31 maart 2007

Inleiding te Amersfoort in ‘Expeditie’ (24 maart 2007)

Vandaag wordt de voorlopige versie van het pamflet Geweldloosheid als bewustzijn en liefdeskracht gepresenteerd op de lustrumbijeenkomst van de SVAG (Stichting voor Actieve Geweldloosheid) te Amersfoort. Ik schreef het op persoonlijke titel als voorzitter van die stichting en ter gelegenheid van haar veertigjarig bestaan. De kern daarvan zou volgens sommigen, aan wie ik van tevoren mijn tekst toezond, vooral liggen in het tweede deel. Iemand van hen zei: “We kregen eerst interessante informatie over fysiek en psychisch geweld en de rechtvaardiging ervan, maar werden geraakt door het tweede deel met een stuk visie, nog los van de twintig (strategische) kenmerken van geweldloosheid aan het eind.” Welnu, dat deel begint bij de stukken ‘Angst’, ‘Liefde vanuit plicht of vanuit het hogere zelf’ en ‘Eenheidsbewustzijn’. En iets eerder ook wel ‘Vernedering als een vorm van zelfafwijzing’, samenhangend met het oertrauma van ‘verlatenheid’ en het helaas door de kerk versterkte oertrauma van het ‘onbewuste schuldgevoel’.

Ik ben al een tijd aan het worstelen met ahimsa (geweldloosheid) als kracht, vooral in verbinding met bewustzijn. En ik ontdekte door mijn voorbereiding op een college dat ik in 2004 gaf voor Filosofie Oost West over Gandhi, hoe wezenlijk spiritualiteit bij diens acties was. Vergaten we dat, vroeg ik me af, waardoor we geweldloosheid te veel verstandelijk willen realiseren of deze louter als een techniek zijn gaan zien?

Toen ik in november 2006 een inval kreeg over het schrijven van een manifest of pamflet, had ik nog geen voorstelling van waar dat over zou gaan. Laat staan dat de kern daarvan zou zijn wat ik zeg in de inleiding van het pamflet: “Geweldloosheid is behalve een methode niet in de laatste plaats een houding. Een houding als weerspiegeling van hoe je in het leven staat, hoe je jezelf ziet, als levend vanuit dualiteit dan wel vanuit kosmische eenheid, en hoe je van daaruit jezelf, de medemens, dier en natuur bejegent. Geweldloosheid heeft dan ook veel zo niet alles met bewustzijn te maken”.

Dat het dit zou worden wist ik niet, maar wel dat het zou gaan om een visie, een onderliggende filosofie van geweldloosheid en dus ook om een reflectie op de diepere boodschap van de founding fathers als Gandhi en Martin Luther King. Ook drong tot me door dat de (westerse) mens innerlijke vrede mist, terwijl dat nog wel een voorwaarde is voor geweldloze kracht. Zoals tevens het geweld bij onszelf als vredesmensen eerlijk onder ogen zien, een voorwaarde is.

Behalve die inval moest ik in december ineens (van binnenuit) naar India. Ik was eerst sceptisch. Lag een bezoek aan het Midden-Oosten niet meer voor de hand in de kerstmaand? Ik ging gek genoeg toch en keerde geïnspireerd terug. Tevens werd ik bevrucht in een Cursus in Wonderen van Ali Wezel, die ik ging volgen nadat ik toevallig een kleine advertentie had gezien in een Leids weekblad. Het zo nu dan bijwonen van de sangha (samenkomst) in de geest van Thich Nath Hanh in Leiden onder leiding van Else Meerman droeg wellicht ook bij. Zo groeide waar ik het over zou hebben. Zeker ook na een telefoontje van een mevrouw uit Roosendaal die ik ooit in een stilteboerderij ontmoette, die me naar haar zeggen moest wijzen op Sonia Bos. Ik had wel eens van deze in Voorschoten wonende mysticus gehoord, maar meer ook niet. Ik ging naar de boekhandel, kocht twee boekjes van haar en had medio maart, toen ik de eerste pamfletversie af had, een interview met haar. Ze zei dat de energie uit India was te proeven in het volgens haar inspirerende pamflet. Zij bleek, net als de bekende Hildegard van Bingen, een missie te hebben inzake hoe wij het eigen lijden kunnen doorbreken. En ook om iets door te geven over het goddelijke plan met deze wereld, een plan waar Gandhi het ook al over had, volgens hem een geheim plan.

Innerlijke kracht
Mijn nadruk in dit pamflet op geweldloosheid in relatie met de ziels- en psychische dimensie van de mens, kwam tevens doordat in januari op een bijeenkomst van het Platform voor Vrede en Geweldloosheid in een bezinningsgroepje over ahimsa, een mevrouw zich ineens na een opmerking van me aldus uitte: “Niet-zelfacceptatie? Ja dat is het, ik accepteer mezelf niet”. Het maakte me bewust. Als een vredesvrouw dat al heeft, een hoeveel breder gegeven is dat dan niet? En ook hoe verlammend dan voor geweldloosheid? Dit omdat innerlijke kracht daarvoor essentieel is en niet-zelfacceptatie daarentegen vaak veeleer leidt tot klagen, faalangst, overdreven aandacht, slachtoffergedrag of ook het eigen onvermogen projecteren op derden, wat tevens in verband staat met het genoemde oertrauma van een onbewust schuldgevoel.

Ik wijs in het pamflet onder meer op:

  • de Babylonische mythe, inhoudende dat ‘geweld redt’, mede omdat we het resultaat zouden zijn van een godsmoord, een mythe die helaas tot op vandaag van kracht is;
  • het oermechanisme van zondebokuitdrijving, die nog steeds in onze cultuur bestaat, zij het vandaag zonder het ermee samenhangende rituele bloedoffer;
  • de in de jeugd ontstane trauma’s en dat die, indien niet geheeld, ook bij vredeswerkers of blauwhelmen kunnen worden versterkt door de energie van haat en woede in de conflictgebieden, waarin ze werken;
  • het zich vernederd voelen bij zelfmoordgeweld.
  • Ook wijd ik veel aandacht aan:
  • angst, waarbij ik adviseer er ‘niet tegen in te gaan’ (omdat, let wel, alles wat je aandacht geeft, groeit) maar het te ‘omarmen’ en het zo te laten wegvloeien;
  • boze gevoelens met het advies ze niet te ontkennen, maar er bewust positieve gedachten en positieve gevoelens naast te zetten;
  • frustratie op het gebied van gehechtheid, wat woede en agressie geeft, terwijl onthecht of minder gehecht-zijn vaak de reden tot boosheid doet verdampen.

Dualiteitsbewustzijn
Ook heeft ons dualiteitsbewustzijn een grote plaats in het pamflet. Het is kort door de bocht: ‘nadruk leggen op verschillen in plaats van te zoeken naar overeenkomsten’, maar dieper gezegd: ‘een basisgevoel van afgescheidenheid en daardoor van leegte, eenzaamheid en tekort’. Dit basisgevoel van afgescheidenheid doet ons vrij snel overgaan tot ‘projecteren’ en ook ‘oordelen en veroordelen’, wat in de nieuwe spiritualiteit meer en meer wordt afgewezen. Een oordeel is een interpretatie die de ander pijn kan doen, zeker indien deze is verweven met projectie. Ook onbewust schuldgevoel hangt samen met dualiteit. Je mag best dat schuldgevoel herkennen en accepteren dat het er is, maar daarnaast is het van belang eraan vast te houden dat je onschuldig bent. Dat je wel vergissingen maakt, zeker, maar dat je nogmaals onschuldig bent. Een goede affirmatie is dan ook: ik ga proberen de vergissing te herstellen, maar ik ben onschuldig.

Ook vergeven is in het pamflet een wezenlijk gegeven. Vergeven is helen via loslaten, is het ego overstijgen en zo liefde kunnen toelaten, terwijl haat daarentegen afbreekt of stukmaakt en de liefde in ons blokkeert. Willem Glaudemans noemt in zijn werkboek Het wonder der vergeving “zelfvergeving een beslissing uit liefde voor jezelf, ook al meende je voor een moment dat jij vanwege je afschuwelijke daad geen liefde meer waard was”.

Sonia Bos geeft door — en zij bepaald niet alleen — dat in 1985 de involutie of ‘uitademing’ van het lange tijdperk waarin de ontwikkeling van het ego en het verstand/de ratio centraal stond, is geëindigd. Ik sprak over ‘uitademing’, terwijl we vanaf 1989 weer in de ‘inademing’ of evolutie zouden zitten. Ook Thich Nath Hanh spreekt steeds over een persoonlijk ‘ik adem in en ik adem uit’ als reflectie van het kosmische gebeuren. Hoe dan ook, we zouden sinds 1989 weer langzaam teruggezogen worden naar de Bron. De jakobsladder zou weer omgekeerd gaan. Een terugkeer waarin bewustzijn, kracht, zelfvertrouwen en liefde een extra impuls, energiestoot of trilling krijgen, een tijd waarin de mens een soort kosmische scheppingskracht gaat krijgen. Toen ik haar vroeg wat zij van vergeven vond in dit verband, verwees ze naar de Zuid-Afrikaanse bisschop Tutu, die dat hét thema van vandaag noemt, wil de mensheid overleven. Ze vervolgde: “Vergeven is zowel loslaten en de universele liefde (niet liefde als plicht) een kans geven als ook het begin van werken aan transformatie via (goddelijke) scheppingskracht, zodat we (meer) geweldloos opereren en als het ware ‘Werkers voor het Leven’ worden”.

Gandhi als voorloper?
Het zou betekenen dat we minder somber hoeven te zijn over onze nog te geringe werfkracht als vredesbeweging; te meer omdat er nu al overal sprake is van een brede onderstroom van spirituele vernieuwing, inclusief de (spirituele) psychotherapie. Die onderstroom doet ook vredeswerk, maar zonder dit zo te noemen. Ik bepleit in het pamflet het leggen van verbindingen van de geweldloze beweging met die brede onderstroom. Er gloort een nieuwe dageraad, een nieuwe tijd naar het lijkt. Een tijd waarin we allen Gandhi’s kunnen worden, dus mystici en activisten tegelijk, een tijd waarin we naast eenheidsbewustzijn, goed geaard in het leven komen te staan, dus niet zweven. Een tijd waarin naast dat geaard zijn kracht, liefde, belangenloosheid, bescheidenheid, overgave en integriteit meer het parool zullen zijn. Kortom, de waarden van geweldloosheid. Ik sluit af met een citaat in het pamflet over een grote voorloper van het eenheidsbewustzijn: In elk mens zit volgens Gandhi een stukje Waarheid of God, reden dat je hem niet mag doden. Elk mens is deel van de kosmische eenheid, ook al lijkt hij soms even totaal het spoor bijster. Het verklaart waarom Gandhi de tegenspeler nooit vijand noemde. De onderdrukker overwinnen of vernederen is niet zijn strijd, maar hem bevrijden tegelijk met de verdrukte. Hij bestrijdt de haat en niet de hater en hij maakt steeds een onderscheid tussen het aanvechtbare gedrag van iemand en deze als persoon. Een strategie die we ons niet gemakkelijk eigen kunnen maken, maar toch de uitweg is.