1 juli 2006

Na drie zelfmoorden in de gevangenis van de Amerikaanse legerbasis Guantanamo Bay, waar wordt geopereerd zonder aanklacht en tussenkomst van de rechter, lijkt het Amerikaanse bewind mede onder EU-druk bereid die gevangenis te sluiten. Mits echter de gevangenen elders kunnen worden ondergebracht. Minder soepel zijn de Amerikanen als het gaat om het geven van volledige openheid over de omstreden CIA-vluchten en de geheime detenties op plaatsen in Europa. Ook denken zij er ondanks aandrang van de Democraten in de VS nog niet over zich terug te trekken uit Irak, waar nu al 2500 Amerikaanse soldaten het leven lieten, een land waar ook na de dood van Al Qaidaleider Al-Zarqawi het geweld gewoon doorgaat.

Een memo van de Amerikaanse ambassade in Irak sprak op 19 juni zelfs van “dagelijks verslechterende omstandigheden”, die wordt toegeschreven aan de “activiteit van fundamentalistische groepen en partijmilities”. Madeleine Albright, minister van Buitenlandse Zaken onder Clinton, spreekt in een recent interview van “de grootste ramp uit de geschiedenis van de buitenlandse politiek van mijn land”.

De bekende journalist H.J.A. Hofland vroeg in De Groene van 2 juni aan de Nederlandse politieke partijen met het oog op de verkiezingen van 2007 tijdig duidelijkheid te verschaffen inzake hun houding jegens de huidige oorlog tegen internationaal terrorisme, hoe dat niet en hoe dat wel te bestrijden en in welk bondgenootschap.

Toen onlangs op een interne vergadering het beleid van zowel de Tweede Kamer als van de EU-fractie van GroenLinks ter discussie stond, wees ik Femke Halsema en Joost Lagendijk op deze vraag van Hofland. Ik pleitte ervoor in beleid en in campagne steeds expliciet duidelijk te maken dat GroenLinks niet alleen een sociale milieupartij, maar tevens nadrukkelijk ook een vredespartij is.

Een vredespartij, die zich niet alleen actief inzet voor het opbouwen van vrede — inclusief de interetnische en interreligieuze vrede — in eigen land, maar zich ook sterk maakt voor een geloofwaardig buitenlandbeleid. Dat is overigens gemakkelijker gezegd dan gedaan. Maar het is duidelijk dat de Tweede Kamerfractie en zeker Farah Karimi net als de SP prima stelling neemt tegen het overtreden van het geweldsverbod van VN-artikel 2 lid 4 door het neoconservatieve bewind in de VS — het artikel dat vastlegt dat politiek geweld niet mag, tenzij er sprake is van een aanval.

De Tweede Kamerfractie heeft trouwens ook vanaf het begin, net als de D66-fractie, de ‘wederopbouw’-retoriek van de Uzurgan-missie doorgeprikt. Bij Europarlementslid Joost Lagendijk ligt dat helaas ‘genuanceerder’. Toen partijraadsleden afwijzend interrumpeerden op zijn instemming met die missie, kwam hij met het Ruanda-argument, dus dat in dat land niet een genocide is tegengehouden. Joost wil inzake Afghanistan consistent zijn, zei hij me na afloop. Hij was anders dan de Tweede Kamerfractie enkele jaren terug ook vóór de Amerikaanse bombardementen op Afghanistan geweest. Achteraf dan toch niet zo’n goede beslissing? Hoe dit ook zij, dat vooral krachten en partijen in het rechtse kamp alles — waaronder naast het wederopbouw argument het laten opdraven van kopstukken van buiten (uit de VS en van de NAVO) — van stal hebben gehaald om de omstreden vechtmissie aan de man te brengen, zou hem te denken moeten geven.

Wat Ruanda betreft is het voorts zeer de vraag of je als soldaat wel iets kunt doen, als mensen in een soort kluwen en zeer dicht op elkaar levend, met een waas voor ogen elkaar afslachten. Lagendijk beaamde dit meteen, toen ik hem dat voorhield. Als er ergens aan grenzen zijn, dan zijn het wel immers die aan de militaire ‘maakbaarheid’. Toch blijft de mythe van ‘veiligheid door geweld’, zelfs na het debacle van Somalië en Irak, maar voortleven. Ook die van ‘bevrijding door geweld’. Hossein Khomeini, imam en kleinzoon van de ayatollah Khomeini, die inziet dat zijn grootvaders revolutie heeft geleid tot een “dictatuur”, riep de Amerikanen zelfs op tot een inval in zijn land om maar van die dictatuur af te komen. Zonder erbij na te denken of Iran dan niet verwordt tot een tweede Irak.

Natuurlijk is peace-keeping via blauwhelmen na een bestand of na een verdrag een andere zaak. Gelukkig heeft de groene EU-fractie zich ook sterk gemaakt voor het EU-Civil Peace-Corps, dat onlangs in het leven is geroepen, althans op papier. Men is alleen in Brussel en Straatsburg nog even aan het bakkeleien over de vraag of gewone vrijwilligers dan wel zeer getrainde en veelzijdig opgeleide vredeswerkers dat Corps moeten bemannen/bevrouwen. We wachten af, maar het is duidelijk dat het die kant uit moet. Tevens een signaal in de richting van de EU als civiele en niet als militaire macht.

De politieke partijen zijn momenteel voorbereidingen aan het treffen voor het vaststellen van hun verkiezingsprogram. Men zal daarbij uiteraard ook het internationale veiligheidsbeleid formuleren, ook hoe je dat wilt doen via geweldloze druk, slimme sancties, vredesmissies na een bestand en via actieve oorlogspreventie. Hopelijk wordt daarin dan de paternalistische militaire (‘topdown’) interventie afgewezen. Mensen voelen wat ze in nood- of uitzonderingssituaties moeten doen, ook wat er dan wel of niet mogelijk is, maar laten de partijen zoiets niet vastleggen in een politiek program. Doe je dat wel, dan kom je al gauw op het terrein van het rechtvaardigen van geweld, ook al bedoel je het niet zo. Ook hier geldt: ‘Wie geweld goedpraat, zet het subtiel in gang’.

Dit artikel verscheen in het julinummer van het magazine ’t Kan Anders/Vredeskoerier.