18 april 2006

Moslimangst en xenofobie zijn in elk westers land latent aanwezig, ook in Nederland. Die gevoelens zijn niet permanent manifest, maar komen in golven boven tafel. Zo was 2005 inzake de relatie tussen de autochtonen en allochtonen een roerig jaar, terwijl er dit voorjaar weer sprake was van een ommekeer ten goede. Die klimaatverandering bleek vooral rondom de raadsverkiezingen, maar ook al bij de Deense cartoonaffaire die in Nederland veel minder commotie opriep dan elders. Voor 2005 speelde de moord op Theo van Gogh mee, maar zeker ook dat een groep van acht bekende publicisten rondom VVD-kamerlid Hirsi Ali, onder wie Leon de Winter, Hans Jansen, Afshin Ellian, Jaffe Vink en Sylvain Ephimenco, de islam op een wat ophitsende manier constant op de korrel nam.

Zo ontstond polarisatie jegens de islam en zijn aanhangers, waarbij de laatsten zich steeds onbehaaglijker begonnen te voelen. Kan Europa wel met nieuwkomers omgaan, vraag je je dan af — dit ook omdat in Amerika immigranten zich meer welkom voelen en daardoor nauwelijks radicaliseren. Mensen te veel bekritiseren op wat heilig voor hen is, hindert in elk geval de integratie. Maar er kwam ook tegengas. Geert Mak beet de spits af, en ook Ruud Lubbers en Hans Wiegel moeten met hun pleidooien voor verdraagzaamheid en tegen ‘verkramping’ worden genoemd. En niet te vergeten de columnisten J.A.A. van Doorn en Marcel van Dam van respectievelijk Trouw en de Volkskrant, en de NRC-redacteuren Sjoerd de Jong en Bas Heijne.

In 2006, vooral in de aanloop van de verkiezingen van maart begon de anti-islamhetze zoals gezegd ineens te luwen, ook al dreigde in Rotterdam rondom Pastors wel even kort een nieuwe polarisatie. Mede door de verkiezingsuitslag, waarbij de allochtonen een democratische machtsfactor bleken en een van integratie getuigende weerbaarheid aan de dag legden, kon dat dreigende brandje worden geblust.

Opvallend was ook dat ‘de groep van acht’ rond Hirsi Ali zich dit voorjaar gedeisd opstelden. Alleen Paul Scheffer schreef nog een wat zeurderig overkomend artikel in NRC Handelsblad onder de titel ‘De sputterende emancipatiemachine’. Daarin waarschuwde hij voor wat hij noemt ‘een terugval in de multiculturele droom’ en om vooral niet in het gewicht van de allochtone stem een bewijs van integratie te zien. Scheffer schrijft genuanceerd, maar in zijn artikelen is niettemin angst te bespeuren. Angst, zo niet voor de moslims dan toch wel voor een te sterke positie van moslims in bepaalde politieke partijen. Als zou in een multiculturele stad niet juist een partij als Leefbaar Rotterdam met een geheel blank electoraat ons de meeste zorgen moeten baren.

De moslimangst speelde voorts ook mee in de overtrokken reactie op een interview met Wouter Bos in het Parool, waarbij hij niet tegensprak dat een aantal van de gekozen allochtone gemeenteraadsleden wat extra scholing behoefde. En dan komt plotseling de aankondiging van minister Rita Verdonk dat zij zich kandidaat stelt voor het VVD-lijstrekkerschap. Een minster die met haar harde migratie- en integratiebeleid en vooral met haar toonzetting jegens allochtonen de tegenstellingen op scherp zal zetten. Nederland kan zijn borst nat maken.

Op dezelfde tijd presenteerden paradoxaal genoeg acht oud-politici, onder wie Hans Dijkstal, Tineke Lodders, Mohammed Rabbae, Jan Terlouw en Jos van Kemenade het manifest ‘Eén land, één samenleving’. Ze roepen #, net als trouwens enigszins analoog het iets later verschenen en pavlovreacties teweegbrengende rapport ‘Dynamiek in islamitsch activisme van de WRR ,# op tot samenwerking, respect en een open, tolerante samenleving. In het licht van de ‘verkramping’ in 2005 lijkt dit manifest een verademing. Als nieuwe Nederlanders het gevoel krijgen dat ze niet welkom zijn, slaat dat immers terug op de samenleving als geheel.

Vreemd is dat Trouw-columnist Ephimenco, behorend tot de genoemde ‘groep van acht’ op 4 april fel van leer trok tegen dat op vrede gerichte manifest van oud-politici. Manifesten zijn eendimensionaal en gelijkhebberig en hebben de bedoeling de burgers angstig te maken, betoogt hij zonder enige spoor van zelfkritiek over zijn eigen rol in deze. En het ‘papiertje’ van de oud-politici zou eerder gericht zijn tegen Job Cohen en Wouter Bos #. (dus graag weglaten wat er stond.)

Kortom, de druiven zijn zuur. Het valt ook niet mee te moeten ontdekken dat het klimaat de laatste maanden zo is veranderd. Maar er gloort hoop voor hem en zijn maten. Rita Verdonk zal, als het haar lukt Rutte te verslaan, door haar stijl en imago en mede ook door de krachten die ze aantrekt, zorgdragen voor een nieuwe omslag. Er dreigt een nieuwe golf van angst en antimoslimgevoelens te ontstaan. En tevens nieuwe kansen voor islamofobe publicisten om daarop in te spelen.

Advertisements