29 juli 2007

Het Westen zit met de Irakoorlog in een moeras. En Afghanistan is meer en meer een tweede Irak aan het worden. De steun voor Bush inzake zijn Irakoorlog brokkelt met de dag af. De gezaghebbende Amerikaanse krant The New York Times sprak zich medio juli, verwijzend naar een oorlog “zonder zin en doel”, voor het eerst uit voor terugtrekking uit Irak, en wel op de kortst mogelijke termijn. Ik ben het daarmee eens. Het zal even chaos worden, maar die is er nu ook al. Het wereldbeeld van de Amerikanen leunt zozeer op (excessief) wapengeweld en is zozeer gespeend van inzicht in de politiek-religieuze situatie van het Midden-Oosten en in de dynamiek van geweld, dat de puinhoop onvermijdelijk werd.

Na de miskleun in Somalië is Irak het grootste failliet van militaire interventie. De bekende Amerikaanse journalist David Rieff was tot aan ‘Bosnië’ een voorstander daarvan, maar spreekt nu in zijn boek At the Point of a Gun van een ‘mythe’ om ‘vast menen te houden aan de mogelijkheid mensenrechten van buitenaf op te leggen’, of anders gezegd van ‘een onhaalbare pretentie om humanitaire doelenden te verwezenlijken met militaire macht’. Hij had als student mee gedemonstreerd tegen de Vietnamoorlog, maar zich toen tevens geërgerd aan “de verheerlijkende manier waarop over de Vietcong werd gesproken”.

Is hier een vergelijking mogelijk met ‘Afghanistan’? Nee. Er zijn nog nauwelijks demonstraties tegen dit militaire ingrijpen. En de Taliban heeft niet onze ‘sympathie’. Integendeel, zij is in onze ogen de ‘bad guy’. Toch zijn de Taliban gewone Afghanen, een arm en trots volk dat zich nimmer laat gezeggen door een vreemdeling, laat staan die hun opiumvelden bedreigt. De Taliban zijn in de woorden van de Iraans-Nederlandse schrijver Kader Abdolah gewone dorpelingen die eerlijk en erg gastvrij zijn, “maar door decennia geweld in hun land gewelddadig zijn geworden” en tevens “diep in de Koran geloven en volgens de dode wetten van de Koran willen leven”. Zoiets ram je er niet meteen uit volgens hem, zeker niet door (buitenlands) militair geweld. Het vergt tijd.

Met geweld bereik je niets in Afghanistan. In het algemeen geldt: als je ergens energie aan geeft, groeit het. Dat geldt zeker bij repressie door geweld. Zie Irak, waar zo het ‘terrorisme’ juist in de hand is gewerkt en waar de interventie tevens ‘spillover’-effecten naar buurlanden heeft. Het meest essentiële is dat je via deze weg het verzet en het fundamentalisme alleen maar sterker of gewelddadiger maakt. Ook in Afghanistan zie je dat nu, met het groeiende zelfmoordgeweld en het ontvoeren en doden van buitenlanders als symptomen. Het is 140.000 Sovjetmilitairen in de jaren tachtig niet gelukt de Afghanen eronder te krijgen, het zal het Westen ook niet lukken. Buitenlandse militairen, ook al zouden ze zich beperken tot opbouw, zijn deel van het probleem; ze worden gezien als bezetters en voeden zo ‘nationaal’ verzet.

1500 Nederlandse militairen verhinderen niet dat Afghanistan langzaam afglijdt naar een tweede Irak. Ze voorkomen evenmin dat het verzet in Afghanistan steeds meer sympathie krijgt in Pakistan. Musharraf wordt daar gezien als ‘tirannieke heerser’ en vriend van het Westen. Deze kwam via een militaire staatsgreep aan het bewind. Dat Amerika hem niettemin aan zijn borst koestert, is natuurlijk een teken aan de wand. Maar de val van Musharraf, met alle veiligheidsrisico’s van dien (Pakistan heeft een atoombom), zal echter onvermijdelijk zijn als daar de gemoederen over de oorlog van westerse machten als bezetters tegen hun broeders in buurland Afghanistan nog lang verhit zullen blijven door een geweldsrevolutie van onderop. Mede daarom moet de oorlog in Afghanistan stoppen.

Onze operatie in Uruzgan is in de woorden van generaal-majoor b.d. A.J. van Vuren een doodlopende weg of dweilen met de kraan open. Dit laatste vooral omdat de Taliban in delen van Pakistan bases heeft vanwaaruit ze kunnen opereren en zich terugtrekken om op krachten te komen. Dat de regering-Kazai corrupt is, dat hij de zaak evenmin in de hand heeft, dat er voorts te veel burgerdoden vallen en dat de Amerikanen oorlogsmoe zijn en Nederlandse troepen met hun harde geweldsoptreden worden geassocieerd, zijn extra redenen om er mee te stoppen

De Taliban is bovendien Al-Qaida niet. Ik meen dat je ook de laatste beter niet met (grof) geweld kunt bestrijden, omdat dit hen alleen maar fanatieker en sterker maakt. En ook omdat je via tegengeweld in de spiraal van geweld blijft hangen. Maar het gaat me nu even om de vraag of ons gevecht met de Taliban als een in het Afghaanse volk gewortelde beweging volkenrechtelijk wel legitiem is. De oorlog in Afghanistan heeft al lang niet meer het karakter van ‘verdediging’ of een vergelding voor ‘elf september’. Alles wijst op een onrechtmatige westerse oorlogvoering tegen een volk in een ander land. We moeten er gewoon weg. En de Amerikanen uit Irak. De Uruzgan-missie moet dus na 2008 niet worden verlengd.

Advertenties