8 december 2006

Irak en ook Afghanistan illustreren het: geweld heeft zijn eigen dynamiek. Maar politici vergeten dat steeds als ze militair willen interveniëren in een ‘falende staat’. Dus wat zij aan de bureautafel bedenken, pakt in het veld heel anders uit.

Zijn het geopolitieke belangen die het geweten dichtschroeven? Is het een schuldgevoel dat men weinig aan conflictpreventie doet? Of doorzien politici werkelijk niet dat geweld, eenmaal begonnen, een escalerend effect heeft? Hoezeer dacht de elite rondom president Bush niet dat de militaire actie in Irak, ook om het land in een democratie om te toveren, een fluitje van een cent zou zijn. Maar Irak werd een catastrofe, volop burgeroorlog nu, met 1600 doden in één maand, massaontvoeringen en sjiitische partijmilities die in feite de politie hebben overgenomen.

Premier Blair gaf eind november in een tv-interview indirect toe dat de Irakoorlog een ramp was. Henri Kissinger zei in diezelfde tijd tegen de BBC dat een “militaire overwinning niet meer mogelijk” is. Ze deden deze uitspraken na de nederlaag van de Republikeinen bij de Congresverkiezingen in de VS en ook na het zoenoffer van president Bush via het aftreden van minister van Defensie Donald Rumsfeld.

Zijn opvolger Robert Gates lijkt minder een havik en stelde ook openlijk dat de “VS in Irak niet aan de winnende hand zijn”. Hij gaf zelfs toe, waarvan akte, dat Irak duidelijk maakt dat “een oorlog, indien eenmaal ontketend, onvoorspelbaar wordt”. Onomwonden laat de commissie-Baker in haar rapport weten dat de “aanpak van de Amerikaanse regering in Irak heeft gefaald”.

Het Irakbeleid is inderdaad mislukt, maar de geest is zodanig uit de fles dat bijna niets meer een uitweg lijkt. Ook het doen uiteenvallen van Irak in drie staten, zoals wel wordt geopperd. Buurlanden accepteren dat niet en etnische zuiveringen zullen dan het gevolg zijn. De Amerikaanse inval in het land onder het mom van democratie brengen, zorgde voor een explosieve situatie die zelfs kan overslaan naar buurlanden.

Ook de vechtmissie van de Nederlanders in Uruzgan, verkocht als een opbouwcommissie, zal niet kunnen slagen. Tegen hinderlagen leggende guerrillastrijders is het nu eenmaal moeilijk vechten. Nog los van de vraag of het doden van Talibanstrijders door buitenlandse machten niet op gespannen voet staat met internationaal recht. De Amsterdamse hoogleraar A. Nollkaemper meent dat en spreekt van een illegale oorlog, omdat niet kan worden volgehouden dat er hier sprake is van zelfverdediging van Amerika op basis van artikel 51 van VN-Handvest.

Hoe dit ook zij, in de zomer van 2006 opperde een Britse generaal in Irak dat zijn troepen deel van het probleem zijn. In theorie zou dat niet hoeven, mits de buitenlandse troepen blijvend de harten van de mensen weten te winnen. Maar dat is bijna nooit het geval. De bevolking wordt van tevoren ook niet geraadpleegd. En militairen volgen hun eigen wetten, ook al betekent dat bombarderen of martelen.

Het Westen vergeet ook dat men elders vaak denkt in termen van het collectief. “Jij doodt als buitenlander mijn broer of jij martelt mijn broer, hoe zou ik je ooit kunnen vertrouwen?,” zo schetst een Egyptische kennis van me het Arabische denken in deze. “Mijn broer en mijn neef kunnen onderling ruzie hebben, maar zij vormen één front als het gaat om de houding jegens de buitenlander,” zo voegt hij toe. Het verklaart waarom het Afghaanse volk thans meer solidair is met de Taliban dan met de Amerikaanse en andere NAVO-troepen in het land.

Buitenlandse militairen zijn in Irak en ook in Afghanistan vooral deel van het probleem omdat ze als bezetters worden gezien. Polarisatie is dan troef. Militairen willen dan ook algauw niet voor elkaar onderdoen. Door je NAVO-partners voor “angsthazen” te worden versleten, zoals Nederlanders in Afghanistan onlangs overkwam door een strategisch meningsverschil, is niet leuk. En dan is de verleiding groot maar wat water in de wijn te doen en bijvoorbeeld ook mee te gaan doen aan hardhandig verhoren.

Het zou me dan ook niets verbazen als de Nederlandse inlichtingendienst MIVD in oktober 2003, alle verklaringen van minister Kamp of het voorlopige onderzoek van het OM ten spijt, in hun verhoor van vijftien Irakese gevangenen strafbare feiten hebben gepleegd. Het hoort nu eenmaal bij de dynamiek van geweld dat men elkaar aansteekt in het negatieve. Vaak ook om het daarna te proberen toe te dekken.

Peace-keeping via VN-blauwhelmen na een bestand of verdrag is iets anders. Maar militaire interventie heeft bijna altijd een verborgen agenda en lijkt los van het gevangen-zijn in de militaire maakbaarheidsmythe een heilloos paternalisme dat gedoemd is te falen gezien de dynamiek van geweld en het deel worden van het conflict. Het is zo langzamerhand de vraag of landen of volken niet het recht hebben zelf hun conflicten op te lossen. Uiteraard dan bij voorkeur geweldloos.

Rond 1 november zag ik Geoffrey Millard, woordvoerder van de Amerikaanse ‘Irakveteranen tegen de oorlog’ in Eén Vandaag. Een dag later beluisterde ik hem in een universiteitszaal. Hij vocht in Irak en sprak van een zeer laag moreel nu bij de Amerikaanse soldaten. Ze zouden in meerderheid weg willen en allang door hebben dat ze niet vechten voor democratie of vrijheid. “We kunnen niet winnen, we zijn bezetters, we strijden niet voor een goed doel, we zijn louter aan het doden en vechten hooguit voor een maatje naast ons om hem te wreken,” zei hij. Hij noemde een aantal van vierduizend deserteurs die de wijk hebben genomen naar Canada of ondergedoken zijn in de VS, en riep ook Nederland op om te stoppen in Afghanistan.

Het pad is hoe dan ook uiterst glibberig als men met mooi klinkende rechtvaardigingen, maar zonder veel kennis van de eigen dynamiek van geweld, besluit tot militaire interventie. Dit los van het feit dat het een misdaad tegen de menselijkheid is. Internationaal-rechtelijk geldt immers een verbod op oorlog, tenzij je zelf wordt aangevallen. Hans van Mierlo merkte dat onlangs terecht op, toen hij in een tv-interview premier Balkenende scherp laakte voor het feit dat hij maar niet terug wil komen op, of geen onderzoek wil laten doen naar zijn politieke steun aan de Amerikaans-Britse inval in Irak. Het ergste is nog dat militair ingrijpen behalve groot verlies aan mensenlevens veel haat met zich meebrengt. Hebben we in ons denken de lessen of de strategie van een Mahatma Gandhi dan toch te snel in de ijskast gezet?

Advertenties