23 juni 2007

Gossen Bakker noemt astrologie “een godsdienst van het noodlot” (Centraal Weekblad, 22 juni 2007). Logisch dat hij deze ervaart als bedreigend voor het christelijk geloof. Ik zie dat anders.

Als antropoloog signaleer ik in boeddhistisch Sri Lanka in de dorpen waar ik onderzoek doe, dat de mensen astrologie niet als een ‘noodlotgodsdienst’ ervaren, maar als een vorm van wijsheid. Men houdt bij de keuze van de dag van het openen van een winkel, bij het eerste zaaien op de velden of bij de huwelijksdag rekening met de stand van de planeten. Men raadpleegt hiervoor professionele astrologen, waarvan er in elk dorp een paar aanwezig zijn.

Laatstgenoemden doen, anders dan Bakker benadrukt, niet aan voorspellingen, maar menen dat de ene stand van de planten qua veroorzaakte energietrilling gunstiger is voor de mens dan de ander. En dat voorts mensen mogelijk ook op deze wijze beïnvloed zijn op de dag van de geboorte, waardoor ze samen met hen die in dezelfde periode geboren zijn een enigermate analoog karakter hebben. Reden dat men ook bij de keuze van een potentiële huwelijkspartner een astroloog raadpleegt om karakterbotsingen tijdens het huwelijk zo veel mogelijk uit te sluiten. In die zin is astrologie niet alleen bijna zo oud als de mensheid, maar werd het ook een soort wetenschap. Tegenwoordig raadplegen vooral jongeren soms boeken over de astrologie als relaties met een bepaald type steeds niet lukken. Daar is niets mis mee.

Er is ook niets mis met het raadplegen van de tarot, die idealiter slechts een spiegel geeft van de levenssituatie waarin de persoon zich bevindt op dat moment en in het hier en nu. Tarotkaarten hebben een mystieke christelijke, kabala- en soefioorsprong en zijn als spiegel voor het leven van een persoon leerzaam, maar ze voorspellen niet. Alleen de globale en wat mij betreft onzinnige horoscopen doen dat een beetje, maar de mensen en ook de jongeren relativeren die meestal in sterke mate. Ze vinden de vage voorspellingen hooguit even interessant, om ze daarna weer te vergeten.

Astrologie en tarot haaks op het christendom? Onzin. Spreekt ook de Bijbel niet over de ‘wijzen uit het Oosten’, dus Chaldeeën of magiërs, die waren ingewijd in de goddelijke geheimen? ‘De mens wikt en God beschikt’ is een gevleugelde uitdrukking. Naast het feit dat atheïsten ons geloof daarmee ook al gauw (kunnen) opvatten als een noodlotsgeloof, weten wij niet hoe God beschikt. Mogelijk via de engelenhiërarchieën. Zelf ben ik die mening toegedaan, ook al hoor ik kerk en christenen vandaag dat nog weinig zeggen. Ik sluit echter niet uit dat God ons tevens draagt en leidt via de kosmos.

Thomas van Aquino stelt dat de menselijke passies mede worden veroorzaakt door de bewegingen van de planeten, door hem hemelse lichamen genoemd. Alleen door een sterke wil zouden wij boven die invloed kunnen uitstijgen. En de bekende mystica Hildegard von Bingen meent dat God de helende werking van edelstenen heeft overgedragen aan de dierenriem en de planeten en vandaar naar de edelstenen. Het is hoe dan ook bekend dat in de Middeleeuwen ook pausen aan astrologie deden en dat van het trio alchemie, astrologie en magie toen alleen de magie op bezwaren stuitte. Dit omdat de kerk de laatste te veel vereenzelvigde met zwarte magie en de goedaardige witte magie negeerde.

Ook de landbouw hield terdege rekening met de stand van de planeten en zeker met die van de maan. Er werd in de Middeleeuwen alleen een onderscheid gemaakt tussen de ‘natuurlijke’ en een ‘bijgelovige’ astrologie. De bekende wetenschapper en ontdekker Newton was zowel alchemist als natuurkundige. Daar was toen (zeventiende eeuw) nog net niets mis mee. Alleen door de opkomst van het rationalisme, met het verstand sterk op een voetstuk, kwamen naast de religie ook de ‘natuurlijke’ astrologie en alchemie onder vuur te liggen. Het geeft te denken dat vooral vanuit de protestantse kerk, waarin het rationalisme helaas een behoorlijke voet aan de grond kreeg – dit naar het lijkt ten koste van de geest en het mysterie –, men nu ook, of beter gezegd nog steeds meedoet aan deze antihouding jegens het ‘meerdere tussen hemel en aarde’. Jammer.