2 december 2006

Alle partijen zijn bezig de verkiezingen en hun eigen campagne te evalueren of treffen voorbereidingen daartoe. Dit ligt in de lijn als er veel is verloren, zoals door D66, PvdA en VVD. Maar ook bij een klein verlies ligt het voor de hand. Voor een partij als GroenLinks is het verlies van één zetel op zich gering. Ook gezien de cijfers in de opiniepeilingen vooraf en gezien de middelpuntvliedende verschuivingen op 22 november. Maar er is niettemin sprake van een voortgaande dalende trend sinds 1999, toen de partij nog elf zetels wist te bemachtigen.

De uitslag maakt duidelijk dat de ‘Fortuynfactor’, dus de factor van een manifeste dan wel smeulende revolte tegen zowel de Haagse kaasstolp van regenteske elites als tegen ‘het oprukken van de islam’ in ons land, nog niet is uitgewoed. De negen zetels van de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders zijn een illustratie daarvan. Ze zijn tevens een indicatie van een soort oplevend conservatisme, waarvan ook het CDA en de SP niet geheel vrij zijn, bij de laatste zelfs vermengd met milde vormen van nationalisme. Iets wat bij uitstek een uitdaging vormt voor partijen als de PvdA en GroenLinks om hierop de komende tijd een adequaat antwoord te formuleren. Maar dan wel een duidelijke en aansprekende visie.

Wouter Bos wordt thans door een enkele scribent, onder wie Jos de Beus, verweten te weinig visie te hebben ontwikkeld op de door hem voorgestane samenleving. Maar blonk ook iemand als de op zich strijdbare Femke Halsema (los van het niet bij eenieder goed gevallen gebruik van mantelpakje, trendy auto en ironische ‘groei-meeslogan’) daarin nu zo uit tijdens de campagne en in haar congresrede van 1 oktober? Tijdens de campagne kwamen in elk geval het thema groen en het thema vrede of geweldloosheid in de samenleving te weinig uit de verf. Gelukkig lukte het GroenLinks bij het laatste tv-debat milieu te claimen, maar voor het overige waren de door de partij aangesneden onderwerpen te divers om zich goed te profileren op de eigen identiteit.

Het thema vrede of geweldloosheid is voor elke partij daarom zo belangrijk omdat er ook in ons land sprake is van een angst en onzekerheid veroorzakende ‘backlash’ na geweld. Ik doel uiteraard op de internationale polarisatie na 11 september, de westerse invallen in Afghanistan en in Irak, de moord op Fortuyn en op Van Gogh en de kramp die dat alles gaf in de samenleving en in het regeringsbeleid. Een ‘backlash’ na geweld is fataal voor een rechtvaardige politiek, omdat de middengroepen dan bijna altijd, zoals Martin Luther King ons al voorhield, kopschuw worden en naar rechts gaan uitwijken. Ziedaar een verklaring van de verkiezingsuitslag.

Refereren aan uitspraken van Mahatma Gandhi bijvoorbeeld, zoals Marianne Thiemen deed, of van een zekere bonhomie blijk geven, zoals Jan Marijnissen uitstraalde, doet het in zo’n situatie van onzekerheid of onderdrukte angst meestal niet slecht. Hoe meer ontspannen men opereert in de campagne, des te beter in zo’n situatie. Gelijk hebben is op zich wel van belang, maar betekent niet altijd scoren. Dat Balkenende, ondanks zijn soms stoethaspelige optreden en ondanks het feit dat hij door de oppositie behoorlijk in het nauw werd gedreven, het laatste tv-debat volgens peilingen van Maurice de Hond won — Wouter was tweede en Femke derde –, maakt een en ander duidelijk. Ook ‘de wijze waarop’ van het gelijk hebben speelt mee.

Maar los daarvan, politiek is hoe dan ook een zaak van het hart. Met wat warmte, goedmoedigheid en een zekere vorm van spiritualiteit kan men vaak heel wat mensen raken. Ja ook spiritualiteit, wat ik niet gelijk stel met religie. Spiritualiteit is iets van binnenuit, iets wat je een innerlijk kracht geeft en daardoor ook een zeker gezag. Er waren overigens weinig lijsttrekkers die dat hadden, of het moest zijn Marijnissen en Rouvoet of voorheen Fortuyn. Maar voordat dit weer allerlei vooroordelen losmaakt: ik wil vooral benadrukken dat de politiek, zeker inzake milieu en natuur, een niet onbelangrijke spirituele dimensie heeft. Ik weet niet of lijsttrekkers als Femke en Wouter zich daarvan bewust waren.

Overigens moet gezegd dat naast D66 ook GroenLinks de verdraagzaamheid redelijk hoog in het vaandel hield. GroenLinks kwam met tolerantie als een van de (drie) leuzen. Wat mij betreft kreeg die leus in de campagne toch nog te weinig accent of werd die te weinig geplaatst in het kader van de vrede of geweldloosheid in ons land. Dat laatste is immers een voorwaarde zonder welke het niet gaat in een etnisch gemengde en multiculturele samenleving. Mede daarom is het ook erg jammer dat het buitenlandbeleid een veel te kleine rol heeft gespeeld in de verkiezingen.

GroenLinks had hier net als inzake natuur en milieu een trend kunnen zetten, te meer omdat CDA en VVD op dit punt erg kwetsbaar waren, gezien hun vreemd en uitermate zwak onderbouwd meedoen aan de illegale Amerikaans-Britse inval in Irak. Femke bracht het laatste in het tv-debat van 21 november gelukkig nog wel even in jegens premier Balkenende, die toen alleen maar de kreet “onwaarachtig” kon slaken. Hij bedoelde Femke, maar het leek een pijnlijk freudiaanse verspreking naar zichzelf toe.

Deze buitenlandinterventie duurde helaas slechts anderhalve minuut, anderen pakten het niet op en het miste de geladenheid van een optreden van Van Mierlo, die ons drie dagen ervoor bij Pauw & Witteman terecht voorhield dat oorlog zonder dat jezelf wordt aangevallen een misdaad tegen de menselijkheid is. Bos en Marijnissen is dan ook aan te rekenen dat Balkenende met zijn leugen over Irak weg is gekomen tijdens de campagne. We zijn immers hoe dan ook “een oorlog ingesjoemeld”, waarvan het goed was dat Femke daarop in het laatste tv-debat nog de vinger legde.