10 juni 2006

De Nederlandse politiek zit los van de mede daardoor indirect veroorzaakte tijdelijke kabinetscrisis nog wel enige tijd met de nasleep van de crisis rondom het paspoort van ex-VVD-politicus Hirsi Ali. Zeer veel Nederlanders zagen via de tv de indrukwekkende persconferentie, waarin zij haar vertrek naar de VS en het neerleggen van haar politieke functie aankondigde. En eveneens het kort daarna plaatsvindende debat, waarin Minister Verdonk van bijna de hele Tweede Kamer de zwarte piet kreeg voor haar “zeer snelle” beslissing Hirsi Ali van haar Nederlanderschap te beroven.

Terugblikkend lijkt mij van belang de vraag hoe het fenomeen Hirsi Ali, lange tijd een ster aan het Nederlandse politieke firmament, te duiden. Dit geheel los van het feit of je het met haar ongenuanceerde en vaak wat agressieve anti-islamlijn eens bent of niet en ook of haar optreden niet “meer kapot dan goed” maakte, zoals ze zelf eens aan Volkskrantredacteur Hans Wansink toevertrouwde. Hoe kon Hirsi Ali het in korte tijd brengen tot een spraakmakende parlementariër en bekende wereldburger?

Socioloog en Trouw-columnist J.A.A. van Doorn signaleerde in NRC-Handelsblad “roekeloosheid”, “kamikazegedrag” of “pogingen tot politieke zelfmoord” bij Hirsi Ali door zowel de islam openlijk continu aan te vallen als ook openlijk haar leugentjes om bestwil voor het aanvragen van asiel rond te vertellen. Hij weet er niet direct een verklaring voor. Maar als je fenomenen als Hirsi Ali en Pim Fortuyn ziet als ‘magiërs’, zoals ik doe, dan past roekeloosheid in het plaatje.

Beiden waren/zijn persoonlijkheden met geestkracht en met een missie, waarvoor alles moest/moet wijken. Een omstreden missie overigens, met negatieve en ook met positieve elementen. Beiden kregen inspiratie en begonnen een kruistocht als een soort archetype. Naar het lijkt het archetype verleidster, van wie bekend is dat hij of zij op de fluit spelend mensen weet te vervoeren. Opmerkelijk voor zulke magiërs is het patroon dat eerst iedereen in hun ban raakt — bij Hirsi Ali begon dat vreemd genoeg zelfs bij een partij als de VVD, die haar ondanks haar leugentjes om bestwil maar al te gretig een kamerzetel aanbood –. maar dat hun magie later ook ineens eindigt, al of niet na een soort catharsis.

Wat ook opvalt, is dat ze tijdens de rit moeilijk kunnen stoppen. Zo eiste Hirsi Ali tamelijk arrogant de portefeuille integratie voor zich op, zonder dat er voor de VVD-fractie een kans was dat te weigeren. Later proclameerde ze tijdens de Deense cartoonaffaire, toen ze in Nederland al wat over haar populariteit heen was, op een persconferentie te Berlijn het recht om te kwetsen. Daarmee leek ze haar hand te overspelen.

Van Fortuyn, die op magische wijze vanuit het niets het ‘vergis je niet, ik word premier van Nederland’ neerzette, is bekend dat hij menige waarschuwing kreeg, ook van zijn eigen moeder, dat zijn ‘de politiek ingaan’ voor hem met de dood zou eindigen. Hij verbleekte daarbij dan wel even, maar ging niettemin vervolgens gewoon door. Hij kon niet anders. Hetzelfde geldt voor Hirsi Ali. Het is alsof een innerlijke geest en/of een soort externe mysterieuze kracht ‘whatever’ hen dreef om te handelen zoals ze deden.

Magiërs brengen heel wat teweeg, op zijn minst polarisatie, tweedracht en vaak ook politiek geweld. Nederland heeft zo een vijftal roerige jaren achter de rug. Enige tijd vroegen de mensen zich ook af of daaraan voorlopig nu even een eind komt of dat zich al weer een nieuwe magiër aandient. Dat laatste leek zelfs even het geval te zijn met Rita Verdonk. De uitslag van de VVD-lijsttrekkerverkiezingen en daarna de wijze waarop Verdonk Hirsi Ali een excuusbrief afdwong, met alle gevolgen van dien, lijken dit voorshands gelukkig te hebben verhinderd.

Dit artikel werd gepubliceerd in het tijdschrift De Linker Wang (juli 2006).

Advertisements