25 juli 2007

Inleiding
Dat het bezinningsstuk ‘Nieuwe vrijzinnigheid als een spirituele manier van leven’ van me er nu ligt, is behalve dat we dat afspraken op een stuurgroepvergadering in juni, is 1) door het verzoek van Femke aan ons mee te denken over een eventueel symposium over ‘vrijzinnigheid’. Een 2e reden is dat ik het ook van belang vind, dat we ons als LW bezinnen over de omslag in het denken of de kanteling in het wereldbeeld, zoals Annick de Wit die noemt, die er momenteel gaande is, een omslag of een kanteling van een theïstisch God ver weg, naar God within of van de terugkeer naar persoonlijk geloven nu via de transitie van 1600 of 1700 jaar collectief geloven, waarin elk wordt geacht hetzelfde te geloven en waarbij net als nu in de islam afvalligheid lange tijd taboe was of zelfs je leven in gevaar bracht. Boeiend te zien in het bezinningsstuk, dat het jonge christendom na een Hellenistische bloeiperiode omstreeks 350 na Chr. verwerd tot een soort Taliban, waarbij ook mensen werden gelyncht of gevild, zoals de directrice van de beroemde bibliotheek van Alexandrië overkwam. Een 3e reden is dat deze omslag, die wel eens het begin van een geheel nieuwe tijd zou kunnen zijn, waarin men anders met elkaar omgaat, wel eens heel relevant zou kunnen zijn voor de Linker Wang en haar toekomst, ook qua eventuele nieuwe doelstelling.

Vrijzinnig? Misschien zitten we met die omslag wel in een Nieuwe Vrijzinnigheid

Mij is in mijn orthodox ouderlijk huis altijd een negatief beeld over vrijzinnigheid bijgebracht, totdat ik ontdekte dat er toch niet zo’n wraakzuchtige God kon zijn, dat de dood of het bloed van Zijn zoon nodig was vanwege ons of zoals Jezus het zelf zegt in de naar verluid door Hem geopenbaarde Course of Miracles :’Ik werd niet ‘gestraft’ omdat jullie slecht waren. De volkomen goedaardige les die de verzoening leert, gaat verloren als die in enige vorm van dit soort verdraaiing wordt bezoedeld. (t-3.1.2:10-11).

Door mijn vredeswerk kreeg ik voorts ook al gauw door, hoe juist de orthodoxe variant met haar gelijk(willen) hebben als enige en ook in die zin missie willen bedrijven, tot onverdraagzaamheid, vijanddenken en oorlogen leidde, wat je vandaag trouwens ook ziet in een volkomen dogmatisch of rechtlijnig Verlichtingsdenken. Ik werd trouwens lid vd Rene Girardkring aan de VU via welke mij behalve op de mimesis en zondebokuitdrijving ook werd gewezen op (wat ik als antropoloog al wist) op het ‘plaatsvervangend bloedoffer’ als een eeuwenoud prechristelijk verschijnsel (lang voor onze jaartelling), waar Christus, die niet meer op de toer van een wraakzuchtige God zat, zelf het nooit over had in Zijn leer, maar dat dit vrij lang later, dus na Hem, niettemin op een gegeven moment de christelijke doctrine sloop.

Nog weer later zag ik dat er in onszelf, in de mensheid en dus ook in de religie sprake is sprake van een drietal ( en qua ik-bewustzijn een viertal) stadia, dus dat we bijv gaan van 1) onderbewust naar 2) bewust en tenslotte naar 3) bovenbewuste kennis, waarbij de mens medeschepper wordt en dat er qua ik-bewustzijn sprake is van vaak eerst speelbal (geen ik-bewustzijn, je bent dan vaak de zondebok en ook dat je zit in ontkenning), naar 2) slachtoffer (weinig ik-bewustzijn met vaak zelfmedelijden, ingehouden boosheid en/of ‘ze doen maar’) naar 3) bestrijder meer ik-bewustzijn met ‘ik pik het niet meer’, confrontatie zoeken, boosheid uiten en ‘oordelen en veroordelen’ en negatieve sfeer) naar 4) deelnemer (volledig ik-bewustzijn van bewust te zijn dat je deelnemer bent van het grotere geheel, dat je bereid bent je ervaringswereld serieus te nemen, niets uitsluit, ruimte en rust hebt, maar ook onrust toelaat, vooral ook wilt ‘loslaten’ en bewust kiezen of niet kiezen). En dat er zo ook sprake is van 3 stadia in religie, a) die op angst gebaseerd (‘doe dit want anders straft God’) die van de wraakzuchtige God van het Oude Testament. dus, voorts b) de religie ook nog wel gebaseerd op angst, maar minder op wraak (die van: ‘houd God niet buiten je leven, want anders loopt het mis met je’), de overredende God van het N.Test. dus., en c) die van niet meer van gebaseerd op angst en afscheiding, maar van dat je het heilige of goddelijke ‘in het leven zelf’ vindt,(dus dat God in je hart zit, niet los van je noch van je medeschepselen staat, zoals ook dat lijden niet van buiten komt, maar vooral van binnen zit, dat wij niet alleen een lichaam hebben, maar ook lichaam zijn, de dualistisch scheiding van lichaam en geest en van goed en kwaad niet meer te verdedigen is).

Terwijl de eerste twee stadia nog in het dualiteitbewustzijn zitten, is het derde die van het eenheidsbewustzijn, dus dat alles met alles verbonden is en wij ons dus een voelen en verbonden voelen met het geheel, ons verbonden weten met het universum en de Kracht die alles draagt. (communie is in wezen eenwording, in het christendom zijn er zeker nog wel restanten van het eenheidsbewustzijn, zij het een deeleenheid van alleen de mensen vd kerk). Eenheidsbewustzijn betekent dat ‘alle wezens in de kern een zijn en daardoor alle mogelijkheden van het universum in zich dragen en alleen verschillen in de mate waarin zij die mogelijkheden actief gebruiken.

Alles impliceert waarschijnlijk, dat we ons met onze pijlen minder richten op de ander en de buitenwereld, dus eerder onze innerlijke wereld relativeren (humor) dan dat te proberen met de ander of de buitenwereld (cynisme) bezig zijn, het vooral bij onszelf houden, ook omdat de conflicten in de wereld die van onszelf zijn, ook omdat een conflict dat ik buiten mezelf tegenkom een uitdrukking is van een conflict in mezelf, dus ook dat het zich inzetten voor de vrede in de wereld en het herstel van het geknoei in de natuur alleen werkt als ik (tegelijk) systematisch werk maak van de weggemoffelde conflicten in mezelf. Moeten we er kortom niet bij stil staan dat we nogal eens bezig zijn onze omgeving te veranderen om zo ons eigen probleem op te lossen (ook in het groot: Uruzgan).

Van belang is ook dat we van onszelf gaan houden, in elk geval jezelf niet naar beneden halen. Stef Bos voor tv oudjaar 2006: ‘Aanvaard toch eerst vooral jezelf;zonder dat is er geen vrede, want dan wil je met de ander in wezen jezelf vermoorden. Marco Borsato idem: Als je vrede bij de ander neer legt, komt er geen vrede. Misschien hebben we ons wel eeuwen lang bang laten maken vooral elkaar met de loutere ‘kopontwikkeling’, waardoor we geen of weinig ikbewustzijn hebben en in het speelbal-, slachtoffer- of bestrijdertype blijven hangen in plaats van duidelijk te kiezen voor die van deelnemer.

We zitten helaas nog te veel in het patroon van ‘de mens deugt niet of liever hij denkt dat hij niet deugt en dus deugt hij ook nergens voor’ (de Ridder), zoals onze behoefte om iemand te verbeteren bij ons een versleten overtuiging verraadt, nl. dat we onszelf niet aanvaarden zoals we zijn (Ferrini, 38). Trouwens je kunt de wereld niet verbeteren door je op negatieve dingen te richten, je maakt daardoor het negatieve alleen maar groter en je brengt daardoor ook meer negatieve dingen in je leven. Steeds maar proberen de ander te verbeteren is overigens niet gelijkwaardig of zelfs paternalistisch, je zet jezelf dan op een voetstuk en dat terwijl we ook geweld in onszelf hebben/innerlijk gewelddadig zijn. Daarom van belang eerst (of tegelijk) aan je zelf te werken en het dan te delen. Dat is heel wat gelijkwaardiger.

Vrijzinnigheid is de laatste tijd in de politiek een thema geworden, met name door toedoen van GroenLinks-fractieleider Femke Halsema en ook door het islamdebat. Ik denk terecht. Ondogmatisch en/of ruimdenkend, zo wordt in woordenboeken het woord vrijzinnig omschreven. In de 19e en voor een groot deel ook in de 20ste eeuw gold in ons land als geijkte tegenstelling orthodox versus vrijzinnig. Dacht men in termen van traditionele en vaak oude kerkelijke dogma’s, dan was men orthodox, deed men dat niet, maar wilde men zij het nog binnen de kaders van het geloof vrijer of libertair denken, dan was men vrijzinnig.

Ik weet het niet van het jodendom of de islam, maar in de christenheid is die tegenstelling al begonnen omstreeks 350 na Christus, toen kerkelijke autoriteiten een (beperkt) aantal geschriften als ‘waar’ gingen bestempelen en talloze andere in de ban deden met het bevel ze te vernietigen. Dit laatste onder het mom dat ze ‘vals’ zouden zijn, ook al betrof het authentieke evangeliën, zoals bijvoorbeeld dat van Thomas (met 144 uitspraken van Jezus) of van Philippus. (Beide werden met 38 andere belangrijke geschriften overigens pas in 1945 door een boer in een grote kruik in het Noord-Egyptische woestijngehucht Nag Hammadi herontdekt). De omslag in de 4e eeuw leidde tot decreten om de boekenkasten te zuiveren, ook van de kloosters zoals te Nag Hammadi, en zelfs tot het opjutten van menigten om privéhuizen en bibliotheken binnen te vallen en de ‘verboden’ boeken openbaar te verbranden. Er ontstond een Talibanachtige situatie met als dieptepunt de bestorming en verwoesting van de beroemde bibliotheek van Alexandrië met een grote schat aan Helleense, joodse, Egyptische en christelijke, ja zelfs boeddhistische literatuur.

Aan pluriform of liever aan persoonlijk ‘geloven’ kwam een eind ten gunste van collectief ‘geloven’. Elk werd voortaan geacht hetzelfde te ‘geloven’. Deed je dat niet of werd je afvallig (sic), dan hing het van de politieke situatie of de macht van de kerkelijke autoriteiten af of je het er levend van afbracht. Het gevolg was dat mystieke en esoterische stromingen naar minder herbergzame oorden uitweken of ondergronds gingen. Het was eerst in de laatste eeuwen van onze jaartelling, dat deze weer wat vrijer kunnen ademen. De Verlichting speelde daarbij een hoofdrol en wellicht ook ervoor de opkomst van het protestantisme, dat het persoonlijke en het vrijere ‘geloven’ meer accent gaf dan het katholicisme, ook al verviel ze eveneens vrij snel tot orthodoxie, dus ook weer tot collectief ‘geloven’(dus dat men geacht werd hetzelfde te geloven), op enkele uitzonderingen na zoals de meer vrijzinnige Quakers, Remonstranten en Doopsgezinden.

De vermelde mystieke en esoterische stromingen, die overigens ook in de islam, het jodendom en andere religies voorkomen, zijn veel universeler van karakter dan de minder verdraagzame en daardoor vaak vijanddenken en oorlogen veroorzakende orthodoxe variant. Ze leggen anders dan de orthodoxie onder meer de nadruk op de binnenkant der dingen, de energie die het leven doortrekt en de weg naar binnen. Daarin komen het mystieke jodendom (kabbala etc), het soefisme in de islam en het mystieke en/of esoterische christendom overeen. Je kunt zeggen dat ze ook allen het accent leggen op innerlijke groei, religieuze ervaring, een gerichtheid op zelfinzicht en op kennis van het hart. Dus niet of nauwelijks op leerstellingen, oordelen, zonde, schuld en straf etc. Godsdiensttwisten, een tendentieus, etnocentrisch of angstig debat over bijvoorbeeld de islam, past ook minder bij deze stromingen. Zij zijn vooral blij met vrijheid van meningsuiting, met scheiding van kerk en staat en met verdraagzaamheid, allen gelukkig verworvenheden of burgerdeugden in ons land.

Deze stromingen, die bij uitstek als vrijzinnig zijn te kwalificeren, maken de laatste tijd een grote opgang en vormen meer en meer een bedreiging voor niet alleen de restanten van het monolithische kerkelijke denken, maar ook voor het rationeel-wetenschappelijke wereldbeeld van de laatste eeuwen, waarin alle innerlijkheid wordt ontkend en alleen dat wat je kunt zien en tasten opgeld doet, evenals een dualistische scheiding van zowel geest en lichaam als van mens en natuur respectievelijk mens en universum. De tegenstroom, meer een manier van leven dan een doctrine, die je samenvattend zou kunnen betitelen als ‘postrationele spiritualiteit’ met de nadruk op bezield leven, leven vanuit je bron of leven van binnenuit, nadruk ook op ecologisch en kosmisch bewustzijn en op de mens als (mede)scheppende magiër van zijn leven, is bepaald niet meer marginaal te noemen. Ze komt ook in de politiek voor, denken we maar aan Herman Wijffels, die in “een overgang naar een nieuwe orde”, zoals hij dat noemt, “overal in de wereld” een toenemende spiritualiteit bespeurt en deze zelf verbindt met de “innerlijke stem die je leidt” en met “de weg als het doel” (Financieel Dagblad, 31 maart 2007).

Ons klimaat in moeilijkheden? Het is “tijd voor een innerlijke klimaatverandering “, schreef Annick de Witt van Stichting Aarde in een geruchtmakend artikel in de NRC van 7 juli ’07, er voor pleitend om , – teneinde een adequaat antwoord te geven op de problemen van de tijd -, “ons wereldbeeld te kantelen”. Opmerkelijk is dat de wetenschap, ooit de voortrekker van het vrijzinnige denken, nu een grote blokkade vormt voor de noodzakelijke kanteling van ons wereldbeeld. Annick de Wit noemt de wetenschap met haar ‘vetorecht’ op waarheid in deze zelfs “de nieuwe kerk” van vandaag.

Maar er zijn ook in de wetenschap al signalen van de nieuwe vrijzinnigheid. Zo ziet de filosoof Jan de Boer blijkens een artikel van hem in Trouw een “nieuw paradigma gloren, waarin gevoel, liefde en verbinding de boventoon voeren”. En de hoogleraar wijsbegeerte Th.C.W. Oudemans bepleit in een ander artikel een “echte filosofie die niet is het academisch oplepelen van commentaar op andermans ideeën, maar een gesprek van de Ziel met zichzelf”. De Britse godsdienstsocioloog Paul Heelas is na intensief onderzoek zelfs positief over de ‘postrationele spiritualiteit’, die hij ‘zelfspiritualiteit’ of ‘holistische zelfspiritualiteit’ noemt. Hij schreef er in 2005 samen met Linda Woodhead een boek over onder de titel Spiritual Revolution. De ‘zelfspiritualiteit’ is, zegt hij in een interview met Volzin (voorjaar 2007), in tegenstelling tot de marginaal wordende traditionele religiositeit “ongekend populair” en zou nu behalve in onderwijs, gezondheidszorg en zakenwereld ook “binnen de kerkmuren” zijn doorgedrongen. Daarin is volgens hem het “dualisme tussen de mens hier en de transcendente God ver weg”, verdwenen; het is nu meer God als “het innerlijke licht” of ‘God within’. Er is duidelijk wel een relatie met God, maar deze is niet meer de God volgens de perceptie van het calvinisme.

Simon Vestdijk, die in 1943 een in 1947 uitgegeven boek schreef onder de titel De toekomst der religie, lijkt deze ontwikkeling te hebben voorspeld. Hij onderscheidt daarin drie typen religie in de wereld, te weten: ‘het metafysisch-projecterende’, ‘het sociale’ en ‘het mystiek-introspectieve type’. Het eerste type, dat hij volop aanwezig zag in het kleinburgerlijke christendom en vooral in het toenmalige ‘mannenbroeder’ calvinisme in ons land, had het minst zijn sympathie en het laatste type, dat volgens hem de grootste overlevingskansen had, het meest. Godsdienstsocioloog Heelas signaleert echter vandaag een soort integratie van Vestdijks tweede en derde type in de zin, dat volgens Heelas de nieuwe ‘zelfspiritualiteit’ ook een sociale dimensie heeft, dat de mensen deze niet alleen willen uiten maar ook verbinden met humanistische waarden als “elkaar respecteren, zorg dragen voor elkaar, bijdragen aan het goede van de mensheid”, kortom rechtschapen leven. Spirituele ontwikkeling dus als dienst aan de mensheid. Je werkt bij wijze van spreken niet aan de vrede in jezelf omdat je vrede nodig hebt, maar omdat vrede nodig is. Je realiseert dus eerst vreugde in jezelf en daarna deel je die met anderen. Doordat ik mijzelf transformeer, neem ik via het ‘delen met anderen’ in andere woorden tevens een deel van de niet-getransformeerde probleemenergie van de wereld op me.

Spirituele ontwikkeling gaat niet zozeer om het zelf ‘hoog’ groeien, maar om door te delen de mensheid sneller op te trekken naar een ‘hoger’ niveau. Daardoor kom je dicht bij het 2e type religie van Vestdijk, nl ‘het sociale’. Toch is zijn 3e type ‘het mystiek-introspectieve’ voor ons als mens van het grootste belang, ook omdat je dan via een zuivere manier kiest voor ‘het sociale’. We weten immers hoe bij de inzet voor ‘het sociale’ en ook voor de vrede vanuit een louter ‘kop’-benadering allerlei ego-belangen, ja zelfs innerlijk en uiterlijk geweld een rol kunnen spelen. Het sociale en de vrede in de wereld lijkt er mee gebaat, als we eerst (of tegelijkertijd) de vrede in onszelf integreren en daarbij ons ‘hogere Zelf’ en onze innerlijke stem (weer) meer richtsnoer laten zijn.

Trouwens naast wat Heelas noemt het elkaar respect tonen, staat ook het eenheids- en gelijkwaardigheidbewustzijn, zo voeg ik toe, centraal in de ‘zelfspiritualiteit’. En dit, terwijl in het traditionele christendom het hiërarchische vaak wat bevoogdende of betuttelende denken en ook het veelal op angst, leegte en tekort gebaseerde dualiteitbewustzijn nog te veel domineert, reden waarom de werfkracht daarvan steeds minder zal worden, tenzij ze zich radicaal hervormt. De toekomst lijkt aan de meer universele en de niet of veel minder dogmatische en dus vrijzinnige ‘zelfspiritualiteit’. SP-Kamerlid Harry van Bommel drukte die pregnant als volgt uit in het weekblad Het goede leven :” Ik geloof in een God die een drijvende kracht is voor alle mensen. Die ons samenbindt, of we nu gelovig zijn of niet”. Jos Brink, die zich expliciet vrijzinnig noemde, zou zo’n uitspraak waarschijnlijk hebben aangesproken.

En hoe je God dan noemt is wat mij betreft niet belangrijk. Jahwe, Eeuwige, Krachtige, het Ene, het Al, Allah, Barmhartige, Brahma, Shiva, Liefde, Universum of gewoon het gebruikelijke God. Het kan allemaal. Bisschop Muskens zie ik dan ook als een relativerende en tolerante denker. Demonisering van een andere religie, welke ook, hoort meer bij het dualistische fundamentalisme, is al gauw vijanddenken en staat haaks op vrijzinnigheid en universaliteit.Ook al gebeurt het door ‘afvalligen’.

Het eenheidsbewustzijn, dat ook wetenschappelijk enigszins boven water komt (denken we maar aan Bezielde Kosmos van Ervin Laszlo en Het Veld. De zoektocht naar de geheime kracht van het universum van Lynne McTaggart) is de laatste tijd de plaats aan het innemen van het dualiteitbewustzijn, een bewustzijn waarbij men nog vooral denkt in termen van ‘wij versus zij’, ‘goed versus kwaad’, ‘licht versus donker’, ‘rijk versus arm’ etc, polariteiten dus die vaak tot vijanddenken en oorlogen leidden. In het eenheidsbewustzijn worden polariteiten als goed en kwaad niet ontkend, integendeel, maar wordt bewust aan de negatieve pool niet te veel aandacht geschonken, terwijl men in het dualiteitbewustzijn soms het goede alleen maar lief heeft om zo het kwaad beter te kunnen bestrijden of dat men alleen maar solidair is met de verdrukten om de onderdrukker beter te kunnen haten en bestrijden (ook een soort masochisme dus). Eenheidsbewustzijn (en hopelijk ook minder oorlog) is het goede nieuws van de ‘zelfspiritualiteit’. Het goede nieuws, zo zou je kunnen zeggen, is dat we allen één zijn, het slechte nieuws dat velen zich er nog niet bewust van zijn.

Eenheidsbewustzijn betekent dat we ons verbonden weten en voelen met het Universum of het Al, met ons hogere Zelf, dus met onze diepste kern of ons echte wezen ( niet hetzelfde als ons ego), voorts ook met de ander en met het Andere, God of de Kracht die alles draagt. Het is in iets andere woorden gezegd het hebben van een echt eenheidsgevoel met het grotere geheel en met de onvoorwaardelijke liefde (in plaats van angst als de beste voedingsbodem voor fundamentalisme), eenheidsgevoel met de schepping, met onze spirituele essentie (die we in principe ook aanwezig weten bij anderen) en uiteraard ook met de natuur. Voorts ook ons persoonlijk gedragen te weten, ons subtiel geleid te voelen. Het betekent tevens ons bewust te zijn van onze gedachtekracht, waardoor we als het ware medescheppers zijn. Het impliceert eveneens te gaan denken in termen van overvloed in plaats van beperking en in elk geval mee te vloeien met Leven en dat zich laten ontvouwen, kortom ons in vertrouwen over te geven aan het avontuur dat leven heet en in dat wat het leven op ons pad laat komen. Het is een staat van bewustzijn, waarin we het Al ervaren in ons hart of in de woorden van Jezus het Koninkrijk Gods in ons binnenste zoeken en daarbij idealiter zo geïndividueerd of in contact zijn met zijn ons innerlijk weten of ons hogere Zelf, dat we in de wereld leven, maar niet van de wereld zijn.

Daarbij via perioden van innerlijke stilte of periodieke meditatie, God ook de kans geven om jou Zijn waarheid te vertellen in plaats van altijd God jouw waarheid te verkondigen. Vervolgens zoveel mogelijk positief denken, althans de ander en ook jezelf niet naar beneden halen, het verschil weten tussen cynisme en humor, geen ‘wolventaal’ (vol kleineringen, verwijten en/of subtiele manipulaties) maar ‘giraffentaal’ (taal van het hart, mededogen en vredelievendheid) gebruiken, kortom de ander in zijn waarde laten, hem/haar eens de ‘andere wang’ toekeren en zeker ook niet bevoogden, laat staan in zijn/haar situatie bevoogdend ingrijpen. Voorts vooral in het hier en nu leven, zonder de ballast (afweer- , verdringings- en/of ontkenningsmechanismen) uit het verleden. Tenslotte zo weinig mogelijk ‘oordelen en veroordelen’. Dit laatste omdat oordelen onszelf klemzet als in wezen verbonden met ervaringen en/of trauma’s uit het verleden en omdat oordelen evenals veroordelen een interpretatie inhoudt, waarmee je de ander ongevraagd pijn doet. Oordelen is anders gezegd geen gelijkwaardige communicatie, je legt jouw gelijk aan de ander op.

Als je liefdevol bent, oordeel je niet. Er zijn is waar het om draait, reden dat ook de Christus ons opriep niet te oordelen. Die oproep gold uiteraard ook voor het projecteren van eigen onlustgevoelens op derden, anders gezegd onze woede de ander in de schoenen te schuiven. Dit te meer omdat dat alles wordt teruggekaatst en zo ook onszelf treft. In plaats van de ander te oordelen is het beter onze eigen schaduwen zij het zonder kramp onder ogen zien, waarbij zelfvergeving functioneel is. Een belangrijke vorm van zelfvergeving is stoppen met oordelen. Oordelen heeft immers vaak met eigen angsten etc te maken, waardoor je in termen van Buber een ik-het-relatie (in plaats van een ik-gij–relatie) met iemand hebt, deze dus als object ziet. Zie je oordelen overigens ook weer niet te rigide of te veroordelend naar jezelf toe, we weten dat alle mensen oordelen hebben. Het gaat om het bewustzijn, dat oordelen over anderen niet te rechtvaardigen is en in wezen over onszelf gaat. Dit geldt ook voor het projecteren.

“Een succesvol leven is de grootste vijand van onze omvorming, van onze innerlijke transformatie”, aldus Carl Jung. Voor Jung is het een levenswet dat wij de weg naar onszelf of naar God slechts vinden als we de moed hebben af te dalen naar het duister in ons onbewuste. En zolang we louter een zondagskind zijn, doen we dat vaak niet en/of negeren we onze schaduwen. “Men wordt niet verlicht door zich allerlei beelden van licht voor te stellen, maar door zich bewust te worden van de eigen innerlijke duisternis”, aldus Jung. Ook hooggestemde idealen, dus je vereenzelvigen met archetypische voorstellingen van de heilige, de profeet of de martelaar (willen) zijn, kunnen een dekmantel vormen om onze zwakke kanten of schaduwen niet te zien of die voor anderen te verbergen, waardoor onze contacten met hen slechts oppervlakkig zijn. Hoogmoed isoleert, terwijl zelfkennis of de eigen realiteit onder ogen zien, helend werkt. Dit in de geest van de oude Soefi-wijsheid ‘Vechten met de ander geeft oorlog en worstelen met zichzelf geeft vrede’. Of van een uitspraak in iets andere termen van Confucius:”De wijze zoekt wat in hemzelf zit, de dwaas zoekt daarbuiten”.

Bij de ‘zelfspiritualiteit’ , die je ook kunt definiëren als de weg naar innerlijke vrede gaat het dus om de weg naar innerlijke waarachtigheid, overgave, humor, aandacht, nederigheid en zachtmoedigheid, zonder de tegenpolen daarvan (en zeker niet die bij de ander) te verketteren. Niet steeds maar gelijk willen hebben, al of niet met het vingertje, maar wel zoeken naar waarheid en ook minder verbeten op het maakbaarheidsidee van bovenaf zitten, maar wel proberen te veranderen wat we kunnen veranderen. Maar bovenal zelf veranderen, niet in de laatste plaats je (meegekregen) overtuigingen, want het leven is veranderen en veranderen is loslaten.

Dit te meer, omdat vele mensen een leven leiden gebaseerd op waarden en overtuigingen, die niet van hen zijn. Veranderen betekent dan beginnen te kiezen voor eigen overtuigingen en eigen waarden, een proces van vrij- en bewustwording dus. Loslaten is trouwens niet gemakkelijk. Ik spreek dan ook over een proces, dat begint bij ‘erkennen’, vervolgens ‘toelaten’ om tenslotte te komen tot ‘loslaten’.

Naast loslaten gaat het ook om verbonden zijn, verbonden met zichzelf, met het leven, met de ander en met het Universum of het Al. Dat betekent niet in de laatste plaats mijden of verminderen van stress, ontwikkelen van vitaliteit, je bevinden in je zijn, bij jezelf kunnen komen, een authentieke individuele identiteit ontwikkelen, subject worden (niet hetzelfde als individualisme) via het pad naar jezelf, innerlijk niet stil blijven staan, maar groeien, voorts aandacht en mededogen hebben en het leven met al zijn facetten, vreugdes en conflicten als een leerschool zien. Ja ook mededogen en aandacht. Mededogen is geen medelijden, dat vaak een vorm van zelfbevestiging is, dat wil zeggen meer een tonen hoe goed je in wezen wel bent. Nee, mededogen is aanwezig zijn, zonder tussenbeide te komen. En met ‘in aandacht zijn’ (Thich Nhat Hanh benadrukt dat) kun je bergen verzetten. Aandacht is immers een uitdrukking van liefde. The ‘secret of life’ is niet in de laatste plaats ‘aandacht en liefde’. Liefde dan niet als emotie, als verliefdheid of als sympathie. Nee, liefde als mentale instelling, liefde als keuze. Liefde heeft te maken met het besef van eenheid en verbondenheid en houdt in dat ik vanuit dat besef in mijn dagelijks leven handel, omdat we allemaal in de kern hetzelfde zijn en allen uit dezelfde bron komen.

Ook bij Masaru Emoto , de man van de prachtige bestseller Water weet het antwoord , is liefde een gegeven. Bij zijn onderzoekingen met water – de mens bestaat voor 70% uit water – sprongen twee gegevens er uit, nl. dankbaarheid en liefde. Uit de waterkristallen komt volgens hem naar voren, dat het water als boodschap voor de wereld heeft: de wereld is verbonden door dankbaarheid en liefde.

Een goede affirmatie bij of vlak na het opstaan voor de mens lijkt me dan ook: “Ik ben dankbaar en liefdevol”. Ik voeg ook nog wel eens toe: ‘Ik ben gezond, aandachtig, rustig, volmaakt, sterk, krachtig, harmonieus en gelukkig’, maar de korte affirmatie is al goed. Dat betekent niet dat ik mijn schaduwkanten ontken, maar dat ik me niet of minder wil richten op het kwaad, op ‘mineur’ of op duisternis, maar juist op goed, ‘majeur’ en licht en dat zou willen oproepen met de steun van het universum. Het kwade en het negatieve niet ontkennen, maar dit nochtans niet versterken door het alle of te veel aandacht te geven. Als je het wel energie geeft, maak je het juist sterker.

Deden we dat niet te veel de laatste wat ‘duistere’ eeuwen, waarin we op een gegeven moment zelfs de term Verlichting als tegenpool moesten gebruiken? We hebben in die periode (wel het Vissentijdperk genoemd) lijkt het te weinig geluisterd naar Paulus’ gevleugelde vrijzinnige appel op ons het kwade te overwinnen door het goede te doen, een appel waarin net als in het eenheidsbewustzijn ook de nadruk op het positieve ligt zonder ontkenning van het negatieve. Goed en kwaad zijn beide onderdeel van het leven, erkennen we, maar wij geven de voorkeur aan het licht. En laten we bij dat laatste niet vergeten, zou ik zeggen, dat zachtheid de grootste kracht is, ook als het gaat om het bevorderen van gerechtigheid. Denken we alleen al aan wat Mahatma Gandhi met zijn krachtige nederigheid en spirituele geweldloosheid heeft bereikt en dat alleen omdat hij opereerde vanuit eenheidsbewustzijn en de wetten van het universum kende. “Ik heb”, zei hij, “van vijanden vrienden gemaakt. Mijn grootste succes was dat de Engelsen India verlieten als vrienden”.

Ook al spreekt bovengenoemd eenheidsbewustzijn ons (in principe) aan, het is goed te beseffen, dat velen zo niet de meeste van ons jaren geprogrammeerd zijn in het eeuwenoude dualiteitsdenken. Een denken met het basisgevoel van (vaak depressie en/of psychosomatische ziekten en nog erger veroorzakende) angst, beperking en alleenzijn, een dualiteitbewustzijn waarbij vaak van bovenaf zoals door de kerken werd ingespeeld op het oertrauma van een onbestemd en/of onnatuurlijk schuldgevoel. Met als gevolg vaak het vluchten in een slachtofferrol en ‘het maar opgeven’. God straft echter niet en is ook niet bezig met wraak. Een onbestemd of onnatuurlijk schuldgevoel is dus onzin. Juist omdat God Liefde is, intervenieert hij niet, ook om ons niet te versterken in de slachtofferrol noch in onze ego-taal, waarin we klagen over de ellende in de wereld en dat op God laten neerkomen. Zich los maken van zonde- en schuldgevoel, te anticiperen op een ‘wereld voorbij de angst’ en het je ook gunnen van jezelf te houden en niet te vergeten zelfvertrouwen te hebben, is daarom van belang.

Gebrek aan zelfvertrouwen en niet van jezelf houden is verlammend. ‘Wie niet van zichzelf houdt, heeft een kwetsbaar ikje, duwt dingen weg en zoekt ook sneller steun bij een groep”, aldus Paul Kluwer. Van Mandela is de uitspraak: ‘Er is niets verlichts aan jezelf klein te maken, opdat anderen zich bij jou onzeker zullen voelen. We zijn allen bedoeld om te stralen als kinderen van God en om Zijn glorie te openbaren.’ Een andere bekende en uiterst relevante uitspraak van hem luidt als volgt: “Onze grootste angst is dat we mateloos krachtig zijn. Het is ons licht, niet onze schaduw, die ons het meest beangstigt.” Mandela is net als voorheen Gandhi bij uitstek een vertegenwoordiger van vrijzinnigheid en ‘spiritualiteit’. Wie weet proberen we in de komende tijd niet onze schaduw maar ons licht tot een grote kracht te maken.