3 februari 2007

Er was in januari enige ketelmuziek jegens de ChristenUnie (CU), alsof Nederland met de CU in de regering terugkeert naar de jaren vijftig, aldus Roel Kuiper, ex-directeur van het wetenschappelijk instituut van de CU onlangs in een dagblad. Sociale kwaliteit, duurzaamheid en een trendbreuk in ‘neoliberaal snoeien’, daarom zou het volgens hem daarentegen gaan in de komende tijd in het nieuwe kabinet.

Ik laat die ketelmuziek, die er inderdaad was, nu verder daar. Maar ik constateer dat SP-leider Jan Marijnissen het betreurt dat hij op een gegeven moment niet meer betrokken was in de kabinetsonderhandelingen. Hij zei dat onder meer tegen Andries Knevel in Het elfde uur. Balkenende zou hem in december hebben laten weten grote bezwaren te hebben tegen een grote coalitie, waarin zijn eigen partij sterk in de minderheid is.

Nobel
Of GroenLinks het eveneens betreurt, is minder duidelijk, ook al zijn er thans twijfels bij de partijtop. “Nu even niet”, was haar eerste reactie aan informateur Hoekstra toen de SP afhaakte. GroenLinks zou met zijn verlies van één zetel niet meteen de plaats willen innemen van de SP als de grote electorale winnaar. Dat klinkt heel nobel, maar was het tactisch wel handig? Een argument was ook dat de afstand tot het CDA erg groot was. Na de kritische reactie op dit ‘nu even niet’ van vijf GroenLinks-bestuurders uit Noord-Holland eind december in NRC-Handelsblad, bleek op de door mij als partijraadslid bijgewoonde partijraad eind januari het onbehagen over dit alles, ook onder de daar aanwezige Eerste Kamerleden, ineens vrij groot. Sommigen spraken van een blunder en te weinig intern overleg, ook al was er toen wel sprake van een wat breder beraad naast de fractie. Joost Lagendijk zat daar kennelijk niet bij. Hij was teleurgesteld, zo niet boos, zo bleek in een interview in de Volkskrant. Kathalijne Buitenweg, zijn collega in het Europees Parlement, zat er wel bij, maar kwam toch wat terug op dat beraad. “Er valt ook wel wat voor te zeggen dat we het hadden moeten proberen”, en “misschien was het beter geweest om langer door te praten daarover”, zegt ze in de NRC-Handelsblad van 2 februari.

GroenLinks heeft lokaal en provinciaal het imago van een constructieve en tot compromissen bereid zijnde partij, maar het lijkt alsof dat imago thans een deuk heeft gekregen. Bovendien is het de vraag of GroenLinks zich behalve door wantrouwen jegens het CDA ook niet heeft laten leiden door bovengenoemde vooroordelen jegens de CU. Een kamerlid heeft althans naar verluidt op de GroenLinks-partijraad van 16 december 2006 op vragen van leden ervan geantwoord: “Moeten we nu in het kabinet gaan bijdragen aan het terugdraaien van het homohuwelijk?”

Er was echter niet alleen sprake van een “nu even niet” van GroenLinks ten aanzien van zitting nemen in een driepartijenkabinet (naast CDA en PvdA), maar dit gold nog sterker ten aanzien van een vierpartijenkabinet, waarin de partij getalsmatig niet echt nodig is, zoals in een coalitie van CDA, PvdA, GroenLinks en CU. Er zou zelfs een partijbesluit zijn van drie voorwaarden voor meedoen aan een kabinet, waarvan vreemd genoeg deze getalsmatige noodzaak er één was. Ook Femke Halsema noemde dat in een tv-uitzending van Pauw & Witteman en eveneens in een interview in Trouw.

Het argument, zo bleek op de partijraad, was dat als je getalsmatig in de coalitie niet echt noodzakelijk bent, je steeds tegen anderen wordt uitgespeeld. Kijk naar D66, zeiden ze. Die zou in de vorige coalitie een soort speelbal zijn geweest tussen CDA en VVD.

Als dit denken wordt gedeeld door de fractie en mogelijk ook subtiel is doorgespeeld naar Hoekstra en/of Wijffels, lijkt er eerst met recht sprake van een miskleun. D66 was weinig fortuinlijk in de vorige coalitie, maar heeft dat voornamelijk te danken aan zichzelf. Maar veel belangrijker is dat er toen heel anders dan nu sprake was van een kabinet rechts van het midden. Zolang er geen solide progressieve meerderheid is, hoort GroenLinks in een kabinet links van het midden, zoals nu. Niet alleen omdat dat altijd al de strategie was, maar ook omdat de partij dan de andere progressieve partijen PvdA (en CU) had kunnen versterken in de onderhandelingen in de richting van de al enkele jaren bepleitte “linkse lente”. Het gaat niet om de rol van Bos. Door toedoen van de partij zelf weten nu niet hoeveel groener en socialer het aantredende kabinet had kunnen zijn met GroenLinks erbij, met of in de plaats van de CU.

Idealen
Niet meedoen heeft ook voordelen. Je maakt dan bijvoorbeeld minder vuile handen. Mogelijk legt dat de partij op korte termijn electoraal geen windeieren. Maar een menselijker en groener Nederland lijkt me belangrijker. En daarvoor is in een kabinet meer te bereiken dan in de oppositie. Ik ben dat geheel met Lagendijk eens. Alle begrip overigens voor emotionele weerstand om zo snel met iemand die je in de campagne en daarvoor in het parlement hebt bestreden aan tafel te moeten gaan zitten. Maar in de politiek geldt dat je koelbloedig je emoties opzij moet zetten als er een kans is verwezenlijking van je idealen dichterbij te brengen. Wantrouwen is bovendien een slechte raadgever. Een vroegere tegenstander mag je niet afschrijven, leerde ooit Gandhi. Deze kan immers veranderen. Het lijkt er hoe dan ook op dat de partijleiding inzake de formatie niet handig heeft geopereerd. Hopelijk verandert dat snel, bijvoorbeeld na 7 maart, als de verkiezingsuitslag en daarmee de nieuwe samenstelling van de Eerste Kamer alsnog een vierde partij in de coalitie noodzakelijk maken.