2 oktober 2006

Ik moet nog wat wennen aan de op gang komende verkiezingscampagne. Oneliners vliegen je om de oren. En politieke partijen zoeken hun kracht in het afgeven op de ander. Zit de burger daarop te wachten? Nee, maar de media lijken er wel op in te spelen met termen als ‘titanengevecht’. En dan is er nog de rol van de opiniepeilingen en het afwimpelende commentaar van politici dat peilingen niet meer dan momentopnamen zijn.

We kunnen niet anders dan dit alles over ons heen te laten komen. Het hoort er kennelijk bij. Zelf laat ik me meestal leiden door de grote lijnen, beter gezegd de idealen van gerechtigheid, vrede en duurzaamheid, en voorts door de 3 P’s van program, personen en partnerkeuze. Niet alleen door het program, dus in hoeverre daarin de genoemde idealen (enigszins) gestalte krijgen, maar vooral ook welke personen het gaan doen en met welke partners.

Ik zit met genoemde idealen al gauw in de hoek van SP, D66, PvdA en GroenLinks. Ik was rondom 1 oktober in het oosten van het land en besloot daarom in Zwolle een deel van het congres van een van de vier, namelijk GroenLinks, bij te wonen. Ik behoor vanuit een bloedgroep (EVP) tot de oprichters van die club. Van GroenLinks is bekend dat het (anders dan het CDA) de VVD niet als favoriete partner ziet. Ik kwam dan ook, los van (her)ontmoeting en het proeven van de sfeer, vooral naar het congres om te kijken naar de vaststelling van het program en het kiezen van de kandidaten. Zo werd ik geraakt door de presentatie van vier opvallende nieuwe kandidaten: Mariko Peters, Tofik Dibi, Jub van ’t Veld en Cees Korvinus.

Cees is een gerenommeerd strafpleiter, Tofik en Jub twee veelbelovende (zeer) jonge Amsterdammers. En last but not least: Mariko is een mensenrechtenjurist en diplomaat, momenteel werkzaam in Kabul, die zelfs plaats 4 haalde, dus tussen de drie in het oog springende kamerleden Kees Vendrik, Wijnand Duyvendak en Ineke van Gent.

Wat me in Mariko tevens trof was dat ze zich in haar presentatie sterk maakte voor een niet-gewelddadige oplossing van conflicten. Dit lijkt niet zonder belang, omdat zij het buitenlandbeleid, waarop Farah Karimi haar sporen verdiende, voor haar rekening zal gaan nemen. Voorts ook omdat door een samenloop van omstandigheden er een zeer ongelukkige passage over militaire interventie in het program is geslopen, waarover Mariko onthutst was, evenals meerdere fractieleden, bleek in de wandelgangen. Die passage (zie hierna) riep bijna net zo veel emotie op als de paragraaf over het versoepelen van het ontslagrecht met als motivering om zo nieuwkomers meer kansen op de arbeidsmarkt te geven. Er zitten bij dat laatste twee kanten aan de zaak. Vakbondsmensen waren niet tegen de grotere kansen voor nieuwkomers, maar wilden toch vasthouden aan de huidige ontslagprocedure. Je kunt er over twisten wat in deze het meest progressief is. Dat geldt ook voor de vraag hoe de burgemeester te verkiezen. Persoonlijk meen ik, gezien de kloof tussen kiezer en gekozene, dat de mensen de burgemeester moeten kunnen kiezen. Zo langzamerhand een eis van directe democratie, ook al geldt in deze ook dat ‘elk voordeel zijn nadeel heeft’. Vreemd is dat progressieve partijen als PvdA, SP en GroenLinks op dit punt worden voorbijgestreefd door rechts. Ook GroenLinks blijft er maar mee worstelen en kwam eerst zelfs met het voorstel de burgemeester maar helemaal af te schaffen. Het congres bepaalde nu dat de gemeenteraad de burgemeester kiest.

Ten slotte nog de omstreden pasage, die ondanks de tegenstem van ruim 46 procent van de aanwezige congresleden in het program kwam. Het is een bureaustoelpassage, afkomstig van en op het congres verdedigd door buitenlandsecretaris Martijn Dadema. Hij meent dat je in het program al moet vastleggen dat de partij een preventieve militaire aanval (dus zoals die van de Amerikanen in Irak en Afghanistan) onder voorwaarden goedkeurt, mits “in het uiterste geval”, en “bij concrete aanwijzingen van terrorismenetwerken in falende staten”. En dat nog wel, nu het nieuwe Amerikaanse beleid van “pre-emptive strike” vooral in Irak op een volslagen mislukking is uitgelopen. Martijn noemt ook een “plan van opbouw” als voorwaarde voordat je de oorlog begint. Maar zou het daarmee in Irak beter zijn verlopen, zelfs als de VN die inval hadden gesteund? Geweld heeft nu eenmaal een eigen dynamiek van actie en reactie met meestal niet te voorziene gevolgen, alle plannen op papier ten spijt. “Any war will surprise you,” zei Dwight Eisenhower.

Kortom, de zin duidt subtiel op geloof in de militaire weg, een geloof dat het geweldsdenken bevordert. Het is geen goed signaal van GroenLinks naar de kiezers toe, noch naar andere partijen en naar Palestijnen, aan wie we vragen niet te kiezen voor geweld, omdat het averechts werkt. Trouwens wie bepaalt of er sprake is van een ‘uiterste geval’, en van een ‘falende staat’, of hoe ‘concreet’ de aanwijzingen zijn? Zulke formuleringen blijven ‘tricky’. Je kunt er mee manipuleren. Hoe concreet waren de aanwijzingen voor massavernietigingswapens in Irak niet, en ook voor de contacten van Saddam Hoessein met Al Qaida, terwijl dit achteraf onzin bleek. En dan nog de fouten die inlichtingendiensten maken. Het klinkt mooi militaire interventie aan voorwaarden te verbinden, maar het is een louter theoretische constructie, waarover je kunt discussiëren op een symposium, maar die niet in een program thuishoort.

Het mag dan een studeerkamerconstructie zijn, voorwaarden stellen aan goedkeuring maken echter niet ongedaan dat er niettemin sprake is van een goedkeuring in principe. Ook is te weinig doorzien dat men zo (onbedoeld) kan worden geplaatst in de hoek van de neoconservatieven in de VS, die onder minder strikte voorwaarden ook willen kunnen overgaan tot een ‘preventieve militaire aanval’.

Gelukkig trok Martijn, die deze ‘brainwave’ van oud-Links beheersingsperfectionisme bedacht, zich terug als kandidaat voor de Tweede Kamer, toen het congres hem geen plaats bij de eerste tien gunde. Maar het blijft stom dat het overige partijkader te lang heeft zitten slapen in deze, tot ze het grote verzet van het congres tegen deze omstreden passage zag. Moet ik nu SP stemmen? Ik deed het weleens, ik heb een zwak voor Harry van Bommel. Maar nee, nu toch maar niet. Niet alleen omdat Femke steun verdient.Maar ook omdat een program meestal slechts functioneert in verkiezingstijd en ik niet geloof dat de GroenLinks-fractie ooit met een militaire inval, zoals die in Irak of Afghanistan, zal instemmen. Trouwens, evenmin de SP, ook al zegt die op het terrein van oorlog en vrede en jegens de NAVO ‘pragmatischer’ te zijn geworden.