2 december 2005

Er is weer heel wat actualiteit op het terrein van vrede, in binnen- en buitenland. Bijvoorbeeld het nieuws dat de Amerikanen bij de belegering van Falluja witte fosfor gebruikten en dat nog toegeven ook. Of dat in de VS de weerstand tegen de oorlog in Irak van president Bush erg aan het toenemen is, zelfs onder Republikeinse senatoren. De steun voor de neoconservatieve opvatting het Midden-Oosten te willen ‘bevrijden’ met bommen, is aan het afbrokkelen. Robert Fisk spreekt van de “mislukte missie in Irak” in zijn boek De grote beschavingsoorlog. Hij wijst daarin op de paralel van 1917, toen een Brits invasieleger in Bagdad ook arriveerde met de proclamatie: “We komen hier niet als bezetters, maar als bevrijders.” Trouwens, Napoleon viel ooit met een analoge proclamatie Egypte binnen, namelijk dit land te komen bevrijden van onderdrukkende pasja’s. Zich rechtvaardigen heet dat.

Die retoriek is er tevens voor het thuisfront, dat er dan meestal voor enige tijd intuint. Zoals door de mythe dat ons leger er louter is voor vredesoperaties, totdat dit ineens moet worden voorzien van kruisraketten. Retoriek wordt helaas vaak te laat doorgeprikt. In Irak gebeurde dat doordat die bezetting aan het toen vermoedelijk ten dode opgeschreven Al Qaida met zijn zieke leider Osama bin Laden, juist een enorme nieuwe kans gaf.

Van beleidsontmaskering was ook sprake bij de recente onlusten in Frankrijk. Tevens voor islamofoben bij ons als Leon de Winter en Ephimenco, die in hun kritiek op onze multiculturele samenleving en het poldermodel steeds aankwamen met het seculiere en meer centralistische Frankrijk als lichtend voorbeeld. Soms viel men ook de mand door eigen toedoen in directe zin. Zo dreigde iemand van de groep van acht (of zeven, nu Paul Scheffer zich er onlangs uit terugtrok) islamofoben, waar ik het al eens eerder over had, mij met zijn advocaat over een artikel van me, dat Het Parool van een wat uitdagende titel voorzag. Liever niet als groep naar buiten te willen komen begrijp ik, maar als het strijden voor het vrije woord je vooral verbindt, lijkt het een eerste vereiste daarin ook zelf consistent te zijn als een opinie van een ander je wat ongelegen komt. De dreiging kwam niet van Jaffe Vink die met Leon de Winter en arabist Hans Jansen de kern vormen van deze groep rondom Hirsi Ali. Vink heeft een soort eigen winkeltje via een deel van de zaterdagbijlage van Trouw en maakte daarvan ruim gebruik via het publiceren van tendentieuze ‘diepteartikelen’. En allemaal uit dezelfde eenzijdige hoek. Een Volkskrant-redacteur noemde diens winkeltje zelfs een “broeinest”.

Op 29 oktober kwam echter — wel eerlijk, maar gênant voor mederedacteuren — eindelijk de aap uit de mouw. Vink schreef toen uitdagend, uit de hoogte en als een soort gedreven ideoloog van de Burkestichting een groot artikel onder de titel ‘De neoconservatieve revolutie’. Hij noemt daarin de westerse cultuur hardop ‘superieur’ en gelooft net als extreemlinks vroeger en net als Bush vandaag nog volledig in ‘maakbaarheid van bovenaf’. en wel via het leger , dat ‘in dienst van het goede’ zou staan. Waarvan akte.