselinge kabinetscrisis helaas in de la was blijven liggen.

De VS zijn geen ontwikkelingsland, maar een moderne supermacht, met militaire bases in het buitenland en een bezettingsmacht in Irak. Het is niet te vatten dat de dijken onder de maat waren in een dichtbevolkt gebied vol olieraffinaderijen. Na de ramp verliep de hulpverlening traag en chaotisch. De slachtoffers waren vooral arme zwarten die geen auto hebben. Dat riep meeleven op, maar ook racistisch cynisme. Blanken die wel over eigen vervoer beschikten, meenden dat de slachtoffers zich eerder uit de voeten hadden moeten maken. Vooroordelen jegens de zwarte medeburger bleken allerminst verdwenen.

Kritiek islam
Ook in Nederland steekt het racisme weer de kop op. Niet alleen in de volkswijken in de grote steden, maar ook bij mensen aan de top. Zij noemen het echter verhullend islamkritiek. Maar is dat geen hypocrisie? Begon het antisemitisme niet ook met angst en vooroordelen jegens de joden en de macht die zij zouden uitoefenen? Niet voor niets trok rabbijn Soetendorp een parallel met het antisemitisme toen een aantal columnisten een hetze begon tegen de islam en de leefwijze van moslims. Leon de Winter (Elsevier-columnist), Herman Philipse, Afshin Ellian (NRC-columnist), arabist Hans Jansen, Paul Scheffer, Paul Cliteur, Sylvain Ephimenco (Trouw-columnist) en Jaffe Vink (redacteur Letter&Geest van Trouw) laten zich buitengewoon kritisch uit over de islam en onderhouden toevallig of niet toevallig geregeld contact met VVD-kamerlid Ayaan Hirsi Ali. De tv-rubriek Netwerk bracht de groep medio december 2004 naar buiten tijdens een etentje samen met Hirsi Ali. Met elkaar kunnen de acht heel wat islamfobie teweegbrengen.

Een tegenvaller voor deze groep was de publicatie begin dit jaar van het pamflet “Gedoemd tot kwetsbaarheid” waarin schrijver Geert Mak waarschuwt tegen een op angst gebaseerde hetze tegen de islam. De druiven waren kennelijk zuur en de groep reageerde niet op de inhoud van het pamflet, maar richtte zich op vermeende vormfouten en speelde rancuneus op de persoon. Ephimenco noemde nog onlangs in zijn eerste column na de zomer Mak voor de zoveelste keer een onzorgvuldige professor, gemankeerde historicus, links-radicaal en deskundig in prietpraat.

De groep valt hiermee behoorlijk door de mand en brengt zo ook Hirsi Ali, die ze zegt te willen steunen in haar strijd, in diskrediet. Niet alle acht maken het overigens zo bont. De sympathieke Paul Cliteur met wie ik — hij is net als ik woonachtig in Leiden — enig contact onderhoud, stelt zich de laatste tijd bijvoorbeeld bewust terughoudend op. Het leek me hoe dan ook goed dat de lezers weten uit welke hoek de wind waait.

Periodiek eens wat kritiek op een religie kan beslist geen kwaad, mits die niet eenzijdig is en gedoseerd. Maar als een groep bewust erop uit is de religie van een minderheid van nieuwkomers constant aan te vallen, ontaardt dat algauw in een hetze en demonisering. Dat dit vijand- en gevaarlijk slachtofferdenken oproept en niet bevorderlijk is voor de vrede in de samenleving, kan een kind bedenken.