10 april 2007

In de nationale politiek is matheid te constateren. De situatie in Afghanistan inclusief Uruzgan wordt met de dag slechter. En er zijn crisisverschijnselen in VVD, PvdA, en GroenLinks. Ook in kleine mate in de Partij voor de Dieren en in de SP — bij de eerste door een kritische column van lijstduwer Maarten ‘t Hart jegens het geloof van Marianne Thieme en bij de SP door een wat opportunistische en licht nationalistische verspreking van Jan Marijnissen in DeTelegraaf over de affaire van de dubbele paspoorten. Bij de eerste drie partijen is het mede te wijten aan tegenvallende verkiezingsuitslagen en bij PvdA en GroenLinks tevens door een niet-adequaat opereren of onderhandelen bij de (in)formatie van het huidige kabinet.

Het moeilijkst hebben het momenteel de VVD en de PvdA, beide door een leiderschapscrisis en door de worsteling hun rechtse respectievelijk linkse partij te combineren met het niet verliezen van de greep op het electorale midden. Alleen gezaghebbende leiders kunnen de partij in zo’n spagaat doen overleven, maar zowel Wouter Bos als Mark Rutte blijkt ondanks een goede start niet aan die vereiste te voldoen. VVD en PvdA hebben bovendien de pech respectievelijk ter rechter- en ter linkerzijde in de PVV en SP een geduchte tegenstander te vinden. Specialisten vrezen dat hierdoor het politieke midden uiteen wordt gescheurd, wat op den duur ook niet zonder gevolgen kan blijven voor het CDA.

Eerlijk gezegd lig ik van zo’n ontwikkeling niet vreselijk wakker, ook al zal dit wel een sterke polarisatie tot gevolg hebben. En polarisatie is niet het meest prettige perspectief in onze multiculturele samenleving, waarin om het minste of geringste de anti-islamkaart wordt gespeeld. Denken we maar aan het jaar 2005. Maar het zou bovendien weleens kunnen meevallen nu ook het CDA als middenpartij bij uitstek zijn linkerflank heeft afgedekt door de ChristenUnie in het kabinet te halen.

Wat me meer zorgen baart is de geloofwaardigheid van de politiek bij dit alles. En dan denk ik vooral aan de geëngageerde politiek. Als een politiek van idealen door eigen falen in diskrediet raakt, is dat de dood in de pot en geeft dat de uitstraling van matheid in de samenleving. Het tegendeel van spiritualiteit dus. Dat laatste zie ik als een stille kracht op de achtergrond, een bezieling, een oriëntatie. Als die ontbreekt, ontstaat al gauw matheid die zelfs kan overgaan in een houding van destructie.

Matheid kan ook ontstaan als mensen opportunisme menen te bespeuren. Als ze zien dat je op een regeringspost, bijvoorbeeld over de aanpak van topinkomens, anders praat dan in de oppositie, worden ze kopschuw. Hetzelfde geldt als je een zeer principieel punt als het doen van een parlementair onderzoek naar hoe we als Nederland in 2003 de Irakoorlog zijn ‘ingerommeld’, laat vallen in de kabinetsonderhandelingen. Sjoemelen met waarheidsvinding zal je blijven achtervolgen, zeker als er nieuwe bevindingen boven water komen (zoals nog onlangs die van het tv-programma Reporter). Bos en Tichelaar hadden dat moeten weten, wat Balkenende en Verhagen ook verlangden tijdens de formatie.

Ze wisten bovendien van het uitgelekte en op 1 mei 2005 door de Sunday Times gepubliceerde memo met de notulen van de bijeenkomst van 23 juli 2002 van het Britse Irakteam in het bijzijn van premier Blair. Reeds toen hadden de VS, zo bleek, besloten tot een regime change in Irak. Het probleem was alleen hoe inlichtingenmateriaal en ‘feiten’ te produceren om zo’n volkenrechterlijk illegale daad tegenover de VN en de publieke opinie te kunnen rechtvaardigen. Natuurlijk vinden Bos en Tichelaar dit bedrog ook afgrijselijk, maar als je dat vindt, dan houd je toch de poot stijf wanneer je tegenspelers van het CDA hun rol daarin koste wat het kost maar onder tafel willen houden? De ChristenUnie blijkt zich bij de kabinetsformatie in deze neutraal te hebben opgesteld. Als in haar plaats GroenLinks de visie had gehad aan te schuiven, of als Bos en Tichelaar toen beter hun best hadden gedaan de SP en/of GroenLinks erbij te houden dan wel te krijgen, dan had de PvdA inzake dat onderzoek heel wat sterker gestaan. En niet alleen op dat punt.

Opportunisme in principiële zaken wreekt zich later. Dat blijkt steeds weer de les. Gebrek aan regie? Nee, de media spreken terecht van een drama bij de PvdA en in navolging van Jan Pronk ook van een leiderschapscrisis. We zullen de komende tijd zien hoe een en ander uitpakt.

Het kabinet telt overigens best een aantal goede ministers, zeker ook van de zijde van het PvdA. Het kabinet moet zijn kans krijgen. Ik ben zeker ook blij met de voorgenomen wijkverbetering in diverse steden. De PvdA-ministers konden voorts ook moeilijk bezwaar aantekenen tegen de Uruzganmissie die het vorige kabinet was aangegaan. Het is vooral Bert Koenders geweest die met steun van Bos zijn partij in 2006 akkoord deed gaan met deze omstreden en vandaag steeds twijfelachtiger wordende missie. Zij lieten daarmee D66, die als regeringspartij de coalitie probeerde af te houden van de missie, in de kou staan. Koenders en Bos hadden als oppositie destijds de Amerikaanse druk gemakkelijk kunnen weerstaan en hun steun aan het plan kunnen onthouden. Ze deden dat niet. Ook toen opportunisme en matheid? Behalve CDA en VVD was in elk geval niemand enthousiast hierover. Bos en Koenders zetten daarmee hun koers in. De progressieve samenwerking van PvdA, SP en Groenlinks was vanaf dat moment al een fictie geworden.