9 februari 2006

De aan het eind van de negentiende eeuw door Theodor Herzl in het leven geroepen beweging van het zionisme dreigt door hebzucht in het eigen zwaard te vallen. De politieke uitschakeling van de zionistische strateeg Ariel Sharon als gevolg van een hersenbloeding en de verkiezingszege van Hamas bij de Palestijnen brengen me bij die stelling.

Zionisme, een mengsel van Joods nationalisme en verlaat kolonialisme, begon gematigd en idealistisch. Europa was vol en Palestina ook. Waarom niet op een lege plek in Uganda of Argentinië? dacht Herzl aanvankelijk. Later koos men voor onderhandelingen met de Turkse sultan en na 1918 met het Engelse bewind om Joodse immigranten toch naar Palestina, toen een Brits protectoraat, te krijgen. De immigranten kochten land van grootgrondbezitters op, waardoor menige Palestijnse pachter zijn plek verloor. Dit gaf al spoedig spanningen, mede door arrogant gedrag van de nieuwkomers, maar deze immigratie was op zich niet onoverkomelijk.

Ernstig werd de situatie pas toen het plan ontstond tot oprichting van de staat Israël. Ook in eigen kring is hiertegen krachtig gewaarschuwd, onder meer door de vermaarde Joodse politiek filosoof Hannah Arendt. Ze stelde in 1944 dat zo’n westerse staat met de Joodse davidster als symbool eerst met recht overmatig nationalisme bij de tegenspeler zou oproepen en in elk geval tot een onoverkomelijk Joods-Palestijns conflict zou leiden. Ze voorspelde vijandschap, isolatie in de regio, een grillige, moeilijk te winnen oorlog, teloorgang van idealisme, veiligheidsobsessie, militarisme en degeneratie van het jodendom tot een grimmige kleine krijgerstam in de geest van het vroegere Sparta.

Landjepik
Het idealisme van de kibboets is voorbij. Verharding, verrechtsing en militarisering zijn ervoor in de plaats gekomen. Israël verloor vooral na 1967, toen de Palestijnse gebieden werden bezet, zijn ziel. In een interview voor NOVA sprak schrijver Leon de Winter, die voor de komende decennia slechts ellende voorziet, van een apartheidsstaat, en hij gaf zelfs toe dat Israël hard en wreed is geworden.

Hannah Arendt is vrijwel volledig in het gelijk gesteld: Israël is verworden tot een apartheidsstaat, waar een ondergeschikte meerderheid van autochtonen in enclaves woont. Ze mogen alleen in de joodse nederzettingen komen werken, net als de zwarten voorheen in Zuid-Afrika. Veertig jaar bezetting en landjepik door middel van nieuwe nederzettingen in Palestijnse gebieden leidde — afgezien van het creëren van terrorisme tegen Israël en recent ook tegen het Westen — tot deze apartheidsstaat.

Het zionisme viel daardoor in zijn eigen zwaard: het kon maar niet stoppen met expansie. De VN gaven in 1947 de Joodse nieuwkomers ruim 50 procent van het vroegere Palestina, maar dat is nu al haast 80 procent. De resterende 20 procent is bezet door Israël en te klein en vooral te versnipperd om tot een zelfstandige staat te kunnen uitgroeien. Joden en Palestijnen leven zo dicht naast en door elkaar dat daardoor het vroegere Palestina de facto een eenheidsstaat is geworden, zij het met eersterangsburgers en een tweederangsbevolking. Dat kan uiteraard niet voortduren. De sluwe Sharon onderkende recent ineens de dreiging hiervan en zag in dat een Palestijnse meerderheid op termijn de Joden kan overstemmen. Ziedaar de reden waarom hij de kleine dichtbevolkte Gazastrook afstootte.

Onafwendbaar
Ik ben altijd voor de tweedeling geweest die de VN in 1947 als compromis dicteerde, maar nu deze na bijna zestig jaar willens en wetens niet is gerealiseerd, is de optie van een volwaardige Palestijnse staat naast Israël door de feiten achterhaald. Palestijnen hebben vaak onhandig geopereerd, maar de hoofdoorzaak is dat Israël de tweedeling nooit wilde en in plaats daarvan een apartheidsstaat creëerde met een lappendeken van Palestijnse gebieden. De Westoever met talloze grote Joodse nederzettingen is, evenals het oude Jeruzalem, te belangrijk voor Israël om ooit te kunnen worden afgestoten. Sharon zou op de Westoever hooguit nog wat marginale Joodse nederzettingen hebben ontruimd. In het ontwerpprogramma van zijn partij Kadima liet hij nog de passage opnemen dat de Israëlische natie “recht heeft op het geheel van Israël, maar dat het om een Joodse meerderheid te behouden, een deel van het ‘Land Israël’ moet opgeven”. Sharon doelde op de Gazastrook. Maar nu hij is uitgeschakeld, is verdere (kleinschalige) ontruiming van bezet gebied van de baan.

Een en ander is tevens een slag in het gezicht van het Westen, verantwoordelijk als het is voor de gang van zaken in en rondom het Britse mandaatgebied Palestina. Hoe dan ook, door steeds maar meer gebied op te eisen, heeft het zionisme Hamas indirect aan een zege geholpen en zichzelf in de staart gebeten. Een seculiere democratische eenheidsstaat van Israëliërs en Palestijnen samen, met gelijke burgerrechten voor een ieder, is net als in Zuid-Afrika vandaag nog de enige overgebleven mogelijkheid. Aan die onafwendbare realiteit zullen Joodse Israëliërs en Palestijnen, ook omdat nu hun respectieve aantallen, of anders gezegd de demografische situatie, de bepalende factor worden, nog wel even moeten wennen. De Palestijnse staat is helaas een gepasseerd station.