18 december 2005

De toename van de armoede in Nederland van de laatste jaren treft veel nieuwe Nederlanders, zo signaleert de Armoedemonitor van het Sociaal en Cultureel planbureau (SCP). Dat is niet verbazingwekkend. Het wantrouwen tegen de allochtonen groeit en dat maakt werkgevers niet toeschietelijker om hen in dienst te nemen. Gerechtigheid, ook bij omgang met de vreemdelingen in ons midden, verheft een volk. Dat was ooit een gevleugeld woord van de joodse profeten. Gerechtigheid betekent eerlijk delen en is meer dan het instellen van voedselbanken. Dat de groeiende armoede vooral nieuwe Nederlanders treft — van het aantal uitzichtloze armen is 38 procent van Marokkaanse en 30 procent van Turkse origine  — is verontrustend.

We kunnen in dat opzicht heel wat leren van de multiculturele samenleving in de Verenigde Staten. Vooral in de steden daar gaan migranten opvallend snel op in hun nieuwe land en voelen zich Amerikaan. Veel immigranten vestigen zich daar na aankomst in etnische enclaves. Die lijken een goed uitgangspunt te zijn voor integratie. Pas als migranten geborgenheid vinden in de eigen gemeenschap verbinden ze zich met hun nieuwe vaderland. Integratie via een zekere segregatie dus. Daarom ben ik ook niet bang voor moslimscholen en de gelijkstelling van bijzonder en openbaar onderwijs zoals artikel 23 van de Grondwet dat doet. Uiteraard moet misbruik worden voorkomen. De rechtsorde in ons land staat daar borg voor, evenals het verbod op discriminatie en racisme. Geen enkel onderwijs is neutraal, ook het openbare niet. Elke bril op de werkelijkheid is immers onderhevig aan allerlei waarden. De staat draagt als het goed is zorg voor deugdelijk onderwijs op scholen van uiteenlopend pluimage, zoals op Montessorischolen en scholen met uiteenlopende religieuze rituelen. De staat draagt tevens zorg voor de vrijheid en de financiële gelijkstelling van deze scholen.

Herinneren
Een minderheidsgroep blijft hoe dan ook lange tijd gevoelig voor negatiefkritische uitingen vanuit de meerderheidgroep, zeker als het zaken betreft die haar heilig zijn, zoals religie. Voor je het weet loopt het met generalisaties over een religie die niet zou deugen uit de hand. Vooroordelen ontstaan vaak op grond van zeer aanvechtbare verschijnselen als eerwraak, die overigens niets te maken hebben met religie maar eerder een nog niet getemde praktijk zijn uit de patriarchale cultuur van het land van herkomst. De recente gebeurtenissen in Frankrijk en Australië vormen natuurlijk een afschrikwekkend voorbeeld van wat er mis kan gaan. Ook bij ons is sprake van verkramping in de omgang met minderheidsgroepen. Verkramping impliceert wantrouwen, belemmert het proces van integratie. Het is economisch ook zeer schadelijk, het belemmert onder meer de innovatiekracht van Nederland, zoals de Raad van Economische Adviseurs (REA) van de Tweede Kamer eind november in een rapport liet weten. De minderheidsgroep zelf heeft uiteraard ook een eigen verantwoordelijkheid en moet ruimte maken voor reflectie op de eigen situatie en de eigen religie. Ik beperk me nu echter tot de opstelling van de meerderheid in de samenleving. Die moet terughoudend zijn met kritiek op de zich qua rangschikking vaak nog niet geheel gelijkwaardig voelende minderheidgroep die bovendien nog bezig is zichzelf te hervinden in de nieuwe omgeving. Ook de meerderheid bevindt zich in een leerschool. We staan als het ware voor een soort tolerantie-uitdaging jegens minderheden met een andere cultuur en een religie in een stadium dat sommigen van ons zich uit hun jeugd nog herinneren vanuit de godsdienst waarin ze zelf zijn opgevoed.