14 september 2005

Waar mensen mee zitten, nemen ze vaak mee op vakantie. Zo raakte ik tijdens een bergvakantie ’s avonds verzeild in gesprek met een groep Nederlanders die sprak over problemen van onze multiculturele samenleving. Op een gegeven moment betoogde iemand van hen dat het een kwestie is van lagere of hogere cultuur en dat wij als westerlingen cultureel toch maar flink hoog boven de rest van de wereld en zeker boven de moslims uitsteken.

Het deed me denken aan een Buitenhof-column van Paul Cliteur in de herfst van 2001, kort na 11 september, die net als of in navolging van de Italiaanse premier Berlusconi sprak van “de superioriteit van de westerse cultuur”, waaraan hij later toevoegde “het christendom zoals we dat tegenwoordig kennen”. Het gevaar van dergelijke visies en termen als superioriteit is dat zij leiden tot hooghartige attitudes, dus dat men gaat neerkijken op de cultuur en de religie van de bij ons levende minderheden. Neerkijken op de ander, of de eigen cultuur superieur vinden heeft vaak tot gevolg dat vooroordelen en gevoelens jegens moslims in het leven worden geroepen of versterkt.

Zo nu en dan wat religiekritiek, maar dan niet eenzijdig, kan geen kwaad of hoort er bij in een democratie, maar als zij de vorm aanneemt van een hetze, zoals het laatste jaar bij sommige columnisten of bijvoorbeeld bij de vrij autonome (deel)redactie van Letter&Geest in de zaterdagbijlage van Trouw, waarbij de islam het steeds moet ontgelden, is dat niet zonder risico voor de vrede in het land. Het gaat mij hierbij uiteraard niet om de zeer strafbare uitwassen als eerwraak die samenhangen met de al ver aan de komst van de islam voorafgaande peasant-cultuur, maar om de islam als godsdienst. Een minderheid van nieuwkomers moet hier, zoals Zeyno Baran, directeur Internationale Veiligheid van het Nixon Centre in Washington, het verwoordt, “zich veilig voelen” (de Volkskrant, 6 augustus 2005).

En dat kan alleen, als deze de tijd wordt gegund zelf hervormingen aan te brengen in de meegenomen religie en cultuur, zoals ook de laatste eeuwen aan de westerse christenheid is gegund. In de sociologie heet dat het proces van zelfcivilisering. Wat inclusief denken van onze kant jegens de minderheid is daarbij meegenomen. Maar als er onder de moslims “het gevoel heerst dat het Westen de hele moslimwereld bedreigt”, zoals de Amerikaanse hoogleraar islamwetenschappen Maysam Al-Fariqui dat terecht stelt in Trouw van 19 augustus, en als columnisten hier in Nederland dat vuurtje ook nog wat opstoken, lijken we in dat inclusief denken en in tolerantie tekort te schieten.

Met betrekking tot culturen is het goed te bedenken dat er meerdere factoren zijn die verklaren waardoor de een hoger ontwikkeld is dan de ander, onder meer het klimaat (niet te koud en niet te warm was het meest gunstig) en ook de uitdaging die fysieke omstandigheden als bijvoorbeeld een voortdurend buiten haar oevers treden van een grote rivier (zoals vroeger in China) gaven om de creativiteit meer dan normaal te prikkelen. Ook is het goed te bedenken dat culturen meestal de stadia van opgaan, blinken en verzinken meemaken. Zelfs het Amerikaanse imperium lijkt over zijn hoogtepunt heen te zijn, zoals sommige buitenlandexperts menen.

En aangaande het proces van zelfcivilisering van religie: voor het christendom zijn daarin bekend mensen als Franciscus van Assisi, Erasmus en Pascal en ook bewegingen als Cluny, de Moderne Devotie en de Quakers. Maar wat velen inzake de islam vergeten, is het belangrijke hervormende en culturele werk van middeleeuwse Arabische wijsgeren als Averoes, Avicenna en El Farabi in het Turks-Osmaanse Rijk. Wij hadden (vooral in Italië) pas in de vijftiende eeuw onze Renaissance, waarin wij vooral teruggrepen op de klassieke Grieks-Romeinse cultuur, maar die Renaissance was er al enkele eeuwen eerder in de islamitische Arabische wereld. In genoemd Osmaanse Rijk was de cultuur in die tijd in het algemeen vaak hoger dan bij ons, en bovendien was de verdraagzaamheid jegens andersdenkenden vele malen groter dan in de christenheid, dat toen werd gekenmerkt door de “missie” van de kruistochten en later die van de christelijke ‘reconquista’ van het (overigens hoogontwikkelde) moorse deel van Spanje.

Ook gezien ons koloniale verleden en de vele oorlogen — niet in de laatste plaats de Eerste en de Tweede Wereldoorlog — die we hebben opgehoest, is er alle reden om wat bescheidener te zijn over onze westerse cultuur. Zo is ook terreur in onze cultuur niet onbekend, zelfs nog vrij recent, zoals in de nazi-tijd en onder het sovjetbewind van Stalin. Hetzelfde geldt voor terrorisme, denken we maar aan de Bader Meinhofgroep, de IRA en de ETA. Het feit dat onze cultuur een hoge, zij het mogelijk eenzijdige, technologische ontwikkeling heeft voortgebracht, is geen enkele reden de minderheden in ons midden niet in vrede en met respect tegemoet te treden.